Wantrouwen als wapen

Amerika probeert vanaf komend najaar het populisme in te dammen. Veertig jaar strijd op leven en dood tussen Democraten en Republikeinen heeft het land verlamd. Nederland importeert juist dat populisme en het bijbehorende wantrouwen tegen alles wat ‘anders’ is. „Wie woede losmaakt levert het bewijs dat hij van belang is.”

Brief van Thea Rogge aan haar zoon IJsbrand in Japan, oktober 1957. Ze schrijft over de castratie van Henk Heithuis: „...en dit is niet het enige geval, 9 gevallen zijn bekend en wat er nog volgen kan”.

Er zal weinig aandacht voor zijn – moderne media brengen liever persoonlijke verhalen dan verhalen over looiige structuren. Toch zijn de verkiezingen voor een nieuwe volksvertegenwoordiging van Californië dit jaar zeker zo belangrijk voor de VS als de verkiezing van een nieuwe Amerikaanse president.

Trendsettend Californië wijst in november Congresleden aan volgens een kiesstelsel dat Democraten en Republikeinen dwingt hun meest gematigde kandidaten voor te dragen. In voorverkiezingen van Republikeinen stemmen ook Democraten mee, en andersom, zodat redelijkheid ineens een voorwaarde wordt om te winnen. Het huidige systeem stimuleert extremisme – Amerika werd er de laatste decennia een onbestuurbare grootmacht mee.

Nu heeft een brede coalitie van rechts en links Californië als proeftuin gevonden om dit verstikkende stelsel te beëindigen, en alles wijst erop dat dit gaat lukken. De staat die de wereld eerder de spijkerbroek, de sportschool en Facebook gaf, kiest komend najaar zodoende een Congres dat een spectaculaire breuk met de Amerikaanse politieke cultuur van de laatste decennia oplevert: politici die consensus zoeken. Politici die samenwerken in plaats van polariseren en populariseren.

En dit is het fascinerende: juist nu Amerika tot het besef komt dat het zo niet langer kan, is Nederland in een soms krankzinnig hoog tempo bezig het wantrouwen en het populisme, en de polarisatie die dit versterkt, uit Amerika te importeren.

Hoe pervers het Amerikaanse stelsel uitpakt leer ik van Tom Tancredo, een begenadigd populist uit Colorado die me in 2010 het geheim van zijn aanpak uit de doeken doet. Een politicus in de VS is pas succesvol, vertelt hij, als hij aan het ruim ontwikkelde wantrouwen van de bevolking appelleert, met andere woorden: als hij geregeld een nederlaag weet te lijden. (Geert Wilders, lees ik in het boek van Martin Bosma, was een jaar voor mij bij Tancredo.)

Tancredo, ex-Congreslid (1999-2009) en medewerker van diverse Republikeinse presidenten, heeft van controverse zijn specialisme gemaakt. Hij is kind aan huis bij Fox News. In 2005 dreigde hij met een aanval op Mekka voor het geval Al-Qaeda een nucleair wapen in de VS gebruikt. Hij eist dat de grenzen dichtgaan zolang er nog illegalen het land binnenkomen. Hij maakt openlijk ruzie met Republikeinse leiders als John McCain („smerige man, gemeen, de schil van een ui is dikker dan zijn huid”). Dat alles, zegt hij, bezorgt hem zijn populariteit. Toen de Tea Party opkwam werd hij in die kringen met open armen ontvangen.

En voorwaarde voor succes in een wantrouwende maatschappij is dat mensen woedend op je worden, legt hij uit. Wees altijd de opruier. „Als je iets wilt bereiken en beleid omverwerpen dat al jaren bestaat, dan moet je bereid zijn dingen te zeggen waardoor mensen pissig op je worden.” Wie woede losmaakt bij de andere partij levert zijn medestanders het bewijs dat hij van belang is. Dus probeer je ze zo hard mogelijk te raken. „Pas als ze je gaan bestrijden kom je ergens.”

Bijbehorende truc: zet onoplosbare problemen op de agenda, zodat je nederlagen lijdt. Nederlagen bevestigen de burger in zijn wantrouwen. „Mensen wantrouwen de regering, mensen wantrouwen elkaar, mensen hebben het idee dat Amerika ze uit de handen glipt”, legt Tancredo uit. „Daar moet je aan appelleren.”

