Wel een mobieltje, maar geen toilet

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten en redacteuren, elke maandag vanuit een ander land.

De Indiase minister van Spoorwegen, Dinesh Trivedi, heeft zijn biezen gepakt. Hij beging een politieke doodzonde. Vorige week, bij de presentatie van de spoorwegbegroting, stelde hij voor om het treinkaartje in India duurder te maken.

Het is pas de eerste tariefsverhoging in acht jaar. En het reizen per spoor wordt ook niet erg veel duurder: nog geen halve cent per kilometer. Maar toch. In een land waar de afstanden groot zijn en armoede nog wijdverspreid, telt elke paisa.

Trivedi’s positie werd niet ondermijnd door de oppositie, maar door zijn eigen politieke baas. Dat is Mamata Banerjee, sinds 1998 leider van de door haar opgerichte partij Trinamool, en sinds vorig jaar premier van de Indiase deelstaat West-Bengalen. Bij de verkiezingen in mei maakte ze daar een einde aan 34 jaar regeringsmacht van de communisten. Eerder al verjoeg ze bijna eigenhandig topindustrieel Ratan Tata, die in West-Bengalen de ‘Nano’, ’s werelds goedkoopste auto, wilde gaan produceren op onteigende boerengrond.

Nu riep Banerjee om het aftreden van minister Trivedi. Ze verweet hem de gewone man in de steek te laten bij zijn pogingen de spoorwegbegroting op orde te krijgen en de infrastructuur te moderniseren.

‘Didi’ (grote zus), zoals ze wordt genoemd, is een straatvechter en een populist, zo blijkt ook nu weer. Maar de commotie rond de spoorwegminister (die vooralsnog niet wil wijken) onderstreept ook iets anders: namelijk de malaise waarin de regering onder aanvoering van de Congrespartij verkeert.

Manmohan Singh is de langstzittende premier van India, na Jawaharlal Nehru en diens dochter Indira Gandhi. Hij geldt als een integer en wijs man. Maar hij is ook een van zwakste leiders in de geschiedenis. Hij loopt aan de leiband van Sonia Gandhi, de leider van de intern verdeelde Congrespartij. En Singh kan zich niet ontplooien omdat zijn regering afhankelijk is van coalitiegenoten die ieder de eigen (regionale) achterban moeten bedienen. Trinamool uit West-Bengalen is een van de negen. Van een andere partner, uit het zuidelijke Tamil Nadu, erfde de regering de miljardenaffaire rond de onderhandse verkoop van telefoonlicenties – het grootste corruptieschandaal dat India de afgelopen tijd heeft getroffen.

Premier Singh past al op de winkel sinds 2004. Toen versloeg de Congrespartij onverwachts de hindoe-nationalistische BJP. Vijf jaar later werd hij overtuigend herkozen – mede dankzij ruimhartige subsidies op voedsel, brandstof kunstmest en voor werkgelegenheidsprojecten op het platteland.

Maar doortastende hervormingen om de economie op een hoger plan te trekken en de armste groepen echt bij de economische ontwikkeling te betrekken, zijn de afgelopen jaren niet doorgevoerd. Je zou kunnen zeggen dat de coalitie haar ruime mandaat heeft verkwanseld. Onlangs werd een lang verwacht voorstel voor het toestaan van buitenlandse investeringen in de detailhandel weer ingetrokken, onder druk van protest.

Geen wonder daarom dat er geen verrassende vergezichten scholen in de overheidsbegroting die eind vorige week ook werd gepresenteerd, traditiegetrouw daags na de indiening van de spoorwegbegroting. De gelouterde minister van Financiën, Pranab Mukherjee, sprak plichtmatig over de noodzaak van vermindering van de geldverslindende subsidies, terugdringing van het overheidstekort en beteugeling van inflatie. Maar al met al is de begroting in de eerste plaats gericht op handhaving van de status quo, luidde het algemene oordeel.

Enig goed nieuws stelde Mukherjee wel in het vooruitzicht. Komend begrotingsjaar (dat op 1 april begint) zal de economische groei weer aantrekken tot 7,6 procent, tegenover 6,9 procent in het nu aflopende fiscale jaar (2012). Dat is nog steeds lager dan de 8,4 procent die werd gerealiseerd in de twee jaren die daaraan voorafgingen.

De regering legt zich er bij neer, wijzend op de economische tegenwind elders in de wereld. Maar critici zeggen dat een land, waar de helft van de bevolking wel een mobieltje heeft maar geen eigen wc, een hogere groei nodig heeft en kan genereren. India benut zijn potentie niet ten volle, zeggen zij. Ook al wordt het aan de bovenkant steeds welvarender.