Slechte ideeën slaan vanzelf wel dood

Je bent lid van een buurtvereniging, een oudercommissie, een sportclub. Er zit een lustrum aan te komen. Leuk, een knalfeest wordt dat, reken maar. Maar ook: gevaarlijk! De kans is groot dat binnen de kortste keren het ene wilde idee over het andere buitelt. Als je in deze beginfase van plannenmakerij even niet oplet, loop je straks in je pyjama op zo’n feest rond, omdat twee dominante dames in het gezelschap hun idee erdoor hebben geramd dat het thema zo nodig ‘Sprookjes uit duizend-en-één nacht’ moet worden.

Het lijkt een contradictie, maar niets moet een mens zo strak bij de teugels vatten als een groep mensen die gaat brainstormen. Als volgt:

1 Grijp de macht. Doe jezelf onnozel voor aan het begin van het ‘creatieve proces’. Zeg dat je zelf eigenlijk nooit een leuk idee hebt, maar dat je graag het verslag van de avond maakt en dat je wel wilt optreden als technisch voorzitter om de brainstormboel een beetje bij elkaar te houden. Je mede-hersenwaaiers zullen je aanbod met beide handen aangrijpen. Hun hoofd kookt al over van de visioenen waarin zij meutes mensen al koekhappend en zaklopend over elkaar zien buitelen. Proest – gelukkig versta je de kunst zoiets een „ontzettend leuk idee” te vinden, waarna je subtiel aangeeft dat „we misschien nog even in dat spoor door moeten denken”.

2 Verdeel en heers. Ga nóóit in een grote groep brainstormen. Bij tien mensen of meer ontstaat al snel de foute dynamiek, met enerzijds mensen die (te) dominant aanwezig zijn en anderzijds mensen die zich al snel onder het tapijt laten vegen.

Vorm in de eerste fase van de brainstorm groepjes van drie mensen: niet van twee en al helemaal niet van vier of meer. Uit onderzoek blijkt dat drie het ideale aantal is – dan ontwikkelt de sfeer van ‘het ene goeie idee lokt het andere uit’ zich het beste.

Bijkomend voordeel is dat jij, als voorzitter, op die manier het gemakkelijkst greep op de uitkomst houdt. Zie punt 1.

3 Slechte ideeën bestaat niet. Een evergreen uit de brainstormkunde luidt: negatieve kritiek op gespuide ideeën is ten strengste verboden. Het is de zaaddodende pasta bij iedere vorm van vruchtbaar vergaderen. Zwijg wanneer je iets een slecht idee vindt, dan slaat het idee vanzelf wel dood. Stel vragen wanneer je het idee niet meteen briljant vindt. Maar zeg nooit: ja, maar... etcetera. Beroep jezelf nooit op eeuwenlange ervaring, waarin je dergelijke ideeën al honderden keren eerder hebt zien mislukken. Mocht je dat gevoel hebben, dan moet je direct je jas aantrekken en ophoepelen. Dan bemoei je je al veel te lang met het onderwerp waarover wordt gebrainstormd en ben je een obstakel voor frisse ideeën.

4 Werk van grof naar fijn. Nadat je de aanwezigen zo’n drie kwartier in groepjes van drie hebt laten praten, zet je iedereen weer in één kring. Ieder groepje mag nu in elk vijf minuten z’n beste drie ideeën presente ren – meer niet! Dwing de deelnemers zelf alvast een eerste selectie te maken voordat de hele groep zich ermee gaat bemoeien. In sjieke termen heet dat: van divergentie naar convergentie. In mensentaal: werk van grof naar fijn.

5 Maak een hitlijstje. Negen ideeën liggen er nu op tafel. Voer daarover een afsluitende discussie die hooguit drie kwartier mag duren. Sommige ideeën schurken tegen elkaar aan. Probeer daarvan één idee te maken. Andere zijn met algemeen gejuich ontvangen. Niets meer aan doen! Een goed idee is even puur als kwetsbaar en snel verprutst wanneer er te lang over wordt gepraat.

Aan het einde van de avond gaat iedereen tevreden naar huis, nadat jij, als voorzitter, de ideeën glashelder hebt samengevat in een stuk of vijf, zes concrete punten. Iedereen tevreden. Het pleidooi voor een pyjamafeest heeft de avond niet overleefd.