Londen wijst de weg

Overal in Europa wordt de komst van nieuwe immigranten ontmoedigd. Maar Londen bewijst hoezeer een stad kan profiteren van openheid en tolerantie jegens nieuwkomers. „De stad kan een lichtbaken voor anderen zijn.”Floris van Straaten

Buurtbewoners staan voor een dichtgetimmerde pub in de Londense wijk Tottenham. Vorige maand bracht prins Charles, de Prince of Wales, een bezoek aan de buurt om te zien hoe de wijk herstelt van de hevige rellen in augustus 2011. Foto AFP

Bij mijn vaste kapperszaak, Mr Toppers in de wijk Camden, werd ik nu eens door een Australische geknipt, dan weer door een oudere Ierse heer of een jonge Hongaar. Soms ook door een jongeman uit Sevilla, een heuse Barbier van Sevilla. Toen in het Royal Free Hospital ons zoontje werd geboren, voerde een Nigeriaanse arts de keizersnede uit, bijgestaan door een Iraanse collega, waarna moeder en kind belandden op de kraamafdeling, geleid door een struise Nieuw-Zeelandse. Tijdens de zwangerschap hadden we te maken met Indiase en Griekse artsen, een Somalische en een Zuid-Afrikaanse assistente op de afdeling radiologie. Slechts incidenteel dook een Britse arts op.

De bevolking van Londen blijft zich door de komst van honderdduizenden nieuwkomers elk jaar in een razend tempo vernieuwen. In 1951 was een op de twintig inwoners in het buitenland geboren, nu een op de drie. Van de kinderen die in 2007 in Londen werden geboren, had 54 procent een moeder wier wieg in het buitenland had gestaan.

Nergens zijn de gevolgen van die volksverhuizing meer zichtbaar dan op gemeentelijke basisscholen, waar nog maar 35 procent van de kinderen blank is. Daar moeten leerlingen niet alleen taal en rekenen leren, maar worden ze ook klaargestoomd voor het leven in een uitzonderlijk multiculturele stad.

Neem de Winton School, vlakbij King’s Cross Station in een wijk met veel arme immigranten. De basisschool, een Victoriaans bakstenen gebouw, telt 240 leerlingen uit 60 landen. Ze spreken 25 verschillende talen. De grootste groep komt uit Bangladesh, gevolgd door Somalië en Turkije. Daarna pas volgen Britse kinderen.

Volop potentieel dus voor misverstanden, botsingen en frustraties. Dat valt in de praktijk mee, al zijn er vooral in het begin wel taalproblemen. De enorme verscheidenheid vergt veel geven en nemen van leerlingen, leerkrachten en ouders. Of het nu gaat om het schooluniform, muziekles of gymnastiek. „We moeten hier en daar compromissen sluiten zonder onze principes in de steek te laten”, zegt schoolhoofd Penny Spencer.

Is het gewenningsproces overal in de stad zonder problemen verlopen? Vanzelfsprekend niet. Vooral in de eerste decennia na 1945 waren er aanvaringen. Maar geleidelijk aan ontwikkelde zich een modus vivendi, waarbij mensen elkaar steeds meer begonnen te accepteren en zelfs te respecteren. Wie zich te veel ergerde aan al die nieuwkomers, of juist aan de ‘inheemse’ Londenaren, trok weg.

De nieuwkomers – per definitie de meer ondernemende lieden in eigen land, anders waren ze thuisgebleven – hebben Londen een benijdenswaardige dynamiek geschonken. Niet alleen zijn de immigranten, arm en rijk, in hun wil om te slagen dikwijls bereid net even harder en slimmer te werken dan arbeidskrachten van eigen bodem, al die buitenlanders met hun verschillende culturen brengen ook een stroom nieuwe ideeën met zich mee. Daarvan profiteert de stad aanzienlijk. De Londense Kamer van Koophandel meldde in 2010 dat zeven van de tien aangesloten bedrijven dacht dat Londen minder concurrerend zou worden zonder immigranten.

