'Niet stilstaan, dat is de moraal'

Deze week Klaus Bertisch, dramaturg bij De Nederlandse Opera

Opera

L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe (Ned. première) van Hans Werner Henze. Radio Fil. Orkest en Groot Omroepkoor/Markus Stenz. 17/3 Concertgebouw Amsterdam. ****

Nieuwe stukken ontdekken is een leuk en ook noodzakelijk onderdeel van mijn werk. L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe van Hans Werner Henze (1926) ging in 2003 tijdens de Salzburger Festspiele in première, maar ik kende het werk nog niet.

Henze heeft prachtige stukken geschreven, zoals The Bassarids en Elegy for Young lovers. L’Upupa heeft ook sterke elementen, vooral in de toverachtige manier waarop kleur is gegeven aan naïviteit. Maar in alle eerlijkheid: na deze opera had Henze moeten stoppen. Bij recentere werken heb ik zijn weelderigheid in instrumentatie en rijkdom aan stijlen soms te zeer gemist.

Henze baseerde zich voor L’Upupa op een Arabisch sprookje. Het libretto wordt wel omschreven als een variant op Die Zauberflöte, vanwege het sprookjesachtige en de vogelelementen. Maar het thema is ook heel faustisch. Een koning mist zijn vogel en drie zoons gaan op zoek. Al Kasim, de goede zoon, vindt de vogel met hulp van een demon.

Eind goed al goed? Nee, want daarna volgt de ene na de andere queeste. Dat is de moraal en de essentie van de opera: Al Kasim heeft bereikt wat hij had moeten bereiken, maar hij gaat toch door met de volgende taak. Net als componist Henze zelf. Tevreden zijn zit er niet in. Die gespletenheid, dat rusteloze, is veelzeggend. Henze heeft voortdurend geworsteld met zichzelf, zijn homoseksuele geaardheid, zijn Duitse verleden. Ik denk dat hij door deze ogenschijnlijk naïeve parabal nog een keer als wijze oude man iets aan de jeugd wil meegeven. Dat je open moet blijven staan voor nieuwe dingen. Doorgaan, geen genoegen nemen met stilstand.

De operaserie van de Matinee is vaak aanvullend op wat er bij De Nederlandse Opera te zien is. Dáár deden ze de dingen die wij niet doen. Veel Entartete Musik, veel zelden opgevoerde belcantowerken. En dus L’Upupa, want bij DNO zit er geen Henze in de planning.

Goed dat de Matinee ons met dit werk laat kennismaken. En toch... Een scenische opvoering had wel veel extra zeggingskracht opgeleverd.

Gelukkig was er een sterke cast. John Mark Ainsley, die de rol van Demon ook zong tijdens de wereldpremière, was geweldig. Totale beheersing, totale verstaanbaarheid. Een meester in zang en spel, die er samen met Detlef Roth (Al Kasim) ook visueel een feest van maakte. En die lof geldt ook het Radio Filharmonisch Orkest onder Markus Stenz.

Je kunt kritiek hebben op hoe illustratief Henzes muziek is met al die laatromantische, oosterse tintjes, maar de musici speelden vol inzet en kleur. Voor Stenz is dit kernrepertoire: hij doorziet Henzes idioom van binnen en buiten. Dat hoorde je.