In koers voor de wachtende wielrenner is Simon Gerrans het geduldigst

Wielrenner Simon Gerrans won zaterdag de eindsprint van Milaan-Sanremo. La Primavera is een koers waar geduld beloond wordt.

Milaan-Sanremo is wachten. In winter en herfst is het wachten op Milaan-Sanremo, tijdens de eerste klassieker van het wielerseizoen wordt het wachten urenlang voortgezet. Wachten op de Poggio, de helling waar na ruim 290 koerskilometers de beslissing vaak valt. En anders is het wachten op de sprint, zes kilometer verderop. De Australiër Simon Gerrans wachtte zaterdag het langst en won.

Bij goed weer komt het in de langste klassieker van het seizoen aan op geduld, en zaterdag scheen de zon. Het gaat om de Poggio en die is bij de start nog ver. Milaan-Sanremo is wachtend de Italiaanse Rivièra afzakken. Rechts de rotsen, links de zee. En 298 kilometer fietsen. Wachten met gemiddeld 42,6 kilometer per uur, dat wel. En geen slachtoffer worden van de afvalrace. Want driehonderd koerskilometers eisen altijd hun tol.

Topfavoriet Mark Cavendish lost zaterdag verrassend als eerste uit het peloton. Op Le Manie, niet meer dan een heuvel, kan hij al niet meer volgen. Het peloton pedaleert voort, wachtend op de volgende heuvels. Capo Berta? Wachten. Cipressa? Nog even wachten.

Critici noemen Milaan-Sanremo neerbuigend een sprinterskoers. De Cipressa en Poggio waren in vroegere tijden flinke beklimmingen, voor de topsporters van tegenwoordig zijn de heuvels van honderd meter hoog niet veel meer dan een lanceerplatform. Hard naar boven, nog harder naar beneden, en dan in Sanremo sprintend naar de finish. Het waren de afgelopen twintig jaar ook het vaakst sprinters die werden gehuldigd: Cipollini, Zabel, Petacchi, Freire en Cavendish bijvoorbeeld.

Het wachten maakt nerveus. Alejandro Valverde, de beste renner van het vroege voorjaar, is er om die reden niet bij. Hij vind het maar niets, dat ongedurige gewring in het peloton waardoor valpartijen altijd op de loer liggen. En waar de favorieten zich in andere koersen pas in de laatste kilometers voorin laten zien, rijden Tom Boonen en Fabian Cancellara al op 90 kilometer voor de finish op plaats 6 en 7 in het peloton. Hoe verder voorin, hoe kleiner de kans dat iemand voor je valt.

Philippe Gilbert wordt op de Cipressa wel het slachtoffer van een valpartij. Hij zal moeten wachten op de andere voorjaarsklassiekers, in de Ardennen.

Op de Poggio moet je demarreren, maar niet te vroeg. Rennersbenen kunnen na bijna driehonderd kilometer fietsen niet veel meer verdragen. Vlak onder de top is daarom de beste plek. De Italiaan Vincenzo Nibali springt daar ook weg en krijgt Simon Gerrans en Cancellara mee.

Dalen is het vervolgens, alleen maar dalen. Met z’n drieën zes kilometer lang het jagende peloton voorblijven. In de straten van Sanremo wil Cancellara dat zijn medevluchters ook op kop rijden, hun werk doen om vooruit te blijven. Het peloton is hen al tot op een paar seconden genaderd.

Maar Gerrans wacht, hij heeft zijn energie nodig voor de eindsprint. En Cancellara weet dat als hij niet doortrapt, hij in elk geval niet wint. Twee renners kan hij misschien verslaan, de aanstormende topsprinters zeker niet.

Gerrans wacht in de straten van Sanremo, heel lang. Als Cancellara op 100 meter voor de finish de sprint aangaat, wacht Gerrans nog steeds. Pas in de laatste dertig meter schiet hij naar rechts en sprint Cancellara voorbij. De 31-jarige Australiër won al etappes in de Giro, Tour en Vuelta, maar noemt zijn zege van zaterdag zijn mooiste overwinning. Op Milaan-Sanremo kan je heel je carrière wachten.