Minder aanvragen subsidie podium- kunsten

Het Fonds Podiumkunsten heeft 206 aanvragen gekregen voor meerjarige subsidie. Dat is een kwart minder dan bij de vorige aanvraagronde, in 2008. Die daling is opmerkelijk omdat veel minder instellingen dan voorheen terecht kunnen voor subsidie bij het ministerie van OCW. Daardoor werd verwacht dat de druk op het fonds juist had kunnen toenemen. De aanvragers vroegen in totaal voor 54 miljoen subsidie per jaar; dat was in de vorige ronde nog 87 miljoen.

Muziekensembles, theater- en dansgezelschappen en festivals konden tot 1 maart bij het fonds een aanvraag indienen voor subsidie in de periode 2013-2016. Vaak zijn ze voor hun voortbestaan afhankelijk van dit geld. Net als in de rest van de cultuursector moet het Fonds Podiumkunsten flink bezuinigen: het heeft voor langjarige subsidie 24,5 miljoen euro per jaar beschikbaar – een bezuiniging van bijna 40 procent.

Dat er minder aanvragen zijn, is volgens directeur George Lawson een gevolg van de nieuwe regels die het fonds hanteert. Zo gelden er eisen als een eigen inkomensnorm van 20 procent en een minimum van veertig voorstellingen per jaar. Dat betekent dat een aantal kleinere gezelschappen geen aanvraag meer deed en dat er, met name bij muziek, bijna de helft minder nieuwkomers is dan in de vorige ronde.

Ook zijn er dit keer maxima gesteld aan de bedragen die kunnen worden aangevraagd. Zo vraagt een ensemble als Asko Schönberg, dat nu nog 1,4 miljoen per jaar krijgt, vanaf 2013 slechts zo’n 650.000 euro aan.

„Als we de regels niet hadden aangescherpt was de druk op het fonds enorm geweest”, zegt Lawson. Toch is er meer aangevraagd dan het fonds heeft: 2,2 keer zo veel. De druk op het budget is daarmee ongeveer net zo groot als in de vorige subsidieronde.

De komende maanden beoordelen vijf commissies de aanvragen. Letten ze voorheen vooral op kwaliteit, nu ook op ondernemerschap, op geografische spreiding en op de pluriformiteit van de instellingen.