Strijd om berechting steunpilaar Gaddafi

In Mauretanië is zaterdag de beruchte Libische geheime-dienstchef Abdallah Senussi opgepakt. Het Strafhof, Libië en Frankrijk willen allemaal zijn uitlevering.

Iedereen wil wel Abdallah al-Senussi berechten, de beruchte geheime-dienstchef en zwager van de afgezette en gedode Libische leider Gaddafi die zaterdag in Mauretanië werd gearresteerd.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag claimt hem op beschuldiging van misdrijven tegen de menselijkheid tijdens de bloedige pogingen van het regime om vorig jaar de opstand te onderdrukken. Frankrijk wil hem als instigator van de bomaanslag in 1989 op een Frans passagiersvliegtuig (170 doden), waarvoor hij in in 1999 in Parijs al bij verstek tot levenslang is veroordeeld. En het nieuwe Libië eist hem op. Tripoli heeft een delegatie naar Mauretanië gestuurd om zijn zaak te bepleiten. Mauretanië, dat niet is is niet aangesloten bij het Strafhof, kan kiezen.

Kolonel Senussi (62), getrouwd met een zuster van de vrouw van Gaddafi, was een van de zuilen waarop zijn bewind rustte. De inlichtingendienst die hij leidde was volgens het Internationaal Strafhof „een van de machtigste en doeltreffendste repressieorganen” van het regime.

Senussi wordt onder andere verantwoordelijk geacht voor het bloedbad in 1996 in de Abu-Salimgevangenis in Tripoli, waarbij meer dan duizend gevangenen, onder wie veel politieke, werden omgebracht. Na het begin van de opstand tegen Gaddafi, vorig jaar februari, zou hij opdracht hebben gegeven tot het doden en vervolgen van burgers. Het Strafhof vaardigde in juni op grond daarvan een arrestatiebevel tegen hem uit.

Libië en Frankrijk hebben concurrerende uitleveringsverzoeken ingediend via Interpol. Frankrijk claimt de oudste rechten te hebben om Senussi te berechten, maar een Libische regeringswoordvoerder zei: „Hij is een Libiër. Het is heel belangrijk dat hij naar Libië wordt gestuurd.”

De Libische minister van Justitie, Ali Hmeida Ashur, onderstreepte meteen dat Libië in staat is Senussi een proces te geven dat aan de internationale normen voldoet. „Onze rechtbanken zijn heel goed, zelfs excellent, met name in Tripoli”, zei hij.

Maar dat is precies wat niemand gelooft. De milities die hebben geholpen Gaddafi’s regime ten val te brengen, hebben in grote delen van het land, inclusief de hoofdstad, eigen rijkjes ingericht compleet met gevangenissen waar volgens mensenrechtenorganisaties volop wordt gemarteld. Ze weigeren hun gevangenen aan de centrale autoriteiten over te dragen, en het zwakke centrale gezag staat machteloos.

Een van die gevangenen is Gaddafi’s zoon Seif al-Islam, die net als Senussi door het Strafhof wordt gezocht. Libië wil ook hem berechten. Maar hij werd in november door de militie van Zintan opgepakt. Net als de andere gevangenen van milities krijgt hij geen bezoek van advocaten, wat volgens internationale normen een basisrecht is.

De internationale mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International hebben Mauretanië opgeroepen Senussi aan het Strafhof over te dragen. „Wij twijfelen eraan dat Libië Abdallah Senussi een eerlijk proces kan geven”, zei de directeur internationale gerechtigheid van HRW.

Opmerkelijk blijft het dat niemand een andere vertrouweling van wijlen Gaddafi, Moussa Koussa, eveneens een beruchte spionnenchef, wil vervolgen. Koussa, die onder andere wordt beschuldigd van de beruchte liquidatiecampagne tegen dissidenten in de jaren tachtig, liep tijdig over, een jaar geleden, en woont nu in Qatar.