Heb de piep lief

Wat zijn de kleine verhalen waar de moderne mens in gelooft? Wekelijks vertelt Arjen van Veelen zo’n moderne mythe. Vandaag: het geluid van vooruitgang.

Een mensenleven is in een piep voorbij, maar soms lijkt het wel dat het leven ook louter bestáát uit piepjes. De piep van de wekker. De piep als je je auto van een afstandje opent. Incheckpaaltjes. Kassa’s. De magnetron. De telefoon. Het zou [PIEP] verboden moeten worden, al dat ongelofelijke [PIEP] [PIEP] gepiep.

Zóú – want de piep verdient respect en bewondering.

‘The beep’, schreef Virginia Heffernan eens in de New York Times, ‘is an ingenious creation’. Inderdaad is de piep een vernuftige creatie, een ondergewaardeerde uitvinding. Niet de piep van muisjes of van schoenen in de gymzaal, maar de mechanische, elektronische piep. Die staat op gelijke hoogte met de paperclip, de gloeilamp en de balpen.

Het Nederlands heeft geen apart woord voor de elektronische piep. Een vogeltje en een magnetron zeggen bij ons allebei ‘piep’. Het Engels maakt dat onderscheid wel. Een elektronische piep heet daar een bleep. Een Engelse magnetron bleept. Een Engelse vogel twittert.

Dat woord ‘bleep’ bestaat pas sinds 1953, volgens het etymologisch woordenboek. Voor die tijd was het woord kennelijk niet nodig. Horloges tikten wel, telefoons rinkelden al, maar er bleepte niets. Mensen van 100 jaar oud hebben die pieploze tijd nog meegemaakt.

Onze ‘beep-filled modern age’ begon pas toen kleine piëzo-elektrische luidsprekertjes konden worden geproduceerd, schrijft ontwerper Max Lord in het webmagazine ‘Boxes and Arrows’ (‘Why Is That Thing Beeping? A Sound Design Primer’). „Tot de jaren vijftig was het onpraktisch voor elk ander apparaat dan een radio om een versterkt, elektronisch voortgebracht geluid te produceren” Daarna kon vrijwel alles piepen, zelfs een verjaardagskaart.

Het is het geluid van vooruitgang. Een moderne, typisch menselijke luchttrilling. Nogmaals Hefferman: ‘planten piepen niet, noch het weer, noch dieren […] je vraagt je nooit af: is dat een piep of een nachtegaal? Is dat een piep of een tornado?’.

Dat gepiep lijkt irritant, maar is in wezen van grote emancipatoire betekenis, zowel voor mensen als voor apparaten. Apparaten waren vroeger doofstom, opgesloten in zichzelf. De piep bracht de gave van het woord aan wasmachine en magnetron. En meer dan ooit leven we in een tijdperk waarin apparaten tegen ons praten.

Wat zeggen die apparaten dan zoal met hun geluidjes? Volgens een definitie van audiowetenschappers Bruce N. Walker en Gregory Kramer is het een signaal dat „something has, or is about to happen, or that the listener’s attention is required in some task”.

Die boodschap lijkt eentonig: Aandacht! Aandacht! Alsof de piep niets meer is dan een akoestisch uitroepteken. Alsof de apparaten een vocabulaire kennen met slechts één woord. Alsof de piep simplificeert, de communicatie beperkt tot piepen of niet piepen, zoals jonge baby’s alleen kunnen huilen of niet huilen.

Maar de piep bevat juist een enorme rijkdom aan informatie. Vaak hebben wij aan een half piepje genoeg om te snappen wat het apparaat ons wil vertellen. Bliep. Bliep. Blieieieiep – het is de meest efficiënte en elegante vorm van morse.

Piep. Je heerlijke stoommaaltijd zalm met broccoli is klaar!

Piep. Je pinpas zit nog in me, vriend, niet vergeten, hè?

Piep. Doe je gordel eens om, joh! Voor je eigen bestwil!

Die communicatie werkt ook bevrijdend voor mensen. In een leven zonder piepjes zouden caissières voortdurend naar beneden moeten staren of het pak melk wel is gescand. Piloten zouden onafgebroken rond moeten kijken in de cockpit of er niet ergens waarschuwingslampjes branden. En jij zou de hele tijd naar je telefoon moeten kijken of je niets mist. De piep redt zelfs mensenlevens, denk aan rookmelders en achteruitrijdende vrachtwagens. De piep is onze beste vriend – probeer het woord piep maar eens uit te spreken met een boze stem.

Soms is de piep bescheiden, zoals de lieve piepjes van de oude Casio-polshorloges . Soms is de piep vrolijk, zoals de piep van Lingo, die vertelt welke letters kloppen. Sommige piepen kennen we alleen uit films, zoals futuristische piepjes of die van in een neerstortend vliegtuig.

Er zijn piepjes waar we bang voor zijn en piepjes waar we naar verlangen. Piepjes die snerpen en piepjes die troosten. De ‘groene’ piep van het incheckpaaltje op het station voelt als een schouderklopje, maar de boze, rode, snerpende piep is eerder een trap in je kruis. Sommige piepjes klinken Duits, anderen Frans. Maar de oerpiep klinkt nog precies hetzelfde. Niet pling pling, of woeshjjj of ploink maar gewoon, klassiek piep. Dat geluid staat symbool voor de liefdevolle verstrengeling van mens en ding. Niet voor niets was het eerste woordje dat de computer kon zeggen piep.

Soms hoor je mensen klagen over de kakofonie aan piepjes in onze samenleving. Die mensen vergeten dat de meeste apparaten het grootste gedeelte van de tijd juist zwijgen. De magnetron, bijvoorbeeld, is een muurbloempje, en piept alleen als echt nodig is.

Nooit leefden mens en ding zo innig samen als in onze tijd. Veel mensen nemen zelfs hun telefoon mee naar bed. En als er één apparaat veel piept, is het de telefoon.

Moderne apparaten piepen vaker dan vroeger. Dat is de schaduwzijde aan deze liefdesgeschiedenis. Door ons jarenlange samenwonen met de pratende apparaten, zijn we zo geconditioneerd dat we achter elk piepje, hoe iel ook, iets urgents zoeken. Geen enkele piep laat ons onberoerd en als we een onbekend piepje horen, rusten we niet voordat we de bron ervan hebben ontdekt.

We vertrouwen er op dat apparaten niet zomaar piepen. En dus kennen we ook aan onbeduidende alerts en berichtjes op de computer of telefoon een groot belang toe, alsof na de piep altíjd een niet te missen update volgt, het wereldnieuws, alsof elke piep even cruciaal is als die van de hartmonitor in het ziekenhuis.

Maar sommige piepjes zijn gewoon gepiep.