Labresultaat psychologie gaat in praktijk niet altijd op

Gaan resultaten van psychologische experimenten op in de praktijk van alledag? Denk aan experimenten waarin proefpersonen vragenlijsten op de computer invullen, in groepjes ‘onderhandelen’ over een door de onderzoekers aangedragen conflict, of subtiel worden aangemoedigd om onderzoekers al dan niet te helpen. Is zulk onderzoek te vertalen naar het dagelijks leven? Dat hangt er vanaf, laat Gregory Mitchell van de Universiteit van Virginia zien (Perspectives on Psychological Science, maart). Het verschilt per deelgebied en per onderwerp.

Mitchell zocht meta-analyses (overzichtsartikelen) van psychologisch onderzoek op waarin gevonden effecten in kunstmatige situaties (zoals het lab) werden vergeleken met die in alledaagse omstandigheden. Hij vond 82 meta-analyses, over allerlei onderwerpen: van het effect van computerspelletjes op agressieve gedachten, tot de relatie tussen tevredenheid met het werk en arbeidsprestaties.

Arbeids- en organisatiepsychologie had de sterkste overeenstemming tussen onderzoek in kunstmatige en natuurlijke omstandigheden; sociale psychologie de zwakste. In de sociale psychologie draaide een kwart van de in het lab gevonden effecten in de praktijk zelfs om: een positief verband werd negatief, of omgekeerd. De gevonden effecten in de sociale psychologie waren gemiddeld klein.

Ook het onderwerp deed ertoe. In het lab gevonden sekseverschillen hielden erbuiten bijvoorbeeld zeer vaak geen stand.

Overigens wordt van veruit het meeste labonderzoek niet direct getest of het buiten het lab ook opgaat.