Missie volbracht, hier trek ik de grens

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

In deze serie komen als regel mensen aan het woord die binnen afzienbare tijd zullen sterven. Jeane Tromp Meesters is inmiddels overleden, afgelopen zondag, 11 maart. Vier dagen daarvoor sprak ik haar.

Drs. J. Tromp Meesters is een van de voorvechters voor de legalisering van euthanasie geweest, zowel in Nederland als internationaal. Zij gaf leiding aan de Ledenhulpdienst van de NVVE, in welke functie zij velen heeft begeleid bij hun wens zelf te mogen beschikken over het einde van hun leven en daarbij begeleiding en medische hulp te krijgen. Een kleine week geleden heeft zij gebruik kunnen maken van het recht waarvoor zij lang heeft gestreden.

Enkele dagen voor haar overlijden zegt zij: „Ik ga mijn bevrijding tegemoet. Aan al mijn lichamelijke beperkingen komt een eind. En ik hoef gelukkig niet mee te maken wat mij geestelijk te wachten zou staan.” Haar jongste zoon is bij het gesprek aanwezig, om haar af en toe aan te vullen of te corrigeren.

„Als je me zo op de stoel ziet zitten en hoort praten, dan denk je: ze kan nog wel een tijdje mee. Maar echt: ik ben een versleten mens, ik ben klaar met m’n leven, er zou me niets anders wachten dan totale afhankelijkheid en dat past niet bij wie ik altijd ben geweest – autonoom, onafhankelijk.

„Mijn kortetermijngeheugen heeft me in de steek gelaten. Ik houd zielsveel van planten en bloemen. Elke dag begint voor mij met planten gieten. Dan zit ik in mijn stoel en denk: heb ik dat vandaag al gedaan? Met m’n rollator schuifel ik naar een plant, ik voel aan de aarde: mooi, voelt vochtig. Eindeloos herhaalt zich dat. Zulke dingen kan ik niet onthouden. Het is maar één voorbeeld van al die dagelijkse dingen waarop ik de greep heb verloren.

„Driemaal brak ik mijn heup, de laatste keer in mei vorig jaar. Na de heupoperatie ben ik wekenlang in de war geweest. In augustus ben ik teruggekeerd in mijn flat, wat eigenlijk niet meer kon, maar het alternatief zou zo’n instituut zijn geweest waarin je de hele dag onder controle van hulpverleners staat en je moet worden geholpen bij iedere handeling en verplaatsing. Dat past niet bij mij.

„Daar komt bij dat de Alzheimer inmiddels ook de kop heeft opgestoken. Het zit in de genen van mijn familie. Bij mijn moeder heb ik meegemaakt hoe vreselijk en ontluisterend die ziekte zich ontwikkelt. Die ervaring heeft mij ertoe gebracht me in te zetten voor de legalisering van euthanasie. Nu is voor mij de tijd aangebroken dat ik zeg: mijn missie is volbracht, hier trek ik mijn grens.

„Ik heb alle lof voor mijn huisarts, voor de mensen van de thuiszorg, voor iedereen die me de afgelopen jaren heeft geholpen. Tegelijk zeg ik: het heeft lang, té lang geduurd voordat alle gesprekken en formaliteiten voor mijn euthanasie waren afgerond. Aan de andere kant: het heeft me ook de tijd gegeven het leven af te hechten, om afscheidsgesprekken te voeren met familieleden en vrienden en goed te kunnen toelichten waarom ik hier de streep heb getrokken.

„Ik ben niet nerveus over wat komende zondag gaat gebeuren, ik zie ernaar uit. Nerveus ben ik alleen over de vraag of ik wel aan alles heb gedacht: of alles is geregeld voor mijn uitvaart, of ik niemand heb vergeten nog iets te zeggen of mee te geven.

„Ik ben benieuwd hoe het is om dood te zijn. Voel je dat – dood zijn? Ik denk het niet, maar ik wil het wel graag weten. Ik ben vrijzinnig gelovig, remonstrants. Ik hoop niet dat ik in de hemel kom, dat lijkt me saai. In de hel kom je veel interessantere mensen tegen aan wie ik een hoop te vragen zou hebben.

„Ik geloof in reïncarnatie. Ik hoop dat ik terugkeer als een man – ja, het lijkt me interessant te ervaren hoe het is een man te zijn. Of als een hert, een walrus, een zwaluw, een ooievaar, dat lijkt me allemaal prachtig. Ook heb ik wel eens gezegd: ik wil op aarde terugkeren als een waterval. ‘Hoezo?’ werd me gevraagd. Het lijkt me zo grappig te zien hoe mensen verrukt naar de waterval staan te staren.

„Ik weet hoe verdrietig mijn familie is dat mijn einde is gekomen. Ik heb ze mijn overwegingen goed kunnen toelichten, ze respecteren mijn besluit. En verdriet is niet schadelijk voor een mens, daar leer je van.

„In gesprekken over euthanasie duikt wel de vraag op: is het een vlucht voor het leven? Is het een uitvlucht, een uitweg, of een uitkomst? Ik zeg: het is geen vlucht in de betekenis van wegvluchten, in die zin is het voor mij pure zelfbeschikking. En ja, het is ook een vlucht: een vogelvlucht, om vrij te zijn als een vogel.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord