Gaat de inflatie nu stijgen of (nog) niet?

De geldvoorraad neemt snel toe, dus waar blijft de inflatie? De consumentenprijzen in de Verenigde Staten zijn in februari met 0,4 procent gestegen. Dat kan echter voor het grootste deel op het conto van de benzineprijzen worden geschreven. Op jaarbasis is de inflatie nu hoger dan de doelstelling van 2 procent die het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken, de Federal Reserve (Fed), hanteert – maar niet veel. Toch rijst de geldhoeveelheid de pan uit. Er moet dus een hogere inflatie in het verschiet liggen, anders kan Milton Friedman zijn Nobelprijs beter inleveren.

Friedman heeft betoogd dat „inflatie altijd en overal een monetair fenomeen” is. Hij heeft voorgesteld dat de centrale banken de geldvoorraad jaarlijks in een constant tempo uitbreiden, ongeacht de conjunctuur, om zichzelf versterkende cycli van inflatie en deflatie te voorkomen.

Wat de afgelopen jaren in werkelijkheid is gebeurd, lijkt in de verste verte niet op de aanbeveling van Friedman. De ‘brede’ geldvoorraad, of dat nu de zogenoemde M2-maatstaf is of de nog bredere maatstaf die de St. Louis Fed hanteert, is het afgelopen jaar met bijna 10 procent toegenomen. Friedman meende dat de geldvoorraad in hetzelfde tempo zou moeten groeien als het reëele bbp. Als alle andere factoren gelijk blijven, is de implicatie van een stijging van de geldvoorraad met 10 procent, bij een bbp-groei van nog geen 2 procent, dat de inflatie ruim 8 procent zou moeten bedragen.

Maar dit effect kan ook vertraagd optreden. Het Amerikaans monetair beleid werd rond 1965 bijvoorbeeld ongebruikelijk expansief, terwijl de inflatie pas in 1969 op 5 procent uitkwam en pas in 1974 op 10 procent. De zogenoemde ‘omloopsnelheid van het geld’, het tempo waarin iedere dollar wordt uitgegeven en weer terugkeert, is ook een factor. De crisis van 2008 en het daaropvolgende proces van schuldsaneringen kan die snelheid omlaag hebben gebracht.

Maar als we ervan uitgaan dat uit recente cijfers blijkt dat de Amerikaanse economie zich aan het herstellen is van de schok van 2008, zou de snelheid weer een normaal niveau moeten bereiken. Op grond van Friedmans theorie zou dat tot een snelle toename van de inflatie moeten leiden.

Fed-voorzitter Ben Bernanke en de meeste van zijn collega's geloven echter dat de inflatie bescheiden zal blijven. Daarmee rechtvaardigen zij hun besluit om de rente tot eind 2014 op bijna nul te houden. Als Bernanke gelijk krijgt, heeft hij er meer verstand van dan de commissie die in 1976 de Nobelprijs voor de economie aan Friedman toekende.

Martin Hutchinson enChristopher Swann

Vertaling Menno Grootveld