EU veroordeelt executies W-Rusland

In Wit-Rusland zijn de twee 26-jarige jongemannen geëxecuteerd, die vier maanden geleden werden veroordeeld voor het plegen van een bomaanslag op een metrostation in Minsk in april 2011.

Bij die aanslag kwamen vijftien mensen om het leven en raakten er driehonderd gewond.

De executies zijn scherp veroordeeld door Wit-Russische mensenrechtenactivisten en EU-politici, onder wie ook de Nederlandse minster van Buitenlandse Zaken. Niet alleen uit protest tegen de doodstraf, maar ook omdat de bewijsvoering in de zaak uiterst omstreden is. Wit-Rusland is het enige land in Europa waar de doodstraf nog wordt voltrokken.

Het nieuws van de voltrekking van de vonnissen raakte bekend, toen de moeder van een van de veroordeelden, Vladislav Kovaljov, zaterdag een brief ontving waarin haar werd meegedeeld dat haar zoon was geëxecuteerd. Later die dag berichtte de staatstelevisie dat Kovaljov en Dmitri Konovalov waren terechtgesteld. De doodstraf wordt in Wit-Rusland voltrokken met een schot in het achterhoofd op een niet van tevoren aangekondigd tijdstip, zoals ook gebruikelijk was onder Stalin.

Vorige week wees president Loekasjenko gratieverzoeken voor de twee mannen af. Een daarvan was afkomstig van EU-buitenlandchef Catherine Ashton. Ook hebben meer dan honderdduizend mensen petities ondertekend waarin werd gevraagd de doodstraf niet te voltrekken. Niemand had echter verwacht dat de straf zo snel na die afwijzing zou worden voltrokken, omdat dit in de regel een à twee jaar na het uitspreken van het vonnis gebeurt.

In het geval van Kovaljov en Konovalov was ook de VN-commissie voor de mensenrechten nog bezig met een onafhankelijk onderzoek naar de zaak, omdat tijdens het proces tegen de twee mannen grote twijfels zijn gerezen over hun rol bij de aanslag.

De vermoedens over hun onschuld werden onlangs nog versterkt toen het Hooggerechtshof opdracht gaf om al het bewijsmateriaal in de zaak te vernietigen, op de schuldbekentenis van Konovalov, die de bom zou hebben gelegd, na. Kovaljov, die zijn schuldbekentenis tijdens het proces introk en zei dat die door marteling was afgedwongen, zou slechts van diens plannen hebben geweten. Hij werd veroordeeld omdat hij dit niet bij de autoriteiten had gemeld.

Critici van Loekasjenko menen dat diens regering de bomaanslag zelf heeft laten plegen, om daarmee de aandacht af te leiden van de zware economische crisis in het land. „De regering was in grote haast om alle tegenstrijdigheden en discrepanties in de zaak in een witte nevel te hullen”, zei activiste Ljoedmila Grjazova gisteren.

Na de bekendmaking van de executies legden inwoners van Minsk bloemen en kaarsen bij het Oktober-metrostation, waar de aanslag is gepleegd. Ook plaatste iemand er een portret van Kovaljov, dat door de politie werd weggehaald. Acht mensen werden vervolgens gearresteerd. Bij de flat van Kovaljovs familie in Vitebsk verhinderde de politie dat er bloemen konden worden gelegd.