Wil de echte liberaal dan nu opstaan?

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week een kletsende psychiater, Mussert en tranen aan het slot.

Aan het begin van deze Boekenweek over ‘Vriendschap en andere ongemakken’ hoorde ik Tom Lanoye zeggen dat er een biografie moet komen van Jacob Israël de Haan (1881-1924), schrijver van de onsterfelijke strofe ‘En in geen ogen las ik immer meer/ Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’. Jan Fontijn geeft een voorzet voor zo’n biografie in Tederheid en storm. De persoonlijkheid van Jacob Israël de Haan (De Buitenkant, 101 blz. € 19,50). De homoseksuele, Joodse dichter emigreerde in 1919 naar Palestina en werd daar vijf jaar later in opdracht van de zionistische organisatie Hagana vermoord. Fontijn vraagt zich af in hoeverre deze „religieuze en erotische natuur met een sadomasochistische preoccupatie” die moord over zichzelf heeft afgeroepen. Het antwoord zoekt hij niet alleen in De Haans kwatrijnen, maar ook in zijn meesterlijke reportages voor het Algemeen Handelsblad, waarvan er tien in deze prachtuitgave zijn opgenomen.

Goed getimed, maar schrikbarend oppervlakkig is Over seks gesproken (Podium, 188 blz. € 17,50) waarin psychiater Bram Bakker seksuele taboes als pedofilie probeert te slechten. Robert M. (abusievelijk Robert K. genoemd) heeft „ernstig tekortschietende gewetensfuncties” en mag „hard worden aangepakt”, als andere pedofielen daardoor maar geen doelwit worden van heksenjachten. Een sympathiek uitgangspunt, maar slecht beargumenteerd, bijvoorbeeld wanneer het over incest gaat. Daar doen media en publiek volgens Bakker te hysterisch over, terwijl het „gemiddeld genomen minder erg is om een incestervaring te hebben dan ernstig te zijn verwaarloosd”. Zo lust ik er nog wel een paar. Alsof incest geen vorm van ernstige verwaarlozing is.

Guy Verhofstadt, voorzitter van de Liberale Fractie in het Europese parlement, en zijn medeliberaal Mark Rutte zijn deze week lijnrecht tegenover elkaar komen te staan in de kwestie van het discriminerende PVV-meldpunt. Tegen deze achtergrond is het interessant dat van beiden een bijdrage is opgenomen in de bundel De open samenleving onder vuur (Lemniscaat, 147 blz. €19,50) waarin ‘het liberale denken’ van de filosoof Karl Popper (1902-1994) uitgangspunt is voor actuele beschouwingen van vijf politici en intellectuelen, gebaseerd op de jaarlijkse Popperlezingen. Samensteller Dirk Verhofstadt, broer van de politicus, benadrukt dat liberaal hier niet in partijpolitieke, maar in politiek-filosofische zin moet worden opgevat. Evenals filosoof Hans Achterhuis stelt hij Poppers denken juist tegenover het neoliberale marktfundamentalisme. Dirk en Guy Verhofstadt zien beiden een bedreiging van de open samenleving in extreem-rechtse, nationalistische en populistische partijen. Rutte gaat daaraan in zijn bijdrage angstvallig voorbij. Wil de echte liberaal opstaan?

Over liberalen gesproken: NSB-leider Mussert is volgens zijn biograaf Jan Meyers ‘in de geest’ altijd een conservatief liberaal gebleven. Het overgeleverde beeld is dat van een schaapachtig burgermannetje dat het spoor bijster was geraakt. Tessel Pollmann, oud-redacteur van Vrij Nederland, is diep in de weinig ontgonnen archieven gedoken. In Mussert & Co. De NSB-Leider en zijn vertrouwelingen (Boom, 312 blz. € 19,90) bestrijdt zij de beeldvorming waarin de betekenis van de NSB gebagatelliseerd wordt. Dit boek is geen biografie, maar bevat acht artikelen over de persoon en de familie van Mussert en diens trawanten. Het is taaie kost – veel details die Pollmann opdiepte zijn weinig boeiend – maar de conclusie is keihard: de NSB is ongevaarlijker voorgesteld dan zij was. Dat hing samen met het naoorlogse streven van de Katholieke Volkspartij om de collaboratie te depolitiseren. Mussert was een gangster die zich schuldig maakte aan landverraad, zelfverrijking door roof van Joodse goederen, afpersing en zwarte handel.

In tegenstelling tot wat de goede smaak gebiedt, heb ik altijd een beetje een hekel gehad aan de gehoorzame romanheld van Theo Thijssen, Kees Bakels: braafste jongetje van de klas en nooit te beroerd om ‘moe’ te helpen. Maar nu Dick Matena een beeldroman heeft gemaakt van Kees de Jongen (Athenaeum, 500 blz. € 32,50) ben ik om. Zoals eerder bij Reves De Avonden en Elsschots Kaas heeft Matena de integrale tekst intact gelaten, maar geven zijn sfeervolle illustraties, in dit geval van de Amsterdamse Jordaan, ongelooflijk veel extra’s. Wie het drooghoudt als aan het slot de aanbiddelijke Rosa Overbeek in de Reestraat „fijnerd, lieverd” zegt tegen Kees en hem twee, drie keer zoent, heeft geen gevoel in zijn donder.

Elsbeth Etty