Fris, energiek, maar ook onrustig

Diederik Samsom kreeg zaterdag een staande ovatie van Job Cohen. Een vergelijking tussen beide PvdA-leiders.

Verslaggever

Rotterdam. Nog voordat de voorzitter van het PvdA-congres de leden zaterdag kon vragen de keuze voor de nieuwe partijleider Diederik Samsom te bekrachtigen, sprong de zaal op en omarmde de nieuwe man met een staande ovatie. Zo groot is de hunkering naar de persoon die de grootste oppositiepartij in de Tweede Kamer weer een aansprekend gezicht moet geven. Wat zaterdag slechts een procedurele bevestiging had moeten zijn in het concertgebouw De Doelen in Rotterdam – Samsom werd vrijdag door 54 procent van de PvdA-leden gekozen tot nieuwe leider – kreeg zo meer het karakter van een huldiging.

Het deed denken aan het enthousiasme waarmee Job Cohen amper twee jaar geleden werd binnengehaald. Zo betrekkelijk kan enthousiasme zijn.

De vorige partijleider refereerde er in zijn afscheidstoespraak direct aan. „Ik weet niet of jullie het nog weten”, hield hij de PvdA-leden voor, „maar toen ik begon schoten de peilingen omhoog en nu ik wegga, jawel...gaan ze weer omhoog.” Even daarvoor keek de zaal naar een filmpje van de oud-partijleider. Daaronder was Amy Macdonalds Don’t Tell Me That It’s Over gemonteerd – alsof PvdA’ers zelf nog niet konden bevatten wat er de afgelopen weken is gebeurd.

Cohen bekeek het allemaal schijnbaar onbewogen. Hij nam een slokje water toen de PvdA-leden hem voor het laatst toejuichten, hij klapte zo af en toe voor de vijf kandidaten die de strijd om zijn opvolging hadden gevoerd en hij knikte naar omstanders.

Nee, dan Samsom. Op het moment dat Cohen zijn toespraak wilde beginnen, stormde die het podium op. Met een paar passen was hij bij zijn voorganger. Een omhelzing, wat ongemakkelijke bewegingen en hup, weer van het podium af.

Cohen bleef rustig. Hij is er de man niet naar om opgewonden of emotioneel te worden. Kalmpjes analyseerde hij de afgelopen twee jaar. In weinig woorden, met zinnen als: „Het is gegaan zoals het gegaan is.”

Het meest treffend waren de laatste woorden van Cohen. Hij vond dat Samsom zijn afscheid niet mooier had kunnen maken dan door het kabinet te verwijten onverstandig en onfatsoenlijk beleid te voeren. Alsof de afstandelijke en meer bestuurlijke Cohen ineens het oppositiegeluid van zijn jonge opvolger aangereikt had gekregen, herhaalde hij die woorden nog maar eens: „Onfatsoenlijk beleid.” En toen was het voorbij.

Nog geen paar minuten later stonden de honderden PvdA’ers op de banken voor de nieuwe leider: een frisse, energieke man. In veel het tegenovergestelde van zijn voorganger. Niks statig, rustig of bedaard, nee: juist onrustig, met beide handen in de lucht.

En ook uit zijn toespraak bleek het verschil met zijn voorganger. Samsom gaf zich vrijwel direct ongenadig bloot. Hij beloofde de PvdA’ers oppositie te voeren met alles wat hij in zich heeft. Hij vertelde over de lastige keuzes die hij en zijn gezin moesten maken, hij vertelde over zijn verleden als actievoerder en zijn idealen. En hij liet alvast een flard van zijn politieke koers zien: onbarmhartige oppositie tegen het kabinet-Rutte.

Waar Cohen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een half jaar geleden nog sprak over „zorgen over de samenleving” had Samsom het over „ten strijde trekken tegen de plannen van dit kabinet”. En er waren meer verschillen: Cohen verweet het kabinet „van alles de prijs te weten, maar niet de waarde.” De miljoenennota was een „product van een onverschillige boekhouder.” Samsom had het over de „schade” die Rutte en de zijnen aanrichten. Hij had het over het „korte termijn hak-en breekwerk in essentiële voorzieningen en in de koopkracht van lage en middeninkomens.” Samsom: „Deze cocktail van angst voor de toekomst, doorgeschoten ieder-voor-zich-denken en misplaatste rechtse rancune die het kabinet aan Nederland serveert, verdient niet minder dan het sterkst mogelijke weerwoord.”

De PvdA onder Samsom zal „offensiever” zijn dan onder Cohen, zo waarschuwde Samsom eenieder die het nog niet had begrepen. Hij richtte zijn pijlen nadrukkelijk op premier Mark Rutte (VVD). Twee keer sprak Samsom hem direct aan. Niet met „premier Rutte”, zoals zijn voorganger zou hebben gedaan, maar gewoon met „Mark.” Hij ageerde tegen de Mark die mensen in de sociale werkvoorziening hun baan afpakt. „Ik zal je tegenhouden.” En hij ageerde tegen de Mark die de agent, de onderwijzer en de verpleger zou miskennen. „Die zet je niet uit Mark. Die versterk je.”

Amper een half jaar geleden zei Job Cohen dat het kabinet kan rekenen op de steun van de PvdA „bij plannen die mensen echt sterker maken.” Zaterdag stond diezelfde Cohen in Rotterdam te klappen voor zijn opvolger die net had gezegd dat hij ten strijde zal trekken tegen de plannen van het kabinet, net zolang tot die plannen verdwijnen, „of het kabinet verdwijnt.” Zo snel kan het dus gaan.