Noodlottige reis van de Exxon Valdez

Rampen doen het altijd goed in de krant. De eerste nieuwsfoto in het Algemeen Handelsblad dateert van 9 september 1905. Het betrof een spoorwegongeluk in Purmerend.

De eerste kleurenfoto verscheen ruim 80 jaar later, op de voorpagina van NRC Handelsblad van zaterdag 1 april 1989. Te zien zijn twee met olie besmeurde zeeleeuwen die hun toevlucht hebben gezocht op een boei in de Prince William Sound in Alaska. De dieren waren het slachtoffer van de ramp met de Exxon Valdez, de mammoettanker die daar een week eerder, in de nacht van 24 maart, op een rif was gelopen. Naar schatting ruim 41 miljoen liter ruwe olie spoelde in zee.

De Exxon Valdez had net olie geladen in de haven van Valdez, de meest noordelijke ijsvrije haven aan de Amerikaanse westkust, oostelijk van Anchorage, en was op weg naar Long Beach, Californië. ‘Olievlek door schipbreuk bij Alaska’, meldde NRC de volgende dag ingehouden op de voorpagina. Een week later was een correspondent ter plekke en stond er ‘Olieramp dompelt Alaska in ellende’ boven zijn reportage.

De ‘Exxon Valdez’ past in het rijtje van grote milieu catastrofes die de wereld hebben getroffen, door menselijk toedoen. Bij het ongeluk met de Amoco Cadiz voor de kust van Bretagne (1978), en meer recentelijk bij de explosie van het BP-booreiland Deepwater Horizon in de Golf van Mexico (2010) kwam veel meer olie vrij. Maar de echte milieuschade is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid gemorste olie, zeggen deskundigen. In het ijzige klimaat van Alaska breekt olie in zee moeilijk af. Nog steeds spoelt onder het ijs ‘verstopte’ olie van de Exxon Valdez aan Arctische kusten aan. Volgens schattingen lieten een kwart miljoen vogels en duizenden zoogdieren het leven.