Nederland wordt een onaantrekkelijk land om je recht te krijgen

Geert Corstens is president van de Hoge Raad in een tijd dat de rechterlijke macht onder het vergrootglas van de politiek ligt, vooral van de PVV. De meeste zorgen baart hem de verhoging van de eigen bijdrage die mensen voor rechtspraak moeten betalen. „Het is fundamenteel dat een burger naar de rechter moet kunnen. Dat is nu in gevaar.”

Geert Corstens kan de naam van de PVV-leider maar moeilijk over de lippen krijgen. „In dat ene proces waar ik liever niet over wil spreken”, zegt de president van de Hoge Raad als hem wordt gevraagd in welke zaak de pers het volgens hem beter had kunnen doen.

De aversie is begrijpelijk. De PVV bracht de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, afgelopen half jaar twee maal in moeilijkheden bij benoemingen van raadsheren. De politieke beweging van Geert Wilders wil rechters daarnaast afrekenen op de hoogte van de straffen die zij hebben uitgedeeld. Het kabinet verhoogt de eigen bijdrage voor burgers aan de rechtspraak zeer fors. En de vrijheid van de rechter om in alle gevallen zelf de strafhoogte te mogen bepalen wordt beperkt. De politiek laat zich gelden.

Geert Corstens (66), voormalig officier van justitie, hoogleraar en rechter, is nu drie jaar president. Hij is hoorbaar een Brabander. Het 980 pagina’s tellende handboek over strafprocesrecht van zijn hand staat wel bekend als ‘de Dikke Corstens’. De auteur is in werkelijkheid vrij tenger, toegankelijk en opgeruimd. Hij wil hooguit zes jaar werken als president van de Hoge Raad, zegt hij. Tijd voor een tussenstand.

De Hoge Raad beval advocaat-generaal Diederik Aben aan als raadsheer bij de Tweede Kamer. De PVV blokkeerde dat en zorgde eerder voor controverse bij de benoeming van strafrechthoogleraar Ybo Buruma. Welke conclusies trekt u daaruit?

„Ik vind het heel vervelend – het werpt een schaduw over de Hoge Raad. Maar deze incidenten betekenen voor de toekomst niets. Dat heb ik ook aan de Kamercommissie [van Justitie; red] gezegd. We hebben vorige week drie nieuwe raadsheren geïnstalleerd en daar is geen woord over gezegd. ”

U heeft de Kamer gezegd: het veranderen van onze aanbevelingslijst moet geen gewoonte worden?

„Ja, maar dat zal ook niet gebeuren, omdat de Kamer geen reden heeft daar een gewoonte van te maken. In het ene geval ging het om een bekende jurist en het andere geval om iemand die door zijn interventie in een lopende strafzaak aandacht had getrokken.”

U zei eerder intern dat u de voordracht introk omdat u „de tegenwind niet kon overwinnen”. Maar is de schade nu niet groter?

„Die schade is er, maar die zou anders groter zijn geweest. Het was voor mij duidelijk dat bij het doorzetten van deze aanbeveling een Kamerdebat zou zijn gevolgd en Aben mikpunt van kritiek zou worden. Bovendien zou de voordracht kunnen stranden. Hij moet wel verder als advocaat-generaal en liefst ook, in de toekomst, als lid van de Hoge Raad. U zult op de komende aanbevelingslijst zijn naam ook weer terugvinden, zij het op een lagere plaats. We hebben de schade beperkt en bereikt dat hij niet definitief als kandidaat-raadsheer is afgevoerd. Na verloop van tijd zal ik hem weer voordragen.”

Heeft u de zekerheid dat de Kamer hem dan wel zal accepteren?

„Niet de zekerheid, maar die strijd zal ik moeten voeren. Al is het niet verstandig dit binnen één jaar te doen. Ik heb indicaties dat de Kamercommissie na verloop van tijd – misschien moeten er eerst nog verkiezingen overheen – zal instemmen met onze aanbeveling. Zijn kwaliteiten worden door niemand in twijfel getrokken.”

