‘Solness’ in een ouderwetse stijl

Bouwmeester Solness van Henrik Ibsen door De Voortzetting. Gezien: 18/3 Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 25/4. Inl: grunfeld.nl

Een oude man en het jonge meisje: korter kan het toneeldrama Bouwmeester Solness (1892) van de Noor Henrik Ibsen niet samengevat worden. Er kan nog één zin bij: het meisje voert de oude man de dood in. Haar lichtende energie doet de architect noodlottig verlangen naar zijn eigen jeugd. Helmert Woudenberg en Laura Mentink vertolken in de regie van Frans Strijards de bouwmeester en het meisje Hilde. In een opzienbarend saai decor van een glazen ruit en een bank plaatst Strijards zijn acteurs in een wonderlijke speelstijl waarop hij patent heeft: hoekige bewegingen, dynamische tempowisselingen, fysieke expressie bij de tekst.

Bouwmeester Solness biedt een overdaad aan symboliek. Solness bouwt reusachtige torens. Als Laura Mentink vanuit haar schoot een massief gebaar maakt van een reusachtige fallus moet ze er zelf om giechelen. Woudenberg is vervuld van verbazing om haar jongheid. Mentink is de kracht van de voorstelling. Op eminente wijze weet ze het beladen verhaal lucht te geven. Ze wappert met haar handen, dartelt rond. Knap laat ze in haar spel de dubbelheid van Hildes rol zien: ze speelt met de oude man, maar veinst onwetendheid. Woudenberg is een voortreffelijk tegenspeler: hij lijkt zich ervan bewust dat Solness’ verlangen lachwekkend is. Die dramatische ironie is zijn troef.

Twintig jaar geleden vertolkten Hans Croiset en Jacqueline Blom dit stuk, en daarin was de emotionaliteit groter. Wat ik in deze Strijards-versie mis is een duidelijke reden waarom hij dit stuk wil brengen. Aan het slot, als de bouwmeester al klimmend in zijn zelfgebouwde toren de dood vindt, lichten de andere personages op. Mooi beeld, maar de strekking is onduidelijk. Strijards kiest voor een ouderwetse vorm van naturalisme. En daarin past de subtiele ironie van de hoofdrolspelers niet heel goed. Spel en inhoud botsen; vaak is dat boeiend, soms wilde ik dat de verstikking werkelijk verstikkend was.