Niet strijden, maar dansen met robots

Kunstmatige intelligentie

In zijn nieuwe boek ‘Turings tango’ pleit ervoor de intelligentiewedloop tussen mens en computer te vervangen door samenwerking. Als in een dans.

Marswagen Spirit. Foto NASA

Een van de indrukwekkendste toepassingen van kunstmatige intelligentie is de automatische piloot in een vliegtuig. Die maakt menselijke piloten niet overbodig, maar dient als aanvulling. De piloot bepaalt wanneer hij de controle aan de automatische piloot overlaat en wanneer hij beter zelf aan het roer kan zitten. Een zoekmachine, een reisplanner of een spellingchecker mag er best eens naast zitten, maar de automatische piloot gaat over de levens van tientallen tot honderden mensen. Die mag niet haperen.

Het concept van de automatische piloot begint inmiddels ook indrukwekkende toepassingen te krijgen in auto’s. Een van de belangrijkste pioniers op dit terrein is de Duitser Sebastian Thrun, hoogleraar informatica en directeur van het Stanford Artificial Intelligence Lab (SAIL) van de Stanford University in Californië. “Als kleine jongen was ik gek op auto’s”, vertelde hij in 2011 in een TED-lezing, om eraan toe te voegen: “Toen ik achttien was, kwam mijn beste vriend om bij een auto-ongeluk. Toen besloot ik om mijn leven te wijden aan het redden van een miljoen mensen per jaar.”

Jaarlijks overlijden wereldwijd een miljoen mensen bij auto-ongelukken en raken er meer dan vijftig miljoen gewond. Bijna al die ongelukken zijn te wijten aan menselijke fouten: een bestuurder die in slaap sukkelt, te veel heeft gedronken, te snel rijdt of zijn gedachten er niet bij heeft. Typisch menselijke zwakheden waarvan een robotauto geen last heeft. Thrun wil de auto dan ook uitrusten met kunstmatige intelligentie en gaat meteen voor de hoofdprijs: de mens vertelt waar hij heen moet en laat de rest aan de auto over. Die kijkt, beslist en rijdt.

In 2004 formeerde Thrun een onderzoeksteam met als doel binnen een jaar een zelfrijdende auto te bouwen die de DARPA Grand Challenge zou kunnen winnen, een wedstrijd voor zelfrijdende auto’s georganiseerd door het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) van het Amerikaanse ministerie van Defensie. DARPA organiseerde in 2004 de eerste wedstrijd over 240 kilometer in de Mojave-woestijn. Geen enkele auto haalde toen de eindstreep; de beste strandde na 12 kilometer.

Slimme statistiek

Dat moet beter kunnen, dacht Thrun. Met zijn collega’s bouwde hij een Volkswagen Touareg om tot robotauto Stanley. Stanley was uitgerust met lasersensoren, videocamera’s, radar en GPS-antennes. Met die sensoren bracht hij de hele omgeving om zich heen razendsnel in kaart. Stanley kon permanent en onvermoeibaar 360 graden om zich heen kijken, dag en nacht, weer of geen weer, en tot op grote afstand.

Thrun maakte van de computer in de robotauto een soort waarschijnlijkheidsmachine. Daarin lag de grote doorbraak. Voorheen werd de computer volgestopt met ‘als-dan’-regels: ‘als dit gebeurt, doe dan dat’. Maar je kunt de auto niet op alle mogelijke situaties voorbereiden. Het aantal mogelijkheden is te groot en er zijn altijd wel weer uitzonderingen waaraan een programmeur niet heeft gedacht. Thrun liet de computer meer mens worden, door hem te leren dat in de enorme hoeveelheden waarnemingsdata van de sensoren fouten kunnen zitten. De computer bepaalt steeds de waarschijnlijkheid dat zijn gegevens correct zijn en plant aan de hand daarvan zijn route. Op grond van nieuwe waarnemingen stuurt hij die planning voortdurend bij.

Deze slimme statistische technieken staan aan de basis van een stille revolutie die de laatste jaren op het hele terrein van de kunstmatige intelligentie heeft plaatsgevonden. Dankzij het wereldwijde web zijn nu voor het eerst in de geschiedenis enorme hoeveelheden data vrij beschikbaar voor deze statistische technieken: teksten, beelden en geluidsopnames. De stille revolutie heeft dan ook successen opgeleverd bij onder meer automatische vertaling, automatische spraakherkenning, automatische beeldherkenning en het in kaart brengen van een ruimtelijke omgeving. De resultaten liggen nog lang niet op menselijk niveau, maar worden steeds beter. Thrun zegt daarover: “Wij bouwen technologie die mensen in staat stelt om succesvoller te zijn, niet technologie die mensen vervangt.”

Vaagheden en onzekerheden

Voor computerpionier Alan Turing was intelligentie in 1950, toen hij zijn beroemde Turing Test bedacht, gebaseerd op logisch redeneren. Hij dacht dat alle menselijke gedrag terug te brengen zou zijn tot logica. Maar het probleem is dat de echte wereld vol vaagheden, ambiguïteiten en onzekerheden zit. Robots kunnen bijvoorbeeld nog steeds geen voorwerpen herkennen op een niveau waarop mensen dat kunnen. Robots zien de wereld in termen van afstanden, ruimten, puntenwolken, maar ze weten niet wát ze zien. Staat daar je moeder langs de kant van de weg, of is het de buurvrouw? De auto kan het je niet vertellen. “Voorwerpherkenning is een van de grote uitdagingen voor de toekomst”, zegt Thrun. “Mijn grote droom is dat er een dag aanbreekt waarop ik mijn auto meer vertrouw dan mijzelf.”