Waarom zou de PVV het toetsen van de politieke kleur van een kandidaat niet herhalen na dit succes?

„Ik ben er heilig van overtuigd dat bij een grote meerderheid in het parlement de overtuiging bestaat dat rechters voor het leven benoemd moeten blijven en dat een benoeming geschiedt los van politieke affiniteiten. Bij deze aanbeveling deed zich een gekke situatie voor: er ontstond een soort besmetting doordat de desbetreffende advocaat-generaal iets had gedaan (zie kader, red.) wat nu eenmaal niet zo geweldig was. Daardoor was hij kwetsbaar. Maar dat betekent niet dat er in het parlement een algemene overtuiging bestaat om benoemingen van rechters te politiseren.”

Maar hier deed de Kamer dat dus wel?

„Kennelijk rekende de Kamercommissie het Aben zwaar aan dat hij zich had gemengd in een overigens al afgesloten incident in een procedure. Dus we moeten het wel relativeren.”

Volgens de landelijk deken van de Orde van Advocaten, Jan Loorbach gaf de Hoge Raad blijk van ‘slappe knieën’ . U hebt zich laten ‘intimideren’ met als resultaat ‘grote schade voor de rechtsstaat’.

„Ach, je moet je knopen tellen. Je moet je realiseren: de Hoge Raad beveelt aan. Dat is niet bindend. De Tweede Kamer maakt de voordracht – dat is wel bindend. Dat moeten onze critici niet vergeten. Gelukkig pleegt de Kamer bijna altijd onze aanbevelingen op te volgen.”

Ook intern verweten raadsheren u te zijn gezwicht voor de politieke druk?

„Het is een breed gedeelde opvatting binnen de Hoge Raad dat het verstandig was onze knopen te tellen.”

Waarom is de selectie van een raadsheer niet openbaar, bijvoorbeeld met een publieke hoorzitting?

„De beslotenheid is een groot goed. Een openbare hoorzitting is het laatste wat we moeten willen. Dan kan een kandidaat ook worden afgebrand. Het is nu al zo moeilijk goede kandidaten te vinden. Dat wordt nog moeilijker als ze zich in het openbaar moeten verdedigen tegenover de Tweede Kamer. Met dat vooruitzicht zal ik heel vaak te horen krijgen: ik heb geen zin in een procedure met een ongewisse afloop.

„Op zo’n hoorzitting worden kandidaten dan gevraagd naar hun standpunten over bijvoorbeeld het SGP- of euthanasie arrest. Dan moet je ongelooflijk behendig zijn om een tevredenstellend maar nietszeggend antwoord te geven – dat is niet iedereen gegeven. Of je laat je inhoudelijk uit en dan word je in de toekomst gewraakt wegens je standpunten.”

Is er geen beter selectiesysteem dan deze geheimzinnige procedure?

„We gaan de procedure stevig veranderen. We gaan interne selectiecommissies maken. We gaan met grote regelmaat kandidaten werven via advertenties in de dagbladen. We gaan op onze website cv’s van raadsheren zetten zodat mensen ook weten wie nu eigenlijk die leden van de Hoge Raad zijn. Liefst met foto ook nog.”

De Hoge Raad zoekt een nieuwe verhouding tot de burger?

„We zijn ons in de rechterlijke macht meer bewust geworden van de publieke effecten van ons optreden. We doen veel meer aan voorlichting. De mentaliteit dat we alleen spreken via onze uitspraken is totaal veranderd. Je ziet al een enorm verschil met vroeger. Ik heb een interview aan de Telegraaf gegeven. Voor zoiets zou ik tien jaar geleden door mijn collega’s hardhandig zijn teruggefloten.