Volgens Philippe Legrain, een econoom die veel over migratie heeft gepubliceerd, richten de nieuwkomers twee keer zo vaak als autochtonen nieuwe bedrijven op. Er zitten dikwijls hoogbegaafde mensen onder. „Wanneer tien mensen hetzelfde denken, zijn tien hoofden niets beter dan een”, stelde Legrain vorig jaar in een door het weekblad The Economist gearrangeerd internetdebat. Maar wanneer er mensen met verfrissende ideeën van buitenaf komen, kan er een vruchtbare uitwisseling beginnen. „Dat kan een enorme stimulans geven aan bedrijven en organisaties, zoals plaatsen als Londen en Silicon Valley laten zien.”

De banken in de City trekken al jaren de slimste jonge breinen uit de wereld aan om voor hen (en voor zichzelf) op inventieve wijze veel geld te verdienen. Het heeft de Britse schatkist en daarmee de samenleving vooral in de jaren voor de crisis van 2008 tientallen miljarden aan belastinggeld opgeleverd. Ook in de kunsten zorgden immigranten voor belangrijke creatieve impulsen.

Geluk

Valt de ervaring van Londen te vergelijken met die in Amsterdam, Rotterdam, Hamburg of Parijs? Ook die steden kregen te maken met grote aantallen buitenlanders uit andere culturen en met andere religies. En ook daar werd geëxperimenteerd met het multiculturalisme als beleid. „Londen heeft geluk gehad met zijn immigranten”, zegt Colin Budd, voormalig Brits ambassadeur in Den Haag en later werkzaam voor de anti-discriminatiewaakhond EHRC in Londen. „Om te beginnen hadden we het voordeel dat de meeste immigranten al Engels spraken toen ze hier kwamen.” Het ging bovendien niet hoofdzakelijk om laaggeschoolde dorpsbewoners uit Turkije of Marokko, zoals in veel andere Europese steden, maar ook om rijke en hoog geschoolde.

Die veelzijdigheid voorkwam dat immigranten in de perceptie van de Londenaren direct konden worden weggezet als nutteloze arme sloebers. Bovendien komen ze uit veel meer verschillende landen dan in andere West-Europese steden, Parijs incluis.

Er zijn in Londen gemeenschappen uit zeker veertig landen met een omvang van tienduizend mensen of meer. Van India tot Polen, en van Jamaica tot Somalië. Die verscheidenheid versterkt het gevoel bij alle nieuwkomers dat ze zich moeten aanpassen. Ze hoeven er niet op te rekenen dat hun groep ooit dominant wordt. Autochtone Londenaren hoeven op hun beurt niet bang te zijn dat ze door één immigrantengroep worden overvleugeld. Dit verklaart ook waarom in Londen de obsessie ontbreekt met moslims (800.000 van de bijna 8 miljoen inwoners), die zo kenmerkend is geworden voor Nederland. Dit ondanks het feit dat radicale moslims er bloedige zelfmoordaanslagen hebben gepleegd.

Ook het zakelijke succes van sommige Aziatische zakenlieden, die veel Londenaren te werk stellen, vergemakkelijkte de acceptatie door de autochtone Britten. De geesten waren in Londen bovendien rijper dan elders voor een toevloed van buitenlanders. Niet alleen was de stad al eeuwen een belangrijk handelscentrum, het enorme Britse koloniale rijk had ook tot relatief veel begrip geleid voor Aziatische en Afrikaanse culturen en godsdiensten.

Ook Britse tradities speelden een rol. Vrijheid heeft op de Britse eilanden altijd in hoger aanzien gestaan dan gelijkheid en broederschap. Britten zijn vanouds grootgebracht met het idee dat niet alle mensen precies hetzelfde zijn of hetzelfde hoeven te zijn. Van immigranten wordt vooral verlangd dat ze anderen niet in de weg zitten: de filosofie van ‘live and let live’.

Zelfvertrouwen

Niet dat de Londenaren allemaal verrukt zijn van islamitische sluiers, gepeperd eten of Caraïbische dansen, of dat ze zelfs maar geïnteresseerd zijn in contacten met hun allochtone medemens. Maar ze gunnen mensen die zulke dingen wel op prijs stellen de ruimte. Dus aan een boerkaverbod hebben ze geen boodschap. Britse tolerantie komt in de praktijk vaak neer op niet veel meer dan onverschilligheid.

Maar ook in zo’n klimaat kunnen immigranten uitstekend gedijen. De Britten geven hun de ruimte. Een eigen zaak opzetten? Geen probleem, zolang je legaal bent en je aan de veiligheidsvoorschriften houdt. De Nederlandse diplomacultuur, die immigranten zo dikwijls frustreert, is in Groot-Brittannië veel minder aanwezig.

Wie de toestand in Londen vergelijkt met Nederland, ziet veel overeenkomsten. De integratie van alle nieuwkomers blijft een probleem. Wat dat aangaat, ligt Londen zeker niet voor op Nederlandse grote steden. Het belangrijkste verschil dat in het oog springt is dat de Londenaren zich minder krampachtig opstellen tegenover nieuwkomers en tegenover mensen die anders zijn dan zijzelf. Wat is de verklaring daarvoor? Mogelijk heeft het te maken met een groter zelfvertrouwen over de eigen plaats in een wereld die steeds sterker internationaliseert.

Een stad met veel mensen uit het buitenland hoeft nog niet per se kosmopolitisch te zijn. Londen is dat wel. Vooral de laatste paar decennia is er een uitzonderlijk tolerant klimaat ontstaan jegens buitenlanders, van welke huidskleur, religie of cultuur ook. In dat opzicht had het Internationaal Olympisch Comité geen betere plaats kunnen uitkiezen voor de Spelen van komende zomer.

Anders dan Nederlanders blijven de Londenaren zich openstellen voor de buitenwereld. Veel Britten buiten de hoofdstad hebben die neiging minder. Ook de huidige regering van premier David Cameron probeert de deur verder te sluiten voor immigranten.

Al te idyllisch moet de eendracht in Londen ook weer niet worden voorgesteld. Dat bewezen de rellen en plunderingen in Londen van augustus 2011. Toen kwam pijnlijk aan het licht dat veel jongeren verstoken zijn van elke gemeenschapszin, ook sommige immigrantenkinderen. Maar tegelijk viel op dat andere groepen nieuwkomers – Punjabi’s in Southall, Polen in Ealing, Koerden in Haringey en Turken in Dalston – juist moedig weerstand boden aan plunderaars. IJverig hielpen ze naderhand bovendien mee bij het opruimen van de rotzooi. Waarderend constateerde columniste Christina Odone in de conservatieve Daily Telegraph dat veel immigranten, hoe weinig ontwikkeld ook, er heldere traditionele normen en waarden op na houden waarop veel Britten jaloers kunnen zijn.

De meeste Londenaren lijken te begrijpen dat ze eerder voor- dan nadelen hebben te verwachten van de aanhoudende stroom nieuwkomers. Ook voor Budd lijdt het geen twijfel dat Londens openheid en verdraagzaamheid direct zijn verbonden met haar welvaart. „Londen is zo succesvol omdat het open is.”

Volgens oud-burgemeester Ken Livingstone kijken veel Europese landen op het ogenblik te veel naar binnen met hun gepraat over barrières en bescherming. Zijn prognose voor Europa is dan ook niet rooskleurig. Maar, zegt hij, dat hoeft voor Londen niet te gelden. „Zolang we de Britse regering niet toestaan immigranten tegen te houden die naar Londen willen komen, kan de stad een lichtbaken voor Europa zijn. Het zou weleens kunnen dat men door het succes van Londen in het buitenland ook weer het roer zal omgooien.”

Dit is een voorpublicatie van het boek Londen. Multicultureel mekka aan de Theems, dat Floris van Straaten schreef na zijn correspondentschap in het Verenigd Koninkrijk. Het boek is deze maand verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.