Het is de politieke exploitatie van een verschijnsel dat elke Amerikaan kent en weet te verbergen. Amerikanen hebben zo’n voortreffelijk gevoel voor zelfpromotie ontwikkeld dat ze er hun inktzwarte mensbeeld moeiteloos mee kunnen verhullen. Maar diezelfde zelfpromotie is er de oorzaak van dat ze – zie onderstaande data van onderzoeksbureau Harris – sinds de jaren zestig werkelijk iedereen zijn gaan wantrouwen: andere Amerikanen, deskundigen, autoriteiten, politici, etc.

Voor gezagsdragers resteert in zo’n klimaat weinig anders dan de volkswil volgen of de maatschappij haar gang laten gaan. Op zich geen punt, in een land dat populaire cultuur tot kunst verhief: populisme hoort bij Amerika als Andy Warhol bij Campbell’s Soup. Maar wat zich wreekt is dat populisme zo’n krachtig politiek wapen werd dat ook deskundigheid en rationaliteit er ondergeschikt aan raakten. ‘Fact free politics’, de term die vorig jaar overwaaide naar Nederland, is lang niet zo’n nieuw verschijnsel als het veelvuldige Nederlandse gebruik ervan suggereert. Deskundigheid is al jaren een verdachte eigenschap in de VS, zodat politici hun oordeel moeiteloos kunnen negeren. Ziedaar de verklaring voor het gemak waarmee Bush zijn onwinbare oorlogen begon (die Obama in de meeste gevallen voortzet) en de eenvoud waarmee de staatsschuld tot historische hoogte kon oplopen (en ook onder Obama blijft stijgen).

Nederland heeft sinds Pim Fortuyn zijn eigen flirts met polarisatie en rechts populisme, en dat levert soms frappante gelijkenissen met culturele en politieke trends in Amerika op. Qua zelfpromotie steken Nederlanders Amerikanen inmiddels met gemak naar de kroon: op sociale media is iedereen de spindoctor van zijn eigen leven. Deskundigheid wordt ook hier met argwaan begroet. Rechters vallen van hun sokkel. De agitator heeft ook in Nederland zijn intrede gedaan, vooral als mediapersoonlijkheid, want ook Nederlandse media worden steeds vaker gedreven door honger naar spektakel en controverse.

En zoals Tancredo in de VS gebruikmaakt van deze trends, zo doet Geert Wilders dat in Nederland. Ook Wilders organiseert zijn eigen nederlagen – zie het Polen-meldpunt, het rapport over de gulden, etc. – om er daarna van te profiteren: naar ons wordt niet geluisterd; die profiteurs in het Europarlement willen ons de mond snoeren. Ook Wilders scheldt politieke partners uit: Doe es normaal man. Ook Wilders zegt dingen die volgens de goegemeente eigenlijk niet kunnen. Want ook Wilders weet dat woedende reacties op zijn optreden en uitlatingen de brandstof van zijn achterban zijn.

In het geniale Nixonland: The Rise of A President and the Fracturing of America (2008) laat de historicus Rick Perlstein zien waarom deze strategie zo succesvol kon worden. In 1968 lanceerde Nixon het concept van de zwijgende meerderheid - ‘naar de gewone man wordt niet geluisterd’ - en dat bleek zo’n krachtig sentiment dat het sindsdien door nagenoeg elke politieke kandidaat, Republikein én Democraat, wordt uitgespeeld. Het werd hét populistische wapen om verkiezingen te winnen. En het strategische instrumentarium dat eruit voortkwam zie je bij Wilders bijna volledig terug: hij attaqueert kwaliteitsmedia naar Amerikaans recept. Hij politiseert de magistratuur naar Amerikaans voorbeeld. Zijn goed-foutschema is een klassieker uit het Republikeinse repertoire: wie niet voor mij is, is tegen mij. Net als het wantrouwen tegen Andere Groepen – Grieken, Prius-rijders, moslims, Palestijnen, Polen – dat hij uitspeelt.

Nederland is nog lang niet zo verscheurd als de VS. Het verschil is dat Nederland pas tien jaar een activistisch rechts populisme kent, waar de Verenigde Staten nu ruim veertig jaar ervaring met het concept van de zwijgende meerderheid heeft. Maar net als in de VS wordt langs die weg nu ook hier door politici wantrouwen in de maatschappij geïnjecteerd.