„Het algemene publiek kent ons veel meer door de twee miljoen zaken die we jaarlijks afdoen dan door onze optredens in de media. Die zaken zijn de kern. Als dat goed gebeurt, komt ook over dat wij voor rechtvaardigheid staan. Als onderzoekers burgers vragen naar hun eigen ervaringen dan denken ze heel positief over de rechtspleging.”

Toch is er sinds de benoeming van Ybo Buruma en het herhaalde PVV verwijt dat rechters ‘te links’ zouden zijn, ongemak geslopen in de verhouding burger-overheid. Corstens zegt ‘ook niet te weten’ of en zo ja van welke partij rechters lid zijn. Pas als er op een cv van een kandidaat raadsheer een partijfunctie vermeld staat, wordt het hem duidelijk.

Hij veronderstelt dat rechters politiek vaker in het midden ‘uitkomen’ door de aard van hun functie: voortdurend belangen afwegen. Rechters kunnen net als iedereen lid zijn van een partij, maar hij vindt het onverstandig als rechters actief zijn in een partij. „Naarmate je hoger in de rechterlijke hiërarchie komt, wordt dat ook steeds onverstandiger.” Het aanzien van de rechtspraak is volgens hem niet aangetast. „In vergelijking met andere instituties staan rechters nog steeds redelijk bovenaan in onderzoeken waarin het vertrouwen in beroepsgroepen wordt gemeten. Dus we moeten onszelf ook geen wantrouwen aanpraten.’’

Behandelt de pers de rechtspraak fair?

,,Zaken krijgen wel eens bovenmatig veel aandacht. Is dat wel nodig vraag ik me af ’’

Noemt u eens een voorbeeld?

,,Dat ene proces waar ik liever niet over wil spreken. Omdat ik dan ook weer mee doe aan het in de belangstelling zetten van één zaak.”

De PVV wil rechters laten kiezen en zo het vertrouwen herstellen. Zou u zich verkiesbaar stellen?

„Nee. Ik moet dan de kiezers zeggen wat ik ga doen en ik heb geen programma. Ik ben aangesteld om in concrete zaken onpartijdig beslissingen te nemen. Ik moet elke zaak weer fris bekijken. Zelfs die zaken waarin 99 procent van de bevolking vindt dat die ene partij gelijk moet krijgen. Ook daar moet ik onbevooroordeeld aan beginnen. Een systeem van gekozen rechters is niet goed.”

Het wetsvoorstel dat strafrechters verplicht bepaalde minimumstraffen op te leggen, is dat niet een politiek antwoord op het publieke wantrouwen?

„Die onvrede over softe rechters is onterecht. Rechters straffen in Nederland relatief zwaar. En als je leken informeert over de zaak en de zitting laat meemaken, dan straffen zij niet niet significant anders. Zo’n voorstel is dus onnodig. En er zit gelukkig een behoorlijke ontsnappingsclausule voor het geval de rechter de minimumstraf te hoog vindt. Maar ik vind het geen goede ontwikkeling.”

De Raad van State is veel scherper. Het is een systeembreuk en ‘zeer onwenselijk’.

„Ik wil het in perspectief zien. Er zijn andere ontwikkelingen die ik ongewenster vind. Het kostendekkend griffierecht is veel fundamenteler. Dat zal de toegang tot de rechter belemmeren. Voor de particulier, die niet of maar beperkt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand en voor de kleine ondernemer. Die gaan grote problemen krijgen.”

Het is toch de bedoeling dat die het anders oplossen, buiten de dure rechter om?

„In een behoorlijk geregelde rechtstaat moet de burger uiteindelijk naar de overheidsrechter kunnen. Dat de regering erop aandringt ook andere mogelijkheden te gebruiken, is prima. Maar we moeten zorgen dat burgers die niet naar een arbiter kunnen, wel naar de rechter kunnen. Dat is nu in gevaar.”

Wat zijn de consequenties?

