Wenkbrauwfronsen

Met de Giulietta heeft Alfa Romeo weer ‘una bella macchina’ in huis.

Lange tijd gebruikte Alfa Romeo – spreek uit: Alfa Romééjo – nummers om zijn modellen aan te duiden, maar sinds een tijdje worden er weer gloedvol klinkende namen toegepast. Als in de beste tradities. De Giulietta is in die zin de opvolger van de niet al te indrukwekkende 147 en het moet gezegd dat hij veel in zich heeft om een succesnummer te worden. Niet in de laatste plaats omdat de Giulietta er uitziet als een Alfa: met de kenmerkende verticale grille, het linksvoor geplaatste nummerbord en een wonderschone achterpartij, waarbij de achter- lichten zich vrij gemakkelijk laten vergelijken met de wenkbrauwen van het fraaiste fotomodel. De auto dankt zijn coupé-uiterlijk aan de listig weggewerkte achterportieren, die bijna niet als instapmogelijkheid te herkennen zijn.

Technisch is er ook het een en ander nieuw aan de Giulietta, zeker in de door mij gereden versie. Dat is de 2.0 JTDm TCT waarbij die eerste vier letters aangeven dat we met een direct ingespoten (MultiJet) turbodiesel te maken hebben, terwijl TCT erop duidt dat de versnellingsbak een automaat met dubbele koppeling is. In het Italiaans zal dat buitengewoon romantisch klinken, maar TCT staat hier gewoon voor Twin Clutch Transmission. Het is een technische foef die steeds meer opgeld doet in de autowereld en dat is niet zomaar; de Volkswagen Groep noemt het systeem DSG (Direct Shift Gear) en Porsche heeft het PDK gedoopt: Porsche Doppel Kupplung. Transmissies als deze hebben een positief effect op het brandstofverbruik (en daarmee de CO2-uitstoot) maar eveneens op de prestaties.

Zonder het al te ingewikkeld te willen maken, werkt het als volgt: de bak heeft twee koppelingen, die respectievelijk de even en de oneven versnellingen bedienen. Rijdt de auto bijvoorbeeld in de derde versnelling, dan heeft de transmissie de vierde overbrenging al klaar staan op de andere koppeling. Zodra vier is ingeschakeld, zal de dan weer even werkloze koppeling de vijfde versnelling vast gereed maken. Door dat werken met twee koppelingen verlopen de schakelmomenten dermate soepel en vloeiend, dat de bestuurder er letterlijk geen omkijken meer naar heeft. En dat is, zo heb ik tenminste altijd gevonden, precies de bedoeling van een automaat. Dat de bak ook de mogelijkheid biedt om met de hand te schakelen is dan ook niet meer dan een aardig speeltje. Eigenlijk moet je dat als bestuurder ook niet willen. Je hebt het namelijk druk genoeg met andere dingen.

Dashboard

Het dashboard is bijvoorbeeld mooi verzorgd, maar het sterft af en toe een beetje in schoonheid. Een aantal schakelaars is vormgegeven als in een vliegtuig, maar hun functie laat zich soms raden. Neem het navigatiesysteem. De functie ‘Nav’ selecteren lukte nog wel – wat een landkaart op het grote centrale dashboardscherm oplevert – maar invoeren van een bestemming ging van geen kanten. Later bleek dat de ring van een bedieningsknop óók kan worden ingedrukt en dat dat als ‘enter’ geldt. Italiaanse logica.

De radio leed een beetje aan hetzelfde euvel. Natuurlijk is alles te leren, maar het maakt van de Giulietta geen auto waarmee iedereen binnen twee minuten wegrijdt. Vroeger heette het dan dat een auto karakter heeft, maar ik vind het alleen maar onhandig.

Hoe het ook zij, de motor en de rijprestaties van de Giulietta vergoeden veel, zo niet bijna alles. Zoals het een moderne diesel betaamt heeft hij een aangenaam hoog koppel (350 Nm, al beschikbaar bij 1.750 toeren) en dat komt de souplesse zeer ten goede. In combinatie met de sportief afgestemde vering – die toch ruimte laat voor enig comfort – en de vlijmscherpe besturing maakt dat van de Giulietta een heerlijke rijmachine. Voeg daarbij dat de TCT versnellingbak (ter waarde van 1.900 euro) tot en met de maand april gratis is en dat de Giulietta in 1.4 turbo-benzine uitvoering 20 procent bijtelling heeft en het zal duidelijk dat leaserijders reden hebben tot een positieve vorm van wenkbrauwfronsen. Een Alfa als leaseauto? Waarom niet?