En dat begint politieke instituties te raken. De volgende gegevens komen uit De sociale staat van Nederland (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2011). Ze tonen aan hoe Nederland ver verwijderd is van de VS: het vertrouwen in maatschappelijke instituties – naar internationale maatstaven al decennia hoog – bleef de afgelopen tien jaar op peil. Maar het vertrouwen in politieke instituties bleef laag, of daalde in Amerikaans tempo.

Roel Dekker, de SCP-onderzoeker achter deze cijfers, vertelt dat Nederland na tien jaar rechts populisme uit de groep van landen is gevallen waar het vertrouwen in politieke instituties het hoogste is. „Tot en met de jaren negentig behoorden we met ons hoge vertrouwen in politieke instituties tot de internationale top, samen met Scandinavië. Dat is niet meer zo. We zien grote schommelingen, maar we keren niet meer terug op het hoge niveau van voor de moord op Fortuyn.”

Volgens de Leidse politicoloog Rudy Andeweg toont dit maar beperkt wat er speelt. Uit zijn Nationaal Kiezersonderzoek blijkt nog altijd een hoog vertrouwen van Nederlanders in de democratie – gunstige resultaten die je telkens in de media ziet opduiken. Maar die data geven, zegt Andeweg, geen goed beeld. Volgens hem blijkt uit de antwoorden op één stelling hoe ver het is gekomen. Sinds de jaren zeventig wordt deze stelling aan een representatieve kiezersgroep voorgelegd: „Tegen beter weten in beloven politici meer dan ze kunnen waarmaken.” En bijna alle Nederlanders blijken nu te geloven dat politici hen moedwillig misleiden. Andeweg: „In ons laatste onderzoek was 93 procent het met deze stelling eens. Dat is nog nooit zo hoog geweest, en het kan ook bijna niet hoger meer. Dit zegt eigenlijk alles.” En onderzoek van het SCP (Burgerperspectieven, januari 2012) laat zien dat kiezers, ondanks drie jaar ‘crisis’, meer zorgen hebben over nationale cultuur (‘samenleven, normen en waarden’) dan over economie en inkomensverdeling. Ook in dat opzicht slaat de veramerikanisering razendsnel toe.

Er komt bij dat Nederland net als de VS een krachtige links-populistische stroming heeft, zodat zich dezelfde electorale tweedeling ontwikkelt: wie op de flanken polarisatie bevordert heeft de wind mee. Zo hebben nu twee stromingen succes door het Hollandse consensuslingo te mijden en de taal van de gewone man (‘Effe dimmen’, SP; ‘U bent knettergek’, PVV) te introduceren in de nationale vergaderzaal.

En het politieke centrum, waar de oude middenpartijen decennialang de macht regisseerden, is geheel gedesoriënteerd geraakt: het centrum voelt de macht uit zijn vingers glippen. „Moderne kiezers willen heldere standpunten. Ze willen een partij uit de regering stemmen als ze vinden dat het niet goed gaat”, zegt Andeweg. „Middenpartijen zullen het altijd moeilijk vinden de helderheid te bieden die kiezers tegenwoordig eisen.”

Nu mankeert er van alles aan de oude middenpartijen en de oude politieke zeden – de ondoorgrondelijke taal, de baantjesmachine, de onheldere machtsvorming, etc. Maar die oude Nederlandse politiek is een zegen vergeleken met de gepolariseerde reclamefabriek die in de VS doorgaat voor politiek: een geperverteerde elite (jazeker) die het land op de rand van de afgrond heeft gebracht.

Maar in Den Haag is de angst van de oude middenpartijen voor de roekeloze burger zo groot dat niet één vooraanstaande politicus die burger op zijn onbezonnenheid durft te wijzen. Gelaten aanvaarden bewindslieden en topadviseurs de trend. En zo is Nederland op weg naar een gepolariseerd politiek bestel, zonder reflectie, zonder ophef, geleid door politici die doen alsof er eigenlijk niet zoveel aan de hand is.

Gebaseerd op De grote Amerikashow. Populisme en wantrouwen in een gespleten land van NRC-redacteur Tom-Jan Meeus. Het wordt dinsdag 17 april gepresenteerd in De Rode Hoed in Amsterdam.