Moegestreden aartsbisschop

Rowan Williams vertrekt als geestelijk leider van de anglicaanse kerk. De druk van de conservatieven werd hem te groot.

Rowan Williams Foto AP

Rowan Williams, als aartsbisschop van Canterbury de geestelijk leider van de anglicaanse kerk, heeft er genoeg van. Hij legt aan het eind van dit jaar zijn functie neer en gaat leiding geven aan het Magdalene College van de universiteit van Cambridge.

In een interview met het persbureau Press Association zei hij gisteren: „Het ergste aan dit werk was denk ik het gevoel dat er conflicten zijn die niet willen verdwijnen, hoe lang je er ook tegen strijdt. En dat niet iedereen binnen de anglicaanse gemeenschap of zelfs maar binnen de Church of England echt een schisma of afscheiding wil voorkomen.”

De tien jaar dat Williams (61) het ambt bekleedde, werden gekenmerkt door toenemende verdeeldheid onder de ongeveer 85 miljoen anglicanen – behalve de Britse staatskerk zijn er ook elders grote gemeenschappen. De strijd ging over de rol van de vrouw binnen de kerk en over homoseksualiteit. De liberale Williams pleitte voor vrouwen als priester en bisschop. Bovendien mochten priesters van hem openlijk homoseksueel zijn, en hij wilde een debat over het homohuwelijk.

Conservatieve anglicanen accepteerden zijn visie niet. In 2008 brachten ze de kerk op de rand van een schisma, door de aartsbisschop van Canterbury niet langer te erkennen als degene die de anglicaanse identiteit bepaalt.

Met zijn vertrek lijkt de kerk in conservatieve richting op te schuiven. De in Oeganda geboren, zeer conservatieve aartsbisschop van York, John Sentamu, wordt het meest genoemd als zijn opvolger.