Gergjev moet vaker naar KCO

Kon. Concertgebouworkest /Valery Gergjev. 16/3 Concertgebouw A’dam. Concert is terug te horen op radio4.nl (Kavakos) (Gergjev)

Over de relatie van het Concertgebouworkest met Valery Gergjev valt zowel veel als weinig te zeggen. In het kort: ondanks zijn band met Nederland dirigeerde Gergjev het orkest voor het laatst in 1995: een looiige première van een stuk van Oestvolskaja (‘Jezus Messias, redt ons’) vormde toen het sluitstuk van een handjevol samenwerkingen in de vroege jaren negentig. Maar in zeventien jaar is het orkest half vernieuwd, en dit weekend stond Gergjev voor een wezenlijk ander KCO.

Naar de hernieuwde kennismaking werd gespannen uitgezien. Was Gergjev (ja, met de cocktailprikker als baton) alle repetities present? Natuurlijk niet. Maakte dat uit? Och. Gergjevs kracht schuilt vooral in de emotionele en theatrale zuigkracht van uitvoeringen, en Prokofjevs Vijfde symfonie bleek daartoe een ideaal vehikel. Vooral de filmische spanning en ritmische stuwing van het tweede en vierde deel waren exemplarisch, en deden verlangen naar méér samenwerkingen.

Gergjev begon met de veelzijdige Métaboles van Dutilleux – zeker geen gebeiteld repertoire – en zette zo de concentratie op scherp. Op die voedingsbodem volgde het Vioolconcert van Sibelius in nauwelijks te overtreffen uitvoering.

Solist Leonidas Kavakos – schouderlang haar, zwarte jas met ingeweven noppen – is een uniek musicus, wiens grootheid en charme liggen in een ongeëvenaarde mix van vonkend meesterschap, een toon om van te smelten en een muzikale basishouding die niet zozeer uit is op de schijnwerper als wel op optimale verklanking van de partituur als geheel.

Less is more bij Kavakos. Zielkervende ontroering kon bij hem ontstaan in één noot (slotnoot Adagio). En in de toegift, het melancholieke gitaarstukje Recuerdos de la Alhambra van Tárrega in vioolbewerking, vloeiden technisch vernuft (viool als solo- én begeleidingsinstrument) en toonschoonheid onvergetelijk samen.