PvdA kiest jonge leider

De PvdA heeft na anderhalf jaar weer een leider die zich thuis voelt in de ‘wilde beestenlucht’, zoals D66-oprichter Hans Van Mierlo de politieke arena ooit beschreef.

Dat komt van pas. In deze tijden van recessie en bezuinigingen zal het politieke klimaat eerder ruiger dan milder worden.

Dat de leden van de PvdA voor de jonge Diederik Samsom (40) hebben gekozen, en niet voor Ronald Plasterk (54), is primair van belang voor de partij. Met deze activistische fractievoorzitter denkt ze de weg omhoog terug te vinden. Voor de rest van Nederland heeft de keuze van de grootste oppositiepartij ook betekenis. Democratie floreert alleen bij macht èn tegenmacht.

De interne verkiezingscampagne bij de PvdA laat bovendien zien dat partijen nog steeds levende verenigingen kunnen zijn. Binnen een partij, die zich ooit heeft verenigd op één verkiezingsprogramma, kunnen wel degelijk relevante verschillen van inzicht aan de dag treden. Die pluriformiteit leidde ertoe dat ruim tweederde van alle PvdA’ers afgelopen week meedeed aan de interne stemming. Dat bewijst dat fractiediscipline in het parlement niet onvermijdelijk hoeft te leiden tot kadaverdiscipline in de partij.

Op den duur kan dat bijdragen aan iets meer vertrouwen in de politieke partij als zodanig. Het is geen toeval dat de andere volkspartijen eveneens experimenteren met nieuwe vormen.

De leidersverkiezingen in de PvdA waren dan ook niet uniek. In 2002, toen dezelfde partij na de moord op Pim Fortuyn en het onmiddellijke vertrek van lijsttrekker Ad Melkert in de penarie zat, organiseerde de PvdA zo’n verkiezing voor het eerst. Wouter Bos won het toen, met 60 procent, met gemak van de drie andere kandidaten. De VVD volgde in 2006. Dat was nodig om het gat op te vullen dat fractievoorzitter Jozias van Aartsen met zijn tussentijds opstappen had laten vallen. Mark Rutte versloeg rivale Rita Verdonk ternauwernood. Waarna het nog lang onrustig bleef in de VVD, omdat die laatste haar nederlaag niet accepteerde.

Het lijkt erop dat de PvdA nu wel tot bedaren komt. Maar hoeveel tijd krijgt Samsom? Als het kabinet-Rutte het niet volhoudt tot de Tweede Kamerverkiezingen van mei 2015, kan hij opnieuw worden uitgedaagd door alternatieve partijleiders. Nu al circuleert de naam van de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher, die zijn functie na de raadsverkiezingen in 2014 zou willen neerleggen. Dat oogt heel dynamisch en democratisch. Maar er is een keerzijde. Want uiteindelijk maken interne partijverkiezingen geen einde aan programmatische leegte of verwarring. Daar is meer voor nodig: allereerst een coherent debat over de verhoudingen tussen jong en oud, tussen middengroepen en lagere klassen en vooral ook tussen Nederland en Europa. Samsom lijkt een redelijk afgebakende strategische lijn te willen uitzetten. In het kort: liever hervormingen op termijn dan veel bezuinigen nu.

Het is onzeker of Samsom de PvdA en haar kiezers meekrijgt met die ‘uitruil’. Structurele aanpassingen van de verzorgingsstaat zullen zijn potentiële kiezers immers niet ongemoeid laten.

Zeker is wel dat het minderheidskabinet-Rutte ook met deze koers zal worden geconfronteerd. Meteen al als de premier naar het parlement moet komen voor de ratificatie van het euroverdrag, dat Nederland dwingt tot een stringentere overheidsfinanciering. Zelfs als Samsom zijn dreigement afzwakt, dat de PvdA het eurobeleid van het kabinet niet meer onvoorwaardelijk steunt, dan nog kan de coalitie niet opgelucht ademhalen. En ook als Rutte voor de draad komt met echte hervormingsvoorstellen – waar nog weinig tekenen voor zijn – moet de premier rekening houden met een fractieleider die hij niet zomaar kan aftroeven met jeugdig elan.

Want of de PvdA onder Samsom nu naar links gaat zwenken of het midden opzoekt, zo’n gouvernementele tegenstander als Job Cohen zal Mark Rutte niet meer treffen. Alleen al daarom moeten zowel de regerings- als de oppositiepartijen rekening houden met veranderende verhoudingen in de Tweede Kamer.