Weg met de makers van de DSM-5!

Meer dan de helft van de 29 leden tellende stuurgroep die DSM-5 maakt, het herziene handboek met psychiatrische diagnosen, moet vervangen worden. Ze krijgen geld van de farmaceutische industrie.

Dat advies komt van psycholoog-ethica Lisa Cosgrove (Harvard) en volksgezondheidsdeskundige Sheldon Krimsky (Tufts University). Zij schreven dinsdag in een essay in PLoS Medicine dat de organiserende American Psychiatric Association (APA) te slap is met het bestrijden van ‘werkelijke of ervaren industriële invloeden’.

De Volkskrant bracht eerder deze week op de voorpagina het nieuws dat 69 procent van de stuurgroep banden heeft met de industrie. Dat maakte de APA zelf in 2007 al bekend in het persbericht waarin de 29 stuurgroepleden werden voorgesteld.

De APA meldde toen trots dat de financiële banden met de industrie van de DSM-5-auteurs openbaar zullen zijn. Maar openbaar maken betekent niet dat de invloed vermindert, schrijven Lisa Cosgrove en Sheldon Krimsky nu in PLoS Medicine, en er is de afgelopen jaren steeds media-aandacht geweest voor die industriecontacten. Om waar te maken wat de APA zelf wil, namelijk ‘een transparant proces voor de ontwikkeling van een DSM, en (...) een niet beïnvloede, wetenschappelijk gefundeerde DSM, vrij van belangenverstrengeling’ moet de APA schoon schip maken, aldus de twee critici. ‘DSM-5 moet over 14 maanden verschijnen, genoeg tijd voor de APA om belangrijke veranderingen door te voeren.’

Cosgrove en Krimsky richten hun pijlen ook op de ruim 140 leden van de werkgroepen die de hoofdstukken van DSM-5 schrijven. Daarvan heeft de APA nooit uitgezocht of ze intensieve banden met de farma-industrie hebben, of ze lid zijn van een speakers bureau van zo’n industrie. De industrie beschouwt die wetenschappers als opinieleiders die een heel vakgebied van het nut van een medicijn moeten overtuigen. 15 procent van de werkgroepleden is lid van zo’n farmaceutisch sprekersbureau, hebben Cosgrove en Krimsky achterhaald.

Wim Köhler