In iedere bewonderaar schuilt een rancunemens

Schrijver Kees ’t Hart leest in Zuid-Afrika voor uit eigen werk, op het literair festival Woordfees. En als hij niet voorleest, eet hij braai bij Marlene van Niekerk en praat hij over voetbal. „Foppe de Haan great coach.”

den haag schrijver kees 't hart hollands dagboek foto rien zilvold

Donderdag, 8 maart

Stellenbosch is een wonderlijke stad. De hoofdstraat heet Dorp Street, het blijft wennen dit soort Nederlandse namen tegen te komen. Overal witte huizen, vaak verscholen achter muren en prikkeldraad. Ik doe mee met Woordfees, een groot literair festival, een van de grootste in Zuid-Afrika. Een jaar of drie geleden hoorde ik via Hans Vonk erover. Hij was er geweest en vroeg of het niet iets voor mij zou zijn. Hans was de afgelopen seizoenen keeper van Ajax Cape Town en eerder keeper van het Zuid-Afrikaans voetbalelftal (Bafana Bafana). Hij legde contact met Professor Dorothea van Zyl, initiatiefneemster en baas van het festival en dat was het begin. Ik ben in Zuid-Afrika!

Samen met de Belgische dichter Leonard Nolens moest ik gisteren gelijk aan de bak. We lazen en praatten met ‘honneursstudenten’ Nederlands van de Universiteit van Stellenbosch. Ik las het begin voor van mijn roman De Keizer en de Astroloog. Aanwezig was ook Marlene van Niekerk, schrijfster van meesterwerken als Triomf (1994) en Agaat (2004). Ik bewonder haar werk mateloos en interviewde haar in 2007 voor De Groene Amsterdammer. Destijds beloofde ze een ‘braai’ (barbecue) te geven als ik ooit in Zuid-Afrika zou zijn. Ja, ooit. Maar nu ben ik er echt en na afloop nodigde ze ons uit vrijdag bij haar te eten. Ze herinnerde zich ons gesprek nog heel goed. In de wachtkamer van het Centraal Station in Amsterdam. Oef, we zijn vereerd. We, dat zijn dus Leonard Nolens en ik en onze partners, Leen de Jong en Euf Lindeboom. ’s Avonds eten we met Leonard en Leen. Geweldig gezellig. Leen durft hier auto te rijden, terwijl je toch echt links moet houden. Ik zou direct tegen de lamp lopen en rijden.

Vrijdag

Dit vergat ik nog. Mijn vrouw en ik maakten gistermiddag een bustochtje langs de fameuze wijnboerderijen van Stellenbosch en belandden in wijnboerderij Knorhoek, zo genoemd omdat de boeren vroeger de leeuwen in de nabije heuvels hoorden ‘knorren’. Die leeuwen zijn er allang niet meer. We maakten met zeker honderd andere gasten de presentatie mee van het kookboek Sout +peper, erfeniskos. Eten uit het verleden. Schrijver Niël Stemmet presenteerde het, alles in het Afrikaans.

Aanwezig was ook Renata Coutzee, een oudere, streng ogende vrouw die stormachtig werd toegejuicht. Een van de vrouwen bij ons aan tafel vertelde dat Renata de Wina Born is van Zuid-Afrika! Het publiek kreeg de kans iets te