De val van een theaterjournalist

Stand-up comedian Mike Daisey was de stem van de anti-Apple beweging in Amerika. Zijn kritische theatersolo werd opgevat als journalistiek. Ten onrechte, blijkt nu.

Mike Daisey in zijn theatersolo ‘The Agony and the Ecstasy of Steve Jobs’, in The Public Theater. Foto Joan Marcus

In korte tijd werd komiek Mike Daisey een sensatie in de Verenigde Staten. Zijn voorstelling The Agony and the Ecstasy of Steve Jobs, over zijn haat-liefdeverhouding met Apple, raakte een snaar. De show, een aanklacht tegen de slechte werkomstandigheden waaronder iPhones en iPads in China worden gemaakt, is sinds de première in augustus 2010 vrijwel elke avond uitverkocht in New York.

In een humoristische monoloog komen kinderarbeid en de onderdrukking van Chinese werknemers aan bod – misstanden die Daisey naar eigen zelf gezien heeft tijdens een bezoek aan een Apple-fabriek in China. De show leidde tot felle discussies, handtekeningenacties, talloze optredens van Daisey in talkshows en kranten. De grap werd serieus: de komiek Daisey werd de stem van de anti-Applebeweging in Amerika.

Nu is Daisey ontmaskerd, door een onderzoeksjournalist van een radioprogramma. Daisey had juist veel te danken aan de radio. In januari zond het populaire programma This American Life een deel van zijn monoloog uit – de podcast van die uitzending werd met 880.000 downloads de populairste aflevering van het programma ooit. Vrijdag trok This American Life de hele uitzending terug. Presentator en hoofdredacteur Ira Glass zegt in een vijf minuten durende inleiding op de nieuwe uitzending dat na uitgebreid onderzoek is gebleken dat grote delen van Daisey’s show niet op feiten zijn gebaseerd, maar zijn „verzonnen”. Daisey blijkt veel van de misstanden die hij beschrijft niet zelf te hebben gezien. „Op zijn best is de monoloog van Mike een mix van echte gebeurtenissen in China, en dingen waar hij van gehoord had. De hevigste elementen in het verhaal lijken allemaal verzonnen.”

Daisey publiceerde een verklaring op zijn website. „Mijn fout, de fout waar ik echt spijt van heb, is dat ik [mijn theaterprogramma] liet presenteren als journalistiek. En dat is het niet. Het is theater.”

De val van Mike Daisey is groter dan hijzelf. Het raakt aan de emoties over Apple, enerzijds verafgood, anderzijds zwaar onder vuur door berichten over slechte werkomstandigheden in de fabrieken in China. Het raakt aan de geloofwaardigheid van het publieke radiostation PRI (Public Radio International), dat Daisey in januari een podium bood en waar hij vrijdag uitgebreid door het stof ging. Het raakt bovendien aan een journalistiek-ethische discussie: wat gebeurt er als journalistiek en entertainment in elkaar overvloeien? Kan een komiek journalist zijn?

Drie weken geleden interviewde ik Mike Daisey in New York, waar hij avond aan avond volle zalen trekt in het oude Public Theater, hartje Manhattan. In dat gesprek typeert hij zijn naspeuringen naar Apple nog volmondig als journalistiek. „Ik heb het gedaan zoals ik het als journalist zou hebben gedaan.”

Daisey is een kleine, dikke man met blote voeten in sandalen. Het gesprek ging over zijn show, waarin hij beschrijft hoe zijn liefde voor technologie, met name Apple-producten, omslaat in wantrouwen. De vorm is nieuw en prikkelend: een komiek kruipt in de huid van een journalist. Er is geen goed woord voor, maar ‘investigative comedy’, onderzoekscabaret, komt het dichtst in de buurt.

Mike Daisey wil vermaak bieden, maar hij verdiept zich in maatschappelijke kwesties, doet onderzoek, gaat op reportage – het journalistieke handwerk. Stippen verbinden, noemde Daisey het tijdens het gesprek, in een Chinees restaurant. „Ik zocht naar oorzaken en gevolgen, en probeerde de werkelijkheid te ontrafelen.”

Daisey houdt van technologie, vooral van Apple. Hij is, zegt hij in zijn show, „een Apple fanboy, een gelovige, een aanbidder van de Mac-religie”. Daisey bracht zijn dagen door op zijn Apple, lezend op Apple-fansites, „vol geruchten over wat Apple straks gaat uitbrengen, geschreven door mensen die geen fucking idee hebben wat Apple straks gaat uitbrengen. Ik vind dat troostend.”

Op een dag las hij op internet dat iemand een iPhone heeft met vier foto’s, genomen in een fabriek in China. Daisey, die tot dan toe vaag dacht dat iPhones door robots gemaakt werden, realiseerde zich dat zijn telefoon in elkaar is gezet door mensenhanden. Hij ging de geschiedenis van zijn iPhone na, en belandde voor zijn onderzoek in China, in de stad Shenzhen, „waar al onze troep gemaakt wordt”. Daisey: „Hoe kan het dat iedereen de rotzooi uit deze fabriek gebruikt, dat al onze troep uit één stad komt, en niemand in Amerika de naam Shenzhen kent?”

