Een solist met onvoorspelbare acties

Hero Brinkman zei vrijdag ja, toen hem werd gevraagd of hij partijleider van de PVV zou willen worden. Een vergissing, zei Brinkman later, hij had de vraag verkeerd verstaan. Maar toch wist het PVV-Kamerlid weer alle aandacht op zich te vestigen. Zoals hem dat zo vaak lukt.

Hij wil de PVV graag veranderen. Maar elke poging van Hero Brinkman de beweging van Geert Wilders te democratiseren, verkleint de kans dat hij er zelf nog voor mag uitkomen. Want zolang er geen democratie is, bepaalt Wilders wat er gebeurt. En die houdt niet van dissidenten.

Terwijl Brinkman het allemaal voor het gedachtengoed van Wilders doet, zegt hij zelf. De PVV moet voortleven als Wilders er niet meer is, zo schreef Brinkman eind 2010 in een interne notitie aan zijn fractiegenoten: „Ik maak mij zorgen (...) over het moment dat Geert gewild of ongewild geen fractieleider meer zou zijn (...) ik voorspel dat binnen de kortste keren de boel à la de LPF uit elkaar gaat vallen.”

Afgelopen week was Brinkman weer in het nieuws: vrijdag zei hij ja, toen presentator Joost Eerdmans hem op Radio 1 vroeg of hij in de toekomst leider van de PVV zou willen worden. Ongelukje, twitterde Brinkman diezelfde dag nog. Hij had de vraag niet goed begrepen. Hij dacht dat Eerdmans hem vroeg of hij weer kandidaat voor de PVV wilde zijn. Het ongelukje versterkte wel het vermoeden van mensen die denken dat Brinkmans democratiseringsdrift ook gedreven wordt door eigenbelang.

Diezelfde dag lekte via EenVandaag weer een interne mail uit van Brinkman aan zijn fractiegenoten, waarin hij het meldpunt tegen Oost-Europeanen van de PVV bekritiseerde. In die mail heeft Brinkman vrij fundamentele kritiek op leider Geert Wilders en zijn politiek. Het meldpunt tegen Polen was een onzalig idee, vond Brinkman. Nette Poolse arbeidsmigranten worden op één hoop gegooid met overlast gevende landgenoten. Niet netjes, volgens het PVV-Kamerlid: „Als politicus ben je verantwoordelijk voor een integere politiek, gebaseerd op een visie.” En: „Wie wil regeren moet vooruitzien. Als wij de volgende keer als betrouwbare partner deel willen uitmaken van het kabinet, moeten we wel laten zien dat we verantwoordelijk met inhoud en strategie kunnen omgaan.”

Dit soort bestuurlijke gedachten zijn niet het eerste waar de meeste mensen bij de PVV aan zullen denken. Maar dat ze uit Brinkmans pen komen, is minder verassend dan het lijkt. De afgelopen jaren toonde hij zich al gevoelig voor wat PVV-ideoloog Martin Bosma ‘oude politiek’ noemt. En dat bedoelt Bosma niet als compliment. Hoe meer de PVV door andere partijen wordt uitgekotst, hoe beter het voor Wilders is, aldus Bosma. Het is de PVV als buitenstaander tegenover de elite die Wilders groot maakt.

Maar Brinkman heeft de afgelopen jaren de smaak van het Nederlandse stelsel te pakken gekregen. Hij mijdt parlementariërs van andere partijen niet. In Kamerdebatten valt het zelfs tegenstanders op hoe genuanceerd Brinkman tegenwoordig is. Hij wil meeregeren, niet alleen maar ageren.

Brinkman is tot nu toe de eerste en enige PVV’er die zich in het openbaar druk maakt om de organisatie en werkwijze van de partij. Dat begon al in 2010. Vlak voor de vorige Kamerverkiezingen in juni hield het Kamerlid een pleidooi voor interne democratie. Helemaal volgens de oude stempel, met leden en partijcongressen die verkiezingsprogramma opstellen. Heiligschennis binnen de PVV, dat maar één lid heeft: Geert Wilders. Die bepaalt alles. De koers, de kandidaten, waar het geld heen gaat en wie wat zegt.

Brinkman was wel slim genoeg om pas met dat pleidooi voor interne democratie te komen toen Wilders de kandidatenlijst al had vastgesteld. Had Brinkman zijn voornemen eerder bekendgemaakt, dan was hij nooit meer op een verkiesbare plek gekomen, en had hij de Tweede Kamer moeten verlaten, legde Brinkman uit.

Zijn pleidooi voor partijdemocratisering maakte geen kans. Maar Brinkman had nog een voorstel achter de hand: hij pleitte tegelijkertijd voor het oprichten van een jongerenorganisatie, om voorzichtig aan interne democratie te beginnen. Ook dat mocht niet van de fractie. Vooral Bosma verzette zich, zo bleek uit uitgelekte interne fractienotities. De ideoloog was bang de controle over de boodschap van de beweging te verliezen.

De fractie besloot, als handreiking aan Brinkman, dat er wel een jongerendag kon komen. Na een jaar uitstel kwam de fractie met randvoorwaarden: aanwezigen zouden uit aanmeldingen worden geselecteerd, de jongerendag zou besloten moeten zijn. „Volkomen onacceptabel”, vond Brinkman deze voorwaarden. En hij besloot zelf maar een soort jongerendag te organiseren in Noord-Holland, waar de PVV’er ook provinciaal politicus is. Dat kon Wilders hem niet verbieden.

Voorlopig houden Wilders en Brinkman elkaar in de tang. Meer dan andere Kamerleden van de PVV heeft Brinkman een eigen mandaat van de kiezers. 18.865 mensen stemden in 2010 op hem. Maar hij ontleent al zijn status en invloed aan zijn lidmaatschap van de PVV-fractie. Alleen verder gaan is voor hem zeer onaantrekkelijk.

Wilders kan op zijn beurt ook niet zonder Brinkman, althans niet zonder de zetel die Brinkman namens de PVV bezet houdt. De PVV heeft elke Kamerzetel nodig om als gedoogpartner van waarde te zijn voor het minderheidskabinet van VVD en CDA. Gooit Wilders Brinkman uit de fractie, dan is de gedoogconstructie zijn Kamermeerderheid kwijt.

Een dilemma voor Wilders. Met zijn soloacties blijft Brinkman knagen aan een van de belangrijkste succesfactoren van de PVV: het intern houden van meningsverschillen en het gedisciplineerd volgen van de leider. Zelf heeft hij daar geen problemen mee: „Ook sabotage is gewoon een geoorloofd politiek middel om je doel te bereiken”, zei hij over zijn voornemen een provinciale jongerendag te organiseren. Zelf is Brinkman niet van plan zijn eigen weg te volgen: uit de PVV stappen doet hij niet, zo bezwoer hij een jaar geleden. „Behalve als ze me wegpesten.”