Als iemand serieus is, ben ik dat ook

Op de Sint-Jansbasiliek in Den Bosch staat een beeld van een engel met in haar hand een mobiele telefoon. Een grapje van de kunstenaar – totdat de engel een stem kreeg.

Het gonst in Den Bosch van de geruchten over wie de stem is achter de ‘ut Engelke’ – het beeld van een engel met mobiel aan de zijgevel van de Sint-Janskathedraal. Maar nog niemand heeft geraden wie zij is. Ut Engelke is bereikbaar via Twitter en een mobiel nummer. Haar identiteit houdt ze verborgen. Pas na de plechtige belofte om geen persoonlijke details in het interview te verwerken, stemt ze toe om in een café in Den Bosch af te spreken. „Het is heel sinterklaasachtig, en dat moet het ook vooral blijven.”

Ut Engelke kreeg opeens een stem. Hoe kwam u op dat idee?

„In 2010 meldde het Brabants Dagblad dat een van de nieuwe engelenbeelden van kunstenaar Ton Mooy voor de Sint-Jansbasiliek een mobieltje zou hebben. Om het tijdperk van communicatie aan te geven. Toen dacht ik: hoe leuk zou het zijn als je die engel echt kunt bellen? Ik heb een prepaidtelefoon gekocht en het nummer via Twitter verspreid. Niet om er iets aan te verdienen, hoor. Mensen betalen alleen de standaard telefoonkosten. Ik doe het puur voor de lol.”

Bent u daar niet te veel tijd mee kwijt?

„Ik ben er een uurtje, anderhalf uur per dag mee bezig. Dat is nog te behappen. Ik doe het gewoon naast mijn werk. Zolang dat nog kan, ga ik ermee door, want ik vind het veel te leuk om mensen te verbazen of te laten lachen.”

Inmiddels heeft de kerk ook een nummer geopend.

„Ja, een 0900-nummer, kost 80 cent per minuut. En als je dat nummer belt, hoor je een mannenstem. Terwijl de engel duidelijk een vrouw is. Dan krijg je een keuzemenu en kun je, na heel veel minuten, een bericht inspreken. That’s it. Zo zonde.”

Heeft u overwogen om samen te werken met de kerk?

„Nee. Ik kreeg een paar verontruste telefoontjes toen de kerk een eigen nummer opende, of ik straks alleen nog daar te bereiken zou zijn. Maar dan zou ik zo veel mensen teleurstellen. Mensen die hun hart bij mij, een onafhankelijke waarnemer, hebben uitgestort.”

En als je uw nummer belt, krijg je geen bandje aan de lijn?

„Mensen schieten vaak in de lach, of ze hangen op van de schrik. Ze verwachten een bandje, maar ze krijgen echt mij aan de lijn. Degenen die ophangen, bellen vaak even later weer terug. Dan vragen ze wat hier de bedoeling van is. Heel simpel: ik doe het voor een glimlach, niet meer en niet minder. En ik ben een luisterend oor voor hen die dat nodig hebben. ”

Maar wat nou als iemand echt met een ernstig probleem zit?

„Soms zeg ik iemand dat hij beter een ander nummer kan bellen. Of ik vraag of het zou helpen om naar de kerk te gaan, daar een kaarsje aan te steken. Negen van de tien keer is alleen luisteren naar wat zo iemand te vertellen heeft al genoeg. Maar de meeste mensen bellen omdat ze verwonderd zijn. Die gesprekken zijn veel luchtiger van aard.”

Hoe gaan die gesprekken dan?

„Met een grap en een grol. Heeft iemand het over ‘mijn’ broekpak, dan zeg ik: „Ja, daar kan modeontwerper Addy van den Krommenacker niet tegenop.” En als iemand serieus is, ben ik het ook. Dan houd ik mijn mond en luister ik naar wat er aan de hand is.”

Maar u houdt mensen voor de gek. U geeft zich immers uit voor engel.

„Ik wil niemand voor het hoofd stoten. Wat ik niet doe, is het geloof verkondigen. Ik schep geen valse verwachtingen, zal nooit iemand die ziek is vertellen dat hij vast snel weer beter is. Mensen vragen mij wel eens hoe God er uitziet. ‘Ik heb die test niet gehaald’, zeg ik dan. Daarom ben ik hier, op de top van de Sint-Jan, en niet daarboven. En als mensen bij me willen biechten, verwijs ik ze door naar de kerk. Want ook daar heb ik geen diploma voor, zeg ik dan. ”

En als u een bekende aan de lijn krijgt?

„Het is één keer gebeurd en dat was wel gênant. Het was een boze beller, die mij wilde spreken over het misbruik in de Katholieke Kerk. Die persoon heeft me niet herkend, weet ook nog steeds niet dat ik het ben. Er zijn hooguit vijftien mensen op de hoogte van mijn identiteit. Dat wil ik zo houden. Nu storten mensen hun hart bij mij, een vreemde, uit. Ik denk dat die drempel veel hoger is als ze weten wie ik ben.”

Is het moeilijk om de zwaardere gesprekken los te laten, nadat u heeft opgehangen?

„Aanvankelijk was het helemaal niet moeilijk. Ik kreeg tussen de tientallen bellers misschien één serieus gesprek. Maar afgelopen Kerst heb ik mijn telefoon een paar dagen uitgezet. Mensen hadden het over overleden familieleden, hun gezondheid, verloren banen. Ik kon de leuke gesprekken op één hand tellen. Iemand die me belde, zei dat hij nooit meer beter zou worden. Toen dacht ik wel: ik weet niet of ik hiermee doorga.”

Maar toch zette u de telefoon weer aan.

„Ik wil afmaken waar ik aan ben begonnen. Tussen de zware gesprekken zat dan toch ineens weer zo’n heerlijke vraag van een meisje, of ik haar een broertje wil geven. De afgelopen dagen ben ik echt plat gebeld. De New York Times heeft over me geschreven. Krijg ik ineens telefoontjes uit Maryland en Virginia. Maar om elf uur ’s avonds zet ik de telefoon uit. Dan moet het engelenbeeld ‘waken over de mensen’. Dat tijdsverschil is een probleem. Ik heb 254 voicemailberichten. Die ga ik overigens niet beantwoorden. Mijn engelentelefoon heeft maar één knop, en daarmee kan ik alleen bellen met ‘boven’.”