'In 2011 vonden maar 2.000 mensen een vaste baan'

De aanleiding

‘Niemand krijgt meer vaste baan’ kopte dagblad Trouw anderhalve week geleden op de voorpagina. Volgens de onderkop was het aantal vaste contracten in 2011 met 97 procent afgenomen. Nog maar 2.000 mensen kregen vorig jaar een vaste aanstelling, zo begon het artikel, terwijl dat er in 2010 nog 83.000 waren.

Kan je een vaste baan momenteel wel vergeten, vroegen next.checkt-lezers Jan Jacob van Houte en Annemiek de Vries aan ons.

Hoe is er gemeten?

Trouw baseerde zich op een onderzoek van uitkeringsinstantie UWV naar het aantal vacatures in 2011. Daarvoor werd telefonisch gesproken met 4.600 bedrijfsvestigingen. Volgens het rapport zijn de steekproefaantallen vervolgens „opgehoogd naar de totale populatie” vestigingen. In het vacatureonderzoek werd de werkgevers ook gevraagd wat voor soort contract nieuwe werknemers kregen aangeboden.

En, klopt het?

Kregen vorig jaar inderdaad maar 2.000 werknemers een vast contract? Nee, want het UWV had er niet bijgeschreven dat het bij die 2.000 vaste aanstellingen alleen om eerste contracten ging voor nieuw aangetrokken personeel. „Het aantal personen dat in het afgelopen jaar een vast contract heeft aangeboden is met 97 procent spectaculair gedaald (van 83.000 in 2010 naar 2.000 in 2011)”, zo stond er letterlijk in het rapport, dus inclusief de taalfout „heeft aangeboden” in plaats van ‘kreeg aangeboden’.

Dat het alleen om eerste contracten ging is op zich wel logisch, aangezien het UWV onderzoek deed naar openstaande vacatures. Deze nuance bleek pas in de vijfde zin van het Trouw-artikel. Alle mensen die vorig jaar na een of meerdere tijdelijke contracten een vaste aanstelling kregen werden bij die 2.000 vaste aanstellingen dus niet meegeteld. In diverse websiteberichten bleek nergens dat het alleen om vaste contracten na vacatures ging, waardoor het totale aantal vaste contracten in 2011 maar 2.000 leek te zijn.

Maar hoe hoog was dat aantal dan in werkelijkheid? Die vraag blijkt niet precies te beantwoorden. Gealarmeerd door het Trouw-artikel vroeg het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bij het CBS om opheldering. Dat vervroegde daarop de presentatie van een onderzoek naar zogenoemde baanvinders in 2011. Een baanvinder is iemand die op het moment van enquêteren meer dan 12 uur per week werkt en korter dan een jaar in dienst is. Daarvan waren er in 2011 volgens de resultaten van een steekproef 335.000 met een vast contract. Omdat hier ook mensen bij zitten die dat vaste contract al in 2010 kregen, valt niet te zeggen wat het totale aantal werknemers is dat in 2011 een vaste aanstelling kreeg.

Wel blijkt uit de steekproef dat er in 2011 48.000 mensen waren met een vast contract die op het moment van de enquête minder dan een maand in dienst waren. Van hen is het volgens het CBS aannemelijk dat ze in 2011 zijn begonnen en direct een vast contract kregen. Dat zijn er dus aanzienlijk meer dan die 2.000 van het UWV.

Vanwaar de verschillen? Beide organisaties wijzen op de uiteenlopende onderzoeksmethoden. Het UWV ondervroeg werkgevers, het CBS werknemers. „Wij vonden de afname van 97 procent in direct vaste contracten ook opmerkelijk”, zegt directeur Philip de Jong van onderzoeksbureau APE, dat in opdracht werkt van het UWV. De CBS-cijfers tonen ook een afname van het aantal vaste en een toename van het aantal tijdelijke contracten, maar veel minder sterk dan de UWV-cijfers. Volgens een woordvoerder bezint minister Henk Kamp van SZW zich op aanvullend onderzoek.

Conclusie

Dagblad Trouw meldde anderhalf week geleden dat in 2011 slechts 2.000 mensen een vast contract hebben gekregen – een daling van 97 procent ten opzichte van 2010. Het ging hier echter alleen om mensen die op een openstaande vacature reageerden en vervolgens direct een vaste aanstelling kregen. Het totale aantal mensen dat vorige jaar een vast contract kreeg ligt aanzienlijk hoger. Het is gebruikelijk dat werknemers eerst een of meerdere tijdelijke contracten uitdienen en pas daarna een vaste baan krijgen. Zij werden bij die 2.000 niet meegeteld. Hoe groot het totale aantal vaste contracten in 2011 was, is niet bekend, omdat er geen onderzoek naar wordt gedaan. Of het aantal van 2.000 directe vaste contracten correct is, blijft ook de vraag. Het CBS telde, met een andere meetmethode, 48.000 mensen die in 2011 direct een vaste aanstelling kregen. Vaststaat in ieder geval dat er vorig jaar meer dan 2.000 mensen een vast contract kregen. We beoordelen de bewering dan ook als onwaar.