Robotauto Stanley is met pensioen gegaan en staat tentoongesteld in het American History Museum in Washington DC. Het Amerikaanse tijdschrift Wired koos Stanley in 2006 tot de invloedrijkste robot aller tijden. Google was zo onder de inruk van Thruns werk dat ze hem inhuurden. Onder zijn leiding werden zes Toyota Priussen en één Audi TT omgebouwd tot Google-robotauto’s. Die reden vanaf 2010 in totaal meer dan 225.000 kilometer op de openbare wegen in Californië tussen al het alledaagse verkeer: middenin San Francisco, van San Francisco naar Los Angeles, op drukke tolwegen, overdag, ’s nachts en zelfs in bergachtig terrein. Telkens zat er wel een mens op de stoel van de chauffeur, maar alleen om in noodgevallen in te grijpen. Dat kon hij doen door op de rem te trappen, aan het stuur te draaien of op een rood knopje te drukken ten teken dat hij de controle over zou nemen.

Een noodgeval was bijvoorbeeld die keer dat een fietser door rood licht reed en recht op de Google-auto af stormde. Of die andere keer toen een voorliggende auto opeens stopte en onbesuisd achteruit wilde rijden om in te parkeren. Maar volgens Google had de auto zelf ook op tijd ingegrepen en een ongeluk voorkomen. De menselijke bijrijder wilde alleen geen enkel risico lopen. Er gebeurde slechts één ongeluk, toen een achterliggende auto door eigen schuld inreed op een van de Google- auto’s.

De bestuurderloze auto is dus al mogelijk. Toch blijft de mens achter het stuur zitten en zullen robotauto’s niet in hun eentje langdurig de weg op gaan. Uiteindelijk bepaalt de mens nog steeds waarvoor hij de auto wil gebruiken. Als je een vriendin ergens wilt ophalen, dan moet jij zien waar ze staat – de auto herkent je vriendin niet. Als je door de bergen rijdt, wil je zelf bepalen waar je even wilt parkeren om van het uitzicht te genieten.

Of stel, een voorliggende auto slipt weg waardoor jij moet uitwijken. Je hebt twee mogelijkheden. Je stuurt naar links tegen een stilstaande vrachtwagen aan, of je stuurt naar rechts tegen een groep kinderen aan. Intuïtief zullen de meesten van ons voor het eerste kiezen. Maar de robotauto berekent alleen maar razendsnel de weg van de minste weerstand. Hij weet niet wat kinderen zijn en wat een vrachtwagen is. Het groepje kinderen is een kleiner obstakel dan die grote vrachtwagen, dus de gevolgen laten zich raden.

Ook bij de robotauto zal het daarom in de toekomst gaan om effectieve samenwerking tussen menselijke intelligentie en robotintelligentie, net zoals dat nu met de automatische piloot in vliegtuigen gebeurt. De duurdere modellen auto’s van vandaag de dag hebben bijvoorbeeld al een ‘adaptive cruise control’, die ervoor zorgt dat de auto een vaste afstand tot een voorligger kan aanhouden. Een automatisch remsysteem zorgt ervoor dat je niet te veel of te weinig remt. Het rijbaan-waarschuwingssysteem zorgt dat je zo goed mogelijk het verloop van de rijbaan volgt. Het botsing-waarschuwingssysteem waarschuwt wanneer je te dicht in de buurt van een obstakel komt. Deze onderdelen zijn allemaal afgeleid van een volledig autonome robotauto en worden als losse softwaremodules ingebouwd in moderne auto’s.

Grote databergen

Computerintelligentie is niet beter of slechter, maar ánders dan menselijke intelligentie. Computers kunnen supersnel en feilloos rekenen, hebben een groot en feilloos geheugen, kunnen razendsnel zoeken in grote databergen, zijn onvermoeibaar, goed in exacte feiten en hebben geen last van psychologische belemmeringen. Mensen daarentegen kunnen beter visuele en auditieve patronen herkennen en interpreteren; omgaan met vaagheden, ambiguïteit en verrassingen en zijn creatiever dan computers. Gemakshalve liet Turing de rol van het lichaam achterwege. Maar juist dat lichaam is cruciaal gebleken voor de menselijke intelligentie, in het bijzonder die in de vorm van sociale en emotionele intelligentie.

Hoe tot de verbeelding sprekend de Turing Test om te bepalen of machines kunnen denken ook is, het is tijd om afscheid te nemen van de vraag wanneer we vinden dat machines kunnen denken, en van de illusie dat kunstmatige intelligentie menselijke intelligentie kan en zal overtreffen.

We kunnen ons beter inzetten voor de optimale samenwerking tussen menselijke- en kunstmatige intelligentie: een humanistische kunstmatige intelligentie waarin de mens en niet de machine centraal staat. Daartoe zouden we de Turing Test moeten vervangen door zoiets als de ‘Turing Tango’. Waar de Turing Test draaide om de vraag wanneer we kunnen zeggen dat computers denken, draait de Turing Tango om de vraag op welke manier mens en computer het beste kunnen samenwerken. In de Argentijnse tango is een goede samenwerking tussen de twee danspartners minstens zo belangrijk als de individuele kwaliteit van de dansers. Op dezelfde manier is in de Turing Tango de samenwerking tussen mens en machine essentieel. Dus: tabee Turing Test, welkom Turing Tango.

Dit is een voorpublicatie uit het boek ‘Turings Tango’ van Bennie Mols, dat volgende week verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.