'Bijna alle rugbyers van Wales hadden te zwakke hamstrings'

De nationale rugbyploeg van Wales won zaterdag het Zeslandentoernooi, door een zege op Frankrijk. De spelers zijn beduidend fitter dankzij de trainingsmethodes van de Nederlander Frans Bosch.

Ruim 80.000 mensen zagen zaterdag in het uitverkochte Millennium Stadium in Cardiff hoe de rugbyers van Wales wonnen van Frankrijk. Een beladen zege. Niet alleen omdat het de zure nederlaag tegen de Fransen in de halve finale van het WK van vorig jaar een beetje wegspoelde, maar ook omdat de Welshmen voor de 25ste keer winnaar werden van het prestigieuze Zeslandentoernooi. Een waar volksfeest in de straten van Cardiff, de hoofdstad van Wales, was het gevolg.

Hoewel het Nederlands team niet mag meedoen aan dit Europese toptoernooi, doet één landgenoot mee met de grote jongens. Frans Bosch, docent aan de sporthogeschool in Tilburg, is een van de looptrainers van het rugbyteam van Wales. Mede door zijn technieken zijn de Welshmen veranderd van een team dat de laatste jaren door landen als Nieuw-Zeeland en Australië niet heel serieus werd genomen tot een van de beste rugbynaties van dit moment. Bosch was al jaren actief in de atletiekwereld, voordat hij in 2008 op uitnodiging van de Engelse rugbybond kennis maakte met het rugby. Toen twee jaar later Wales aanklopte, stapte hij over naar Cardiff.

Waarom heeft u gekozen voor Wales?

„Omdat de aanpak veel coherenter is. Wales heeft echt gekozen voor een nieuwe trainingsmethode, waar iedereen zich vol voor inzet. Engeland is een vergaarbak van heel veel verschillende ideeën. Daar lukt het niet één lijn te kiezen, waardoor mijn methode niet effectief kan zijn.”

Wat behelst de aanpak die u in Wales heeft geïntroduceerd?

„Ik probeer mijn kennis uit de wetenschap over te brengen op de sportwereld. Concreet betekent dat: een andere trainingsopbouw die blessures voorkomt. Toen ik bij Wales kwam, merkte ik dat bijna alle spelers te zwakke hamstrings hadden. Dan moet je er eerst voor zorgen dat die hamstrings sterker worden voordat je looptechnieken kunt trainen. Vaak worden hamstrings met kracht verkort of verlengd, maar ze moeten juist op één lengte belast worden. Dat proberen wij in onze oefeningen te bereiken, zodat hamstringblessures afnemen.

„Nu zie je dat al die spelers sterke hamstrings hebben en er ook geen blessures meer ontstaan. In de wedstrijd tegen Frankrijk was zaterdag iedereen fit. Bijzonder in een zo’n harde sport als rugby. Dat is een direct gevolg van de manier waarop wij trainen.”

U heeft ook veel aandacht voor looptechnieken. Wat heeft u daarin veranderd bij Wales?

„Er zijn twee aspecten van belang in het rugby: zo efficiënt mogelijk lopen en zo hard mogelijk lopen. Die efficiëntie is met name voor de voorwaartsen belangrijk. Als je ervoor kunt zorgen dat zij hun energiegebruik omlaag brengen door de elastische mogelijkheden van de spieren beter te benutten, boek je enorme winst.

„Bij de achterste spelers gaat het juist om de pure snelheid. Zij moeten kunnen versnellen en snel van richting kunnen veranderen. Spelers moeten bijvoorbeeld inzien dat, als hun bekken tijdens het lopen voorover kiepert en hun knieën daarbij achterblijven, dit niet efficiënt is en zelfs tot blessures kan leiden.

„Toen ik voor het eerst bij Wales kwam, zag ik dat misschien een van de twintig spelers een redelijke looptechniek had. Als ik nu naar een wedstrijd kijk en zie dat al die technieken die je ze probeert te leren, zijn overgenomen en er natuurlijk uitzien, geeft dat veel voldoening.”

Nu is rugby een oude, traditionele sport. Was het moeilijk spelers te overtuigen van het nut van nieuwe trainingsmethodes?

„Nee, dat viel erg mee. Rugby is bij lange na niet zo conservatief als bijvoorbeeld voetbal. Eentiende seconde sneller of langzamer kan in het rugby het verschil maken tussen winst of verlies. Dus zijn alle spelers op zoek naar manieren om zichzelf te verbeteren. De rugbysport is de laatste jaren enorm veranderd. Het tempo ligt veel hoger, fysieke eigenschappen zijn verbeterd. Details kunnen wedstrijden beslissen.”

Men zegt wel eens dat de manier waarop mensen lopen moeilijk te veranderen is, zeker naarmate iemand ouder wordt. Klopt dat?

„Dat is absolute onzin. Iemand als Shane Williams was 33 jaar toen ik met hem aan de slag ging. Drie maanden later liep hij persoonlijke records. We moeten met z’n allen beseffen dat sport veel ‘maakbaarder’ is dan we denken. Al die verhalen over persoonlijke stijl die moeilijk te beïnvloeden zou zijn – daar klopt helemaal niets van. Die worden de wereld in geslingerd door trainers die geen idee hebben wat ze moeten doen. Zodra de spelers beseffen hoeveel winst er te behalen is met een andere manier van trainen en bewegen, zullen conservatieve trainers dat ook gaan inzien.”

Ook in het voetbal?

„Daar zal het wat langer gaan duren. Daar zijn ze zo bang voor vernieuwing, dat ze geen risico durven te nemen. Als je twee wedstrijden verliest, sta je daar op straat. Terwijl er wel een wereld te winnen is. Als ik kijk naar die spartelende armen van de voetballers en de manier waarop ze bewegen: verschrikkelijk.”

Jeuken uw handen wel eens om daar aan de slag te gaan?

„Absoluut. Maar dan moet wel iedereen achter de nieuwe werkmethode staan. Pas dan heeft het kans van slagen.”