„Het meest dramatische gevolg is dat mensen die bijvoorbeeld hun vordering niet op regelmatige wijze geïnd kunnen krijgen eigen methodes verzinnen. Eigenrichting, ja, geweld. En grotere zaken verhuizen naar het buitenland. Nederland wordt dan onaantrekkelijk als land waar je je recht kunt krijgen. Zo gaat ervaring en kennis verloren.”

Waarom is dat erg?

„Als je vindt dat Nederland internationaal moet meetellen, moet je ook op gebieden als intellectuele eigendom of ondernemingsrecht goede rechtspraak hebben. We moeten ons niet uit de markt prijzen, als je tenminste ambitie hebt, als land. Als een groot bedrijf bij een Nederlandse rechtbank 250.000 euro moet betalen maar het in België voor 50.000 euro kan laten afdoen, gaan ze daar heen.”

De volgende golf bezuinigingen komt er alweer aan. Dit redt u niet.

„Het ziet er niet zo gunstig uit, nee. Maar wie weet. De Eerste Kamer moet nog aan zet komen. Die staat misschien minder onder politieke druk. Een ‘chambre de réflexion’…”

U begint te lachen. Zal het voorstel daar struikelen?

„Dat denk ik … (corrigeert zich) „Ik weet het niet, dat is aan de Eerste Kamer zelf. Ik hoop dat men daar goed begrijpt welke gevolgen dit heeft. Het is fundamenteel dat een burger naar de rechter moet kunnen. Onlangs nam de Senaat een motie aan waarin de regering wordt gevraagd in de grondwet de toegang tot de rechter te garanderen. Dat is een duidelijk signaal. Aangenomen met algemene stemmen!”

Schenden hoge griffierechten nu al niet het burgerrecht op toegang tot de rechter zoals dat in het EVRM staat?

„Daar mag ik me niet over uitlaten. Het ligt voor de hand dat die vraag straks bij de Hoge Raad terechtkomt, in een concrete casus. Dan zullen de collegae in de civiele en de belastingkamer zich daar over moeten uitlaten.”

Achter dit plan zit een grote bezuinigingsdruk. Zijn er binnen de rechtspraak andere maatregelen die dit af kunnen wenden?

„Er is de laatste tien jaar al heel veel winst geboekt. Over efficiency kun je altijd praten, maar dat zet geen zoden aan de dijk. De Hoge Raad gaat straks zaken meteen na binnenkomst selecteren op zaken die er echt toe doen. Rechtbanken en hoven kunnen straks de Hoge Raad prejudiciële (voor)vragen stellen, zodat er eerder juridische duidelijkheid is en zaken sneller afgehandeld kunnen worden. Maar dat is eerst investeren en dan hopen dat het zich terugbetaalt. Daar moet je je niet rijk aan rekenen.”

Hoe verminder je dan het aantal geschillen? Die groei gaat al jaren door.

„Ik zie niet hoe je fundamenteel kunt bezuinigen. Vergeet niet, de rechter is een fundament van de rechtsstaat. Die moet zorgen voor interne veiligheid. Dat is de oudste opdracht van de overheid! Dat verlangen de burgers. Dat kost dus geld. Nee, ik heb geen plan B in mijn la.”

Rechters krijgen af en toe ook inhoudelijk kritiek van politici.

„Men doet het voorkomen alsof onwelgevallige uitspraken aan de rechters zelf liggen. Maar wij passen de wet toe en leggen die uit. Er zit evenwicht in onze rechtsstaat. Niemand heeft het laatste woord. Als een rechter ergens een gat in de wetgeving invult dan mag de wetgever dat later aanpassen. Politici hebben zich in een concreet geval neer te leggen bij wat de rechter beslist. Maar ze kunnen die wet wel veranderen. Politici hebben het wel over ‘het primaat van de politiek’. Dat vind ik een onjuiste uitlating. Niemand heeft in een rechtsstaat het primaat. De wetgever kan reageren – het is samenspel.”