Amerikanen zijn voor Afghanen 'demonen'

Slechts weinig Afghanen geloven dat een Amerikaanse sergeant in zijn eentje een bloedbad aanrichtte. „Het was een een aanval van het Amerikaanse leger op ons.”

Enkele uren na het doodschieten van zestien burgers in zijn dorp in Zangiabad in de zuidelijke provincie Kandahar, vorige week zondag, hoorde de bejaarde Abdul Bari bij het ochtendgebed voor het eerst van het bloedbad. Zijn dorpsgenoten vertelden hem dat een Amerikaanse nachtoperatie totaal uit de hand was gelopen.

Een week later weigert de oude man, die al zijn hele leven in dit woestijnachtige gebied woont, te geloven dat het om maar één doorgedraaide Amerikaanse militair gaat die op eigen houtje handelde, zoals de Amerikanen zeggen. Hij is de enige niet. Andere dorpsbewoners denken er net zo over en zelfs president Karzai gelooft de Amerikanen niet.

„Ik heb zelf helikopters gehoord in de nacht”, zegt Abdul Bari. „Ik heb de getuigen gesproken: dit was een bewuste actie waarbij meerdere Amerikaanse soldaten hadden besloten ons dood te maken.”

Zijn broer Mohammed Wadi staat verderop in een van de weinige overgebleven wijngaarden in het gebied. De man, die op verdenking van Talibaan-activiteiten drie jaar vast zat in de beruchte gevangenis Bagram buiten Kabul, zag zondagnacht ook helikopters in de lucht, zegt hij. Daaruit concludeert hij dat het een vooropgezette actie was. De Afghanen die door hun hoofd waren geschoten met een of twee kogels, de verbrande lichamen die zijn gevonden, de kinderlijkjes met blauwe plekken, hij wijt het aan de Amerikaanse generaals. „Het was een aanval van het Amerikaanse leger op ons.”

Volgens Abdul Bari wordt er regelmatig gevochten in zijn gebied. Hij wijst naar de verwoeste huizen om hem heen. „Elke nacht vallen de Amerikanen hier huizen binnen, op zoek naar Talibaan.” Maar dit keer was het anders, zegt hij, gezeten op zijn motorfiets. „Toen ik de vermoorde en verbrande vrouwen en kinderen zag, wist ik zeker dat het helemaal fout zat”, zegt hij.

Het Amerikaanse leger blijft bij zijn versie dat één sergeant uit de kleine buitenpost in het midden van het dorp, van huis naar huis is gegaan en de moorden heeft gepleegd.

Het intense wantrouwen jegens de Amerikanen leeft niet alleen in Zangiabad. Amerikanen die een Afghaans onderzoeksteam uit Kabul te woord hebben gestaan, worden niet serieus genomen. Een video met de sergeant die ’s nachts een militaire basis oploopt en zich vervolgens overgeeft, wordt weggehoond door parlementariërs die het onderzoek uitvoeren. „Het was een nep-video”, zegt parlementariër Hamidzai Lalai, aan de telefoon uit Kabul.

Terwijl velen in Kandahar vrezen dat de bevolking van Zangiabad een jihad zal uitroepen tegen de Amerikanen, voedde ook Karzai de haatgevoelens. Op een persconferentie noemde hij de Amerikanen ‘demonen’. „Na gesprekken met de tribale leiders kan ik niet geloven dat het maar één soldaat is geweest die dit heeft gedaan”, zei hij.

Religieus leider Massouda Achundzada vindt dat onverantwoordelijk. „De inwoners zijn diep geraakt en emotioneel en er is een kans dat ze de affaire groter maken dan zij in werkelijkheid is. President Karzai moet ervoor waken de haat aan te wakkeren en het leven van de Amerikanen nog moeilijker te maken, door zo in te spelen op gevoelens.”

Een andere religieuze leider, Haji Musa, die ook banden heeft met de getroffen families, acht de schade onherstelbaar. „De Afghanen geloven wat ze willen geloven”, zegt hij. „Dit gruwelijke incident maakt de Amerikaanse terugtrekking vanaf volgend jaar alleen maar moeilijker. Wat valt er nog over te dragen aan een overheid die de Amerikanen nu al zo wantrouwt?”

Ook de VN-missie in Kabul roept de Amerikanen op met meer bewijs te komen voor hun lezing.

Voor de inwoners van Zangiabad is dat te laat. In een brief laten ze Karzai weten genoeg te hebben van de Amerikanen, zegt initiatiefnemer Haji Khan Akha, een tribale leider. „We hebben geschreven: zij gaan er uit of wij vertrekken, maar we kunnen niet meer samenwerken.”