'Vrije Syrische Leger martelt ook'

Het Vrije Syrische Leger dat vecht tegen Assad, schendt ook mensenrechten. Dat zegt Human Rights Watch vandaag in een open brief.

Correspondent Turkije

YALADAGI. Op zondagmiddag is er feest in het grootste kamp voor Syriërs aan de Turkse grens. De kinderen mogen voor de toegestroomde camerateams vieren dat deze week een jaar geleden de opstand tegen president Bashar Al-Assad begon. Maar aan de hoofdingang slenteren jonge Syriërs in legerpakken ongeïnteresseerd voorbij. Met hun dunne ringbaardjes zijn ze de jongste rekruten van het Vrije Syrische Leger, dat aan de Turkse kant van de grens zijn hoofdkwartier heeft. Voor hen valt er weinig te vieren.

Het gewapende verzet tegen het Syrische leger werd in de afgelopen weken niet alleen verdreven uit de brandhaarden Homs in het westen en Idlib in het noorden. Er zijn in de afgelopen dagen niet alleen ambulances vol gewonde en dode strijders de grens overgekomen. Vandaag meldt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch ook nog dat de opstandelingen zichzelf schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen. „We hebben meldingen van gijzelingen, martelingen in gevangenschap en executies’’, zegt de Noorse onderzoeker Ole Solvang.

In een open brief aan de Syrische oppositie die vandaag zal worden afgedrukt in de New York Times, vraagt de organisatie de opstandelingen en activisten die protesteren tegen de bloedige onderdrukking van het Syrische regime, zelf ook mensenrechten te respecteren. „Het is heel belangrijk dat de Syrische Nationale Raad en andere oppositiegroeperingen nu een heel duidelijk signaal geven aan iedereen die aan hen verbonden is – hun leger, hun activisten – dat dit soort gedrag niet wordt getolereerd”, zegt onderzoeker Solvang. „Het is onacceptabel. Iedereen moet dit gedrag en deze schendingen veroordelen.”

De onderzoekers spraken met vluchtelingen in Turkije en Libanon en met Syriërs in het land zelf. Met name uit Libanon komen veel meldingen van misbruik van het Vrije Syrische Leger. „Niet te vergelijken met het bloedvergieten door het regime van president Assad, maar zorgelijk niettemin”, zegt de onderzoeker.

De open brief is een knauw voor de opstandelingen die nu openlijk lobbyen voor internationale steun voor hun strijd tegen Assad en hun smeekbedes om wapens, kogels en zwaarder geschut. In een buitenwijk van de Zuid-Turkse stad Hatay verwerpt de woordvoerder van het Vrij Syrische Leger de beschuldigingen in krachtige bewoordingen. „Dit is propaganda van het regime”, zegt Ammar Wawe, secretaris-generaal van de beweging. „Burgers, kinderen, vrouwen, gedeserteerde soldaten en strijders van het Vrij Syrische Leger hebben eerder aan Human Rights Watch verteld hoe ze zijn gemarteld door de geheime dienst. Wij zijn er om de burgerbevolking te beschermen. Wij zouden nooit martelen.”

De strijd om Syrië is ook een strijd om de waarheid. Toen zaterdag in alle vroegte twee bommen ontploften in de hoofdstad Damascus vochten president Assad en de oppositie om zendtijd waarin de schuld bij de ander kon worden neergelegd.

Een van de jonge soldaten voor het vluchtelingenkamp vertelt hoe hij nog maar twee maanden geleden uit het Syrische leger deserteerde. „Ze vroegen me landmijnen te leggen, zodat vluchtelingen niet naar de grens met Turkije konden oversteken”, zegt Mustafa Haj Yousef. „Ik moest ook bommen fabriceren en op ongewapende demonstranten schieten. Ik kon het niet meer.”

De beschuldigingen van mensenrechtenschendingen tegen het Vrije Syrische Leger zetten de internationale gemeenschap voor een duivels dilemma. Moet het westen de opstandelingen helpen met wapens, zoals gebeurde in Libië? Alle opties liggen open. Op 2 april vergaderen alle betrokken landen in Istanbul over de vraag hoe president Assad kan worden gedwongen het geweld tegen zijn bevolking te stoppen.

„Sommigen zeggen dat je met wapens de strijd eerlijker maakt en daarmee het geweld kunt indammen. Anderen zeggen dat we zo het conflict enkel zullen aanwakkeren’’, zegt Ole Solvang van Human Rights Watch. „De eerlijkheid gebiedt te zeggen: we weten gewoon niet wat we moeten doen. Het hangt allemaal af van wat deze legers doen met de wapens. ’’