Interne onrust bij de PVV, dat komt de tussenformatie niet ten goede

In de coalitie neemt de beduchtheid voor zaken doen met de PVV toe, nu Kamerlid Hero Brinkman opnieuw rebelleert tegen zijn partij. Brinkman zegt zelf over een eventuele afscheiding: „Ik ben op elke mogelijke uitkomst voorbereid.”

„Ik vind het schandalig dat die e-mail is uitgelekt. Maar ik sta 300 procent achter de inhoud’’, aldus Hero Brinkman, vanochtend aan de telefoon.

Het PVV-Kamerlid dropte vorige week, niet voor het eerst, een bommetje in zijn partij. Zijn bezwaren tegen het ‘Polen-meldpunt’ van de PVV, zoals verwoord in een e-mail die vrijdag werd onthuld door EenVandaag, hebben levensbedreigende potentie voor de PVV én het kabinet-Rutte. Dankzij de gedoogsteun van de PVV rust de coalitie op een Kamermeerderheid van 76 zetels; er hoeft maar één Kamerlid zijn steun op te geven en de coalitie zakt vermoedelijk in elkaar. Ook in de grootste coalitiepartner, de VVD, zijn er mensen die rekening houden met dat scenario, bleek afgelopen weekeinde. Bovendien hebben ze in de coalitie reden aan te nemen dat de afscheiding van één PVV-Kamerlid leidt tot meer openlijke opstand in Wilders’ partij.

Wij volgen dit van dag tot dag, vertellen ze in de VVD. Met andere woorden: ook de grootste coalitiepartij realiseert zich dat de gecompliceerde onderhandelingen in het Catshuis – over miljardenbezuinigingen met enorme politieke risico’s – elk moment zinloos kunnen worden wanneer PVV-leider Geert Wilders niet in staat is zijn partij bij elkaar te houden.

Vanochtend bleek dat oud-politieman Hero Brinkman dit allemaal begrijpt, en niettemin al zijn opties openhoudt.

Er zijn PVV’ers die vertellen dat u erop bent voorbereid om uit de partij te stappen. Is dat juist?

„Mijn intentie is om van de PVV een partij te maken waar mijn zoon over dertig jaar een trots lid van kan zijn. Zolang Geert Wilders actief is in de politiek, zal hij mijn politiek leider zijn. Ik ben er niet op uit zijn leiderschap uit te dagen, zoals wel is gesuggereerd. Maar ik realiseer me ook dat de e-mail, en het uitlekken ervan, een nieuwe politieke situatie creëert.

„Ik ben op elke mogelijke uitkomst voorbereid. Ik heb bezwaren tegen dat meldpunt omdat het twee zaken – arbeidsverdringing en klachten over criminaliteit – met elkaar verwart. Een partij die regeringsverantwoordelijkheid draagt, moet zorgvuldiger met zo’n zaak omgaan. Dat is mijn punt.”

In de mail schrijft u dat het meldpunt in de fractie met ‘hosannaverhalen’ is ontvangen. U staat alleen?

„Mijn e-mail staat morgen op de agenda van de fractie, zo heeft de secretaris van de fractie meegedeeld…”

U bedoelt fractiesecretaris Martin Bosma, van wie iedereen weet dat u een zéér gespannen relatie met hem heeft?

„...ja, die, meneer Bosma dus, heeft laten weten dat we het er morgen over gaan hebben. Dus dat wacht ik af.”

Houdt u er rekening mee dat u uit de fractie wordt gezet?

„Dat lijkt me niet de meest waarschijnlijke uitkomst.”

Het is waarschijnlijker dat u zelf opstapt?

„Nogmaals, ik ben op elke mogelijke uitkomst voorbereid.”

En mensen die zeggen: Hero past eigenlijk beter bij de VVD?

„O, ik ben een echte PVV’er.”

Denkt u trouwens dat de coalitie iets te vrezen heeft als u alleen door zou gaan? U bent het inhoudelijk bijna altijd met het kabinet eens?

„Daar ga ik even niets over zeggen.”

Het probleem voor de coalitie is dat er nu twee – ongemakkelijke – feiten zijn gecreëerd: Brinkman keert zich openlijk tegen het Polen-meldpunt waar zijn partij trots op is, maar dat premier Rutte internationaal in het defensief heeft gebracht; Brinkman zinspeelt op de mogelijkheid dat hij de PVV-fractie verlaat, zodat de meerderheid in de Kamer voor de coalitie in gevaar kan komen.

