Utrechtse sterrenkundigen kregen de zak maar keren terug

Kees de Jager en de Sint, 1968 op Sonnenborgh. Collectie prof. R. Rutten

Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Daar weten Utrechtse sterrenkundigen nu alles van. Op de kop af 370 jaar lang bestudeerden zij de sterren en hemellichamen.

Maar dit jaar valt het doek. Sterrenkunde past niet in het nieuwe profiel van de Utrechtse bètafaculteit, waarin het accent ligt op meer toegepast onderzoek aan het klimaat en alternatieve energie.

Zo eindigt plotsklaps een lange sterrenkundige traditie. Die begon in 1642 bovenin de Smeetoren, waarvan de spits was vervangen door een koepel met telescopen. Die zette voort op sterrenwacht Sonnenborgh, een 16de-eeuws vestingwerk, en eindigt nu dus op de Universiteitscampus op de Uithof.

Aan een gebrek aan faam ligt het niet. De beroemde Vlaamse astrofysicus Marcel Minnaert bestudeerde op Sonnenborgh de zon, astronoom Kees de Jager studeerde, werkte en woonde er, Ed van den Heuvel werd er opgeleid. En het huidige onderzoek werd internationaal als excellent beoordeeld.

Schrik en ongeloof gaf dus de beslissing van de Universiteit Utrecht. “A very sad mistake”, zo noemde de Amerikaanse sterrenkundige Frank Shu “het idee dat je kunt excelleren in toegepaste vakken, zonder input en inzichten van onderzoekers die door nieuwsgierigheid worden gedreven in plaats van onmiddellijk resultaat.” De relatief kleine sterrenkundige gemeenschap in Nederland (147 astronomen) heeft de Utrechtse collega’s wel in het land weten te houden: zij gaan naar de universiteiten van Nijmegen, Amsterdam en Leiden, werd deze week bekend.