Studeren wat je leuk vindt - das war einmal Met deze opleiding kun je overal terecht . Of nergens, maar dat vertellen we lekker niet

De werkloosheid onder Nederlandse jongeren is flink gestegen, tot maar liefst 11,9 procent. Is het nog wel handig dat iedere achttienjarige gaat studeren wat hij of zij leuk vindt? Moeten we niet meer uitgaan van het economisch nut? Daar zit wel wat in, stelt Frank Steenkamp. Anouk van Kampen is daarentegen blij met haar ‘nutteloze’ bachelor kunstgeschiedenis.

‘Met deze opleiding kun je overal terecht.” Wie zich op een nieuwe studie oriënteert, komt steeds deze vrolijke belofte tegen. Tegelijkertijd weet iedereen dat er verschillen zijn – accountants krijgen meer salaris dan leraren Engels. Als je recentelijk journalistiek hebt gestudeerd, bijt je nu op een houtje. Waarom zouden we dan niet regelen dat schoolverlaters bij hun studiekeuze meer rekening houden met het nut van de te volgen opleiding?

In tijden van economische teruggang zijn ook jonge hoger opgeleiden per traditie kwetsbaar. Legendarisch is de ‘ingenieur op de tram’ – dus als bestuurder – in de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook korter geleden, van 1982 tot 1985, was er sprake van hoge werkloosheid onder academici en hbo’s. Het onderwerp was zo belangrijk dat het Centraal Bureau voor de Statistiek elke maand (!) met gedetailleerde cijfers kwam over hoeveel bouwkundigen, biologen en lieden uit andere disciplines zonder werk zaten.

Anno 2012 bestaan zulke detailcijfers niet meer. Dit leek tot voor kort ook amper nodig, maar juist deze week werd bekend dat de werkloosheid onder Nederlandse jongeren flink is gestegen, tot maar liefst 11,9 procent. Ongediplomeerden staan er het zwakst voor, maar ze zijn niet de enigen met tegenwind. De discussie over het nut van een diploma wordt hiermee minder academisch.

Afgelopen jaar klonken er al enkele pleidooien voor betere informatie over en afstemming op het ‘nut’ van opleidingen op de arbeidsmarkt. De Sociaal-Economische Raad (SER) wil graag meer bèta’s, leraren en medisch geschoolden. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren bepleitte een bijsluiter bij elke opleiding, over hoe groot de kans op een baan is na het afstuderen.

Vooral in universitaire kringen leiden zulke pleidooien steeds tot luchtig schouderophalen. Studievoorlichters kennen de argumenten tegen simpele afstemming van studies op de arbeidsmarkt uit hun hoofd, al verschillen ze wel per faculteit. Juristen, economen en bedrijfskundigen wijzen op hun brede inzetbaarheid. Anderen noemen het feit dat goede studenten niet worden gedreven door baankansen, maar door liefde voor het vak. En dan is er altijd nog een voorraad anekdotes om te illustreren hoe grillig de arbeidsmarkt is. Nee, afstemming heeft in deze filosofie geen prioriteit.

De vraag is hoe lang deze opstelling nog is vol te houden. Al is de officiële werkloosheid laag, enkele contacten onder jongeren volstaan om te weten dat de positie van afgestudeerden in diverse disciplines sinds 2009 sterk is verslechterd.

Omdat de arbeidsmarkt flexibeler is dan voorheen (en de uitkeringsmogelijkheden kleiner), klinkt het niet sterk door in harde werkloosheidscijfers. Toch is er een massa letterkundigen, communicatiewetenschappers, journalisten, kunstenaars, maar ook geografen en biologen die zich redt met onderbetaalde parttimebaantjes. Hetzelfde geldt voor hbo’ers in de toerismesector of jonge piloten, die vaak een ton hebben geïnvesteerd in het halen van een nu waardeloos papiertje. De crepeergevallen zijn zo te vinden. Dus misschien is het toch tijd om wakker te worden?

In het hbo is de aandacht voor de positie van afgestudeerden nooit helemaal weggeweest. Al sinds vijftien jaar laten de hogescholen hun afgestudeerden systematisch enquêteren. Deze HBO-Monitor levert een schat op aan actuele, vergelijkende gegevens. Zo verdienen jonge kunstenaars maar 1.250 euro bruto per maand. Fysiotherapeuten of werktuigbouwers scoren rond de 2.500 euro. Een hbo-diploma in de pedagogiek leidt zelden tot een fulltimebaan – driekwart van alle afgestudeerden werkt minder dan vier dagen per week.

Zulke verschillen zijn van belang, zeker omdat ze vaak jaren blijven bestaan. Aanstaande studenten hebben het recht om dit te weten. De praktijk leert dat zij genuanceerd omgaan met deze informatie. Velen vinden een interessant vak toch belangrijker dan de precieze kansen op werk.

Het hbo onderkent dit right to know steeds beter. De Hanzehogeschool Groningen zet in al haar brochures onafhankelijke gegevens over baankansen. Enkele andere scholen bereiden bijsluiters voor. Deze willen ze standaard meegeven aan geïnteresseerde scholieren. De studiekiezer kan er zijn voordeel mee doen.

Bij de universiteiten ligt het met de arbeidsmarktinformatie wel even anders. Wie op de website van universiteitenvereniging VSNU zoekt, komt een trots persbericht tegen: „Werkloosheid academici daalt over de hele linie.” Fijn, maar het persbericht blijkt al vijf jaar oud te zijn. Zou er sindsdien niets zijn veranderd?

Jawel, maar volgens de VSNU hoeven we dit niet zo precies te weten. Juist nu de onzekerheid over de afgestudeerden toeneemt, heeft deze club flinke stappen achteruitgezet wat betreft transparantie. Enquêtes onder afgestudeerden – de WO-Monitor – worden nog maar eens per twee jaar gehouden. Men doet minder om een goede steekproef te behalen. Gegevens over kleine studies worden dus onbetrouwbaar. De resultaten worden niet meer actief gepubliceerd. Ergens op een bureau liggen de resultaten van de WO-Monitor 2011. Ze konden wel eens ongunstig zijn. U en ik mogen ernaar gissen.

Het lijkt wereldvreemd, maar het is een lijn die al jaren geleden is ingezet. Niet langer is maximale transparantie het streven. Nee, de VSNU is er voor het belang van de branche. Haar leden, de universiteiten, weten zelf wel wat goed is voor hun studenten.

Om dezelfde reden wordt al zes jaar getalmd met het openbaar maken van doorstromingscijfers en slagingspercentages in de masterfase. Ook deze cijfers kunnen aanstaande studenten wijzer maken over hun toekomstige lot, maar bij de VSNU heeft de openbaarmaking ervan geen prioriteit. Er is immers geen reden tot zorg.

Zulk paternalisme is toch niet meer van deze tijd?

Frank Steenkamp is directeur van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie en hoofdredacteur van de Keuzegids.