Zware aanslagen in Syrische steden

Bij twee zware bomaanslagen in de Syrische hoofdstad Damascus en één in Aleppo zijn dit weekeinde zeker 29 mensen om het leven gekomen. Vanochtend vroeg brak in een welgestelde wijk van Damascus een hevig vuurgevecht uit, volgens getuigen tussen regeringstroepen en het Vrije Syrische Leger.

De getuigen zeiden dat ze mitrailleurvuur en van de schouder afgevuurde raketten hoorden in de buurt van de Zwitserse ambassade en het huis van een generaal die getrouwd is met de zuster van president Assad.

Ook de bomaanslagen, die niet zijn opgeëist, waren gericht op het militaire en inlichtingenapparaat van de overheid. Zaterdagochtend omstreeks zeven uur gingen in Damascus autobommen af bij het gebouw van de inlichtingendienst van de luchtmacht, en een paar kilometer verderop bij het hoofdkwartier van de binnenlandse veiligheidsdienst.

De Syrische staatstelevisie toonde bloedige beelden van verkoolde en verminkte lijken, bloedplassen op straat en verwrongen staal. Bij elkaar kwamen er 27 mensen om, en raakten er 140 gewond. Zondag kwamen in Aleppo twee mensen om toen een autobom afging in de buurt van het hoofdkwartier van de veiligheidspolitie en een kerk.

Volgens de regering zijn de aanslagen het werk van terroristen. Amerikaanse inlichtingendiensten zeiden vorige maand dat Al-Qaeda verantwoordelijk was voor een grote bomaanslag in Aleppo, waarbij zeker 25 mensen omkwamen. Maar net als toen zeggen activisten van de oppositie nu weer dat de regering achter de aanslagen zit. Deze zou zo steun willen winnen voor de bewering dat de opstand het werk is van buitenlandse terroristen. (AP, Reuters, AFP)