Consument capituleert

Welkom in de schrale jaren! Hoelang ze duren, is alleen achteraf te zeggen. Nu zitten we er middenin. Hoe we hier beland zijn, terwijl we toch zo goed wisten hoe anderen in Europa hun economie moesten hervormen, zijn we nog aan het ontdekken. Hoe we eruit moeten komen ook.

Op de kaft van zijn vanmorgen gepubliceerde voorjaarsraming zet het Centraal Planbureau (CPB) ‘Centraal Economisch Plan’. Da’s traditie. Binnenin trekt het CPB serieuze vergelijkingen met dé economische depressies uit de vorige eeuw: de jaren dertig en het eerste deel van de jaren tachtig. Geen traditie. Tijden van massawerkloosheid en verpaupering.

Tussen het eerste kwartaal van 2008 en 2014 zit er geen groei in de economie. Dat is een stagnatie die afgezien van de Tweede Wereldoorlog niet meer is „voorgekomen sinds de wereldcrisis van de jaren dertig”, schrijft het CPB. Toen duurde het zeven jaar. Met wat pech en tegenslag wordt dat record straks zomaar geëvenaard, maar zover gaat de CPB-raming niet.

Het goede nieuws in de ramingen is de werkloosheid. In de jaren dertig én tachtig spurtte de werkloosheid rap omhoog en ging „circa 5 procent van de werkgelegenheid” verloren. Nu komt dat verlies „niet boven de 2 procent”. Daar staat tegenover dat van een duidelijk banenherstel, zoals dat na vier jaar optrad in de malaisejaren tachtig, nu geen sprake is.

Dat is slecht nieuws voor u én voor het kabinet. In 1986 boekte minister-president Ruud Lubbers (CDA) op de gunstige economische conjunctuurgolf een klinkende verkiezingsoverwinning. Zonder banenbonus voor de kiezer geen premierbonus voor Rutte.

De historische vergelijkingen zetten de schrale jaren in perspectief, maar missen één punt. De economie is geen landbouwgemeenschap meer, zoals in de jaren dertig. Geen industriële reus in verval, zoals in de jaren tachtig.

De economie nu is een rentenierseconomie, die piekt en daalt met de rendementen op vermogensmarkten (huizen, aandelen, pensioenbeleggingen) en de rentebetalingen op de schulden. Onze rentenierseconomie is in Europa uniek, constateerde De Nederlandsche Bank eerder deze maand.

Het speelt ons nu parten dat de vermogensmarkten ten opzichte van tien jaar geleden in mineur zijn. Pensioenpremies blijven pieken, pensioenuitkeringen worden verlaagd, huizenprijzen liggen 10 procent onder de top uit 2008 en de aandelenmarkt is grillig.

De consumenten hebben zich de rentenierseconomie tien jaar geleden al eigen gemaakt. Sinds 2003 geven consumenten meer uit dan zij aan inkomen (salaris, pensioen, uitkering) verdienen. Zij betalen het overschot aan consumptie met de opbrengsten van hun vermogen, zoals huizen.

Ons consumentisme is de kern van de rentenierseconomie: meer consumeren dan je verdient én toch meer spaargeld op je spaarrekening zetten. Onze consumptie levert de grootste bijdrage aan economische groei. De consument houdt zijn hand niet op de knip, de consument doet zijn best en geeft al jaren meer uit dan hij verdient. Wij zijn Amerikaanser dan de spilzieke Amerikanen.

Maar dit is ons laatste ‘Amerikaanse’ jaar. Vanaf 2013 gaat de consument weer sparen, zegt het CPB. Hij is door zijn optimisme heen, en mikt op behoud van vermogen in plaats van verder interen. Hij ziet zijn schuld als bedreiging, niet als buitenkans. De rentenier capituleert. Sparen, aflossen en financieel conservatisme moeten het evenwicht herstellen in onze vermogens- en schuldeconomie.

Menno Tamminga