Column

Nederland houdt ramen en deuren gesloten

Clairy Polak als interviewer in ‘Buitenhof’ (AVRO/VARA/VPRO).

Als Clairy Polak aan de beurt is om Buitenhof (AVRO/VARA/VPRO) te presenteren zijn de gesprekken vaak spannender dan gemiddeld. En dan draaide Polak dit weekend zelfs een dubbele dienst, want vrijdag begon zij ook met een nieuw seizoen van het programma De waan van de dag (VARA), over de media.

Buitenhof leek ook bijna wel een thema-uitzending te beleven, met als rode draad het naar binnen gekeerde van de huidige Nederlandse politieke cultuur. Of zoals schrijver en boekverkoper Maarten Asscher het samenvatte: „Er zijn wel meldpunten om je te beklagen over buitenlanders, maar de taal en de cultuur van die buitenlanders wordt niet meer relevant geacht”, getuige het plan om universitaire opleidingen Portugees en Roemeens af te schaffen.

Polak acteerde even (naar we moeten aannemen) dat ze niet wist wat Asscher bedoelde met „de BRIC-landen”, maar dat hield het gesprek wel levendig. Net als haar spontane vraag aan SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan of hij het ook toevallig aanwezige SER-lid Louise Fresco voor ogen had, toen hij zei te hopen dat zijn opvolger een vrouw zou zijn.

Fresco, vooral gevraagd in haar hoedanigheid van universiteitshoogleraar duurzame ontwikkeling, begon fris van de lever de ontwikkelingssamenwerking te herdefiniëren: „We hebben al heel lang in dit land een soort van patstelling: als je tegen ontwikkelingssamenwerking bent, dan ben je een slecht mens.”

Als Fresco het over landbouw in Afrika heeft, dan weet ze daar meer van dan bijna ieder ander. En dus heeft ze recht van spreken als ze de efficiëntie en effectiviteit van de huidige hulp ter discussie stelt. Het is een kwestie van salarissen en strijkstokken, maar toch ook van de verouderde gedachte dat wij weten wat goed is voor Afrika, en dat ons model beter zou zijn dan het Braziliaanse of het Chinese.

Eerder had de Amerikaanse journaliste Deborah Scroggins zich in Boeken (VPRO) ook al verbaasd over de Nederlandse houding ten opzichte van de wereld. Ze schreef een boek, Twee vrouwen, dat voor de helft gaat over Ayaan Hirsi Ali. Voor de research woonde Scroggins vier jaar in ons land en ontdekte dat er ook voor 11 september 2001 al veel vooroordelen leefden over de islam. Daarna werd iedereen aangemoedigd die ook uit te spreken. Zo vond Hirsi Ali een ideale bedding voor haar radicale uitspraken: „Het verraste me dat ze hier als intellectueel werd beschouwd. In de VS zijn er ook mensen die dat vinden, maar met die religiekritiek was ze er geen volksvertegenwoordiger geworden.”