Op de gaan koffie

Nederlanders drinken steeds vaker koffie buitenshuis. Welke keten schenkt de lekkerste?

Paul SharoPaula Koelemij Maurice Boyer

Jonge mensen die zich door een drukke stad naar werk of studie haasten met een grote beker coffee-to-go in hun hand. Dat is het beeld van de urban cool dat vooral via Amerikaanse films en televisieseries tot ons komt. Net als de beelden van lounge-achtige koffietenten, waar jonge, tegendraadse maar ontspannen mensen op laptops urenlang slimme dingen zitten te doen en romantische ontmoetingen hebben. En af en toe koffie drinken.

Ook in Nederland worden meeneemkoffie en loungekoffie steeds populairder. Ketens als Starbucks, CoffeeCompany en Kaldi zijn de afgelopen jaren fors gegroeid. Nog steeds drinkt de Nederlander het merendeel van zijn gemiddeld drie koppen koffie per dag thuis of op het werk. Maar volgens kenners drinken we steeds meer koffie buitenshuis; de komende jaren groeit dat aandeel naar verwachting van 30 naar 35 procent. Koffieketens openen steeds meer vestigingen. Marktleider is Douwe Egberts, dat naast zijn ruim twintig Douwe Egberts Cafés nu ook de ruim dertig vestigingen van CoffeeCompany heeft overgenomen.

Die ketens krijgen een steeds kritischer consument binnen. Nog niet zo lang geleden was koffie, zeker thuis, een grote kan filter-roodmerk die uren op een warmhoudplaatje stond. Maar veel mensen jonger dan, zeg, studentenleeftijd, zullen niet beter weten dan dat je koffie per kopje zet, met een Senseo- of Nespresso-apparaat. En dat je een roast of blend kan kiezen. Dus verwachten ze dat ze buitenshuis ook lekkere koffie kunnen drinken.

Dat wilde de redactie van Lux graag controleren, en zij is met twee professionele koffieproevers vijf grote ketens afgegaan: Starbucks, CoffeeCompany, Bagels & Beans, Douwe Egberts Café en Kaldi. Daar proefden Paula Koelemij en Paul Sharo telkens een espresso, een ‘gewone’ koffie en een cappuccino. Ze checken welke blend van verschillende koffiebonen wordt gebruikt en hoe de branding daarvan is verlopen. Ze kijken naar de crema, het laagje schuim op de espresso dat roodbruin moet zijn, niet wittig (te slap) of donker (verbrande koffie). En bij de cappuccino beoordelen ze het melkschuim. Dat moet matglanzend en compact zijn. De verhouding koffie, melk en schuim moeten gelijk zijn.

Paula Koelemij is manager inkoop bij koffieproducent Simon Lévelt en manager van de keurkamer, waar de bonen worden getest. Die zit in Haarlem, waar Simon Lévelt de koffiebonen brandt. Ze is van huis uit historica, maar werkt al twintig jaar in de koffie. Koffieproeven leer je in de praktijk, zegt ze.

Paul Sharo leerde het vak van barista ooit achter de espressomachine van De IJssalon in de Rotterdamse binnenstad, en heeft zich sindsdien onder de naam Man Met Bril ontwikkeld tot koffiehandelaar en trainer van barista’s.

De twee koffiekenners zijn het eens over de keten waar de beste koffie gemaakt wordt: CoffeeCompany. Alles is goed: de blend, de mix van bonen (die op een schoolbord geschreven staat), de branding, de crema en de smaak. Zelfs de cappuccino kreeg grote waardering voor de compactheid van het melkschuim. Alleen de filterkoffie van Douw Egberts kon op vergelijkbaar enthousiasme rekenen.

De slechtste koffie was ingewikkelder. Starbucks gebruikt „volledig verbrande” bonen. En volgens Koelemij maakt dat de koffie ondrinkbaar bitter, ook al wordt die warm en met een redelijke crema geserveerd. Sharo is over deze koffie ook beslist niet enthousiast, maar zegt dat dit past bij een Amerikaanse voorliefde voor ‘verbrande’ smaken. „Ze weten wat ze doen.” Voor hem was het dieptepunt dan ook Bagels&Beans, waar de koffiebonen potentie hebben, maar het bij het zetten misgaat.