Intussen zijn de onderhandelingen in het Catshuis, de ‘tussenformatie’, sinds vorige week donderdag de inhoudelijke fase ingegaan. De zes onderhandelaars buigen zich nu over concrete bezuinigingsdossiers.

Ze zijn het eens over het principe dat de drie partijen met elkaar bezuinigingen moeten vinden die resulteren in een begrotingstekort van maximaal 1,8 procent in 2015. Zo is dat in het regeerakkoord afgesproken, en die afspraak willen ze nakomen. Met die formule ontlopen onderhandelaars nog even het ingewikkeldste probleem – het feit dat de Europese Commissie al voor volgend jaar een daling van het tekort tot 3 procent voorschrijft (het komt zonder extra bezuinigingen uit op 4,5 procent). De formule is daarom dat ze eerst de bezuinigingen voor 2015 inboeken, daarna laten bekijken wat het effect van die bezuinigingen is op het begrotingstekort in 2013, en vervolgens – via een nullijn in de collectieve sector en een btw-verhoging – ook dat gat dichten.

Dit alles vergt dat alle drie de partijen de komende weken enorme politieke risico’s nemen. Om er een paar te noemen: het CDA moet vrijwel zeker instemmen met forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, hoewel een deel van de achterban daarin reden ziet de steun aan de coalitie op te zeggen. De VVD en de PVV zullen vormen van beperking van de hypotheekrenteaftrek moeten accepteren, hoewel Rutte en Wilders in de campagne allebei hebben beloofd dat daarvan geen sprake zal zijn. De PVV zal zich neer moeten leggen bij meer (en soms forse) eigen bijdragen in de zorg.

In de coalitie bestaat inzake het laatste onderwerp al de vrees dat de partij van Wilders nauwelijks wil bewegen. Het feit dat Wilders zich in de onderhandelingen laat vergezellen door Fleur Agema, die de partij een linksig imago op het punt van de zorg geeft, heeft het vertrouwen in een goede afloop niet automatisch versterkt.

Het ingewikkelde aan de laatste zaak-Brinkman is dat binnen CDA en VVD de vraag opkomt waarom zij zelf wel grote risico’s zouden nemen, nu zij rekening moeten houden met de reële mogelijkheid dat de PVV in beslag wordt genomen door intern gewoel. Er komt bij dat er in de coalitie, al dan niet in de vorm van wishful thinking, rekening wordt gehouden met meer PVV-afvalligen in de komende tijd.

Veelbetekenend wijzen ze op een recente wijziging in het fractiebestuur van de PVV, waarbij het Kamerlid Raymond de Roon werd vervangen voor Louis Bontes. Binnen de PVV bestaat al geruimere tijd een tweedeling. Enerzijds is er de ‘fractie van negen’: de Kamerleden die in de periode 2006-2010 hebben meegemaakt dat zij op het Binnenhof als paria’s werden behandeld, en daaruit de strategische keuze hebben gemaakt dat een politiek en sociaal isolement voor de partij het beste is. Anderzijds zijn er de nieuwkomers die na de monsteroverwinning van 2010 tot de fractie toetraden. Een aantal van deze Kamerleden voelt er niets voor zich van de rest van het Binnenhof te isoleren. En bij die recente verandering van het fractiebestuur was het de ‘fractie van negen’ die aan het langste eind trok. De groep, informeel aangevoerd door fractiesecretaris Bosma, die het contact met de buitenwereld bij voorkeur tot een minimum beperkt, voerde intern campagne voor Bontes – en won.

Vandaar dat ze in de coalitie analyseren dat de jongste acties van Hero Brinkman wel eens een te onbesuisde reactie hierop kunnen zijn. Als Brinkman deze week de fractie zou verlaten, zeggen ze, krijgt hij vermoedelijk niemand mee, en komen de coalitie én Brinkman zelf in politiek niemandsland terecht. Als Brinkman geduld zou hebben, en het nog even uitzingt, is de kans reëler dat de PVV te maken krijgt met een serieuze afsplitsing. „Hero is een schaap dat te vroeg over de dijk komt”, zei een bewindspersoon dit weekeinde.

En zo ontwikkelt de tussenformatie zich voor Wilders tot een ideale paradox voor VVD en CDA. Om zijn eigen partij bij elkaar te houden, kan hij maar het beste instemmen met rigoureuze maatregelen in het Catshuis. En dan nog kan de PVV daarna zomaar uiteenvallen.