Hij bezocht, zegt hij in de show, de poorten van de immense fabriek van Foxconn, waar circa de helft van alle elektronica ter wereld gemaakt wordt. Daar zag hij dat er kinderen werken, twaalf- en dertienjarigen zelfs, en dat werknemers zeventig uur per week werken aan een eindproduct dat ze nooit hebben gezien. Het meest dramatische moment in zijn monoloog is een ontmoeting met een man wiens handen onherstelbaar zijn beschadigd door n-hexaan, een middel waarmee iPhones worden schoongemaakt.

Zijn onderzoek, vertelde Daisey in het interview, ging veel gemakkelijker dan hij dacht. „Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat de journalisten dit verhaal laten liggen. Toen ik in China aankwam, nam ik contact op met de Amerikaanse correspondenten. Iedereen raadde het me af dit verhaal te maken”, zegt hij tijdens een gesprek voor zijn optreden. „Je komt die fabrieken niet binnen, zeiden ze.” Daisey kon zonder problemen met werknemers praten die de fabriek verlieten, en tekende hun verhalen op. Tientallen. „De correspondenten hebben lopen slapen”, zei Daisey. „En op die manier is ook het publiek in slaap gesust. Als je niet wilt weten onder welke omstandigheden je troep gemaakt wordt, hoef je het ook niet te weten.”

Mike Daisey maakt deel uit van een groeiende beweging van sociaal geëngageerde komieken en acteurs, zei hij. „Het zijn steeds meer de komieken die misstanden aankaarten. Neem Stephen Colbert. Hij maakt een televisieprogramma dat leuk is, maar de boodschap is serieus.” Colbert bekritiseerde de praktijk van de super-PAC’s, politieke organisaties die enorme bedragen mogen inzamelen, door er zelf één op te richten. Tegelijkertijd, zei Daisey, ontdekken journalisten het theater. „Dat levert interessante mengvormen op.” Lawrence Wright, journalist van The New Yorker, stond met het succesvolle soloprogramma My trip to al-Qaeda op het toneel, over zijn zoektocht naar de oorsprong van de terreurbeweging.

Activisme is Daisey niet vreemd, zei hij. Hij was zo overtuigd van de misstanden in Shenzhen, dat hij de tekst van zijn monoloog op internet zette. „Ik hoop dat de kritiek op Apple overal gehoord wordt. In buurthuizen, op scholen, in theaters, iedereen mag mijn tekst gebruiken. Theater was in Amerika alleen gericht op puur vermaak. Mensen hebben een leuke avond en gaan weer naar huis. Nee! Theater moet de plek zijn voor debat. Langzaam verandert dat.”

Het debat kreeg hij. Op de website change.org werden honderdduizenden handtekeningen ingezameld om Apple te dwingen de omstandigheden in Shenzhen te verbeteren. Er barstte een heftige discussie los in kranten en talkshows. Apple, dat niet wilde reageren op Daisey’s monoloog, voelde zich genoodzaakt een onderzoek te starten naar de fabrieken in China.

Maar beetje bij beetje ontstonden er scheuren in het verhaal van Daisey. Een Amerikaanse journalist in Shanghai, Rob Schmitz, kwam erachter dat het verhaal, op zijn best, half klopt. Vergiftigingen met n-hexaan kwamen inderdaad eens voor, maar in een Apple-fabriek die honderden kilometers verderop ligt. De minderjarige arbeiders, de slaapkamers met camera’s, de bewakers met geweren – volgens Schmitz heeft Daisey het niet gezien. Lastig is wel, schrijft Schmitz op zijn website, dat het zaken zijn die niet helemaal verzonnen zijn. Er zijn wel minderjarige werknemers betrapt. Werknemers zijn besmet geraakt met het giftige n-hexaan. Het meeste is ooit gebeurd, gebeurt misschien nog steeds ergens, maar Daisey heeft ze volgens Schmitz in zijn verhaal ten onrechte als ooggetuige beschreven.

Daisey publiceerde dit weekend een verklaring op zijn website. Hij betuigt spijt, zonder toe te geven dat hij heeft gelogen. Ook ging hij in This American Life in discussie met presentator Ira Glass. Een opmerkelijk gesprek.

Glass: „Heb je wel eens gedacht: wacht even, dit is gewoon niet waar?”

Daisey: „Ja, heel vaak. Ik voelde me... alsof ik in de val zat.”

Glass: „Ik heb een raar mengsel van gevoelens. Ik heb vreselijk met jou te doen, en tegelijk voel ik me bedrogen. Ik stond voor je in, Mike.”

Daisey: „Het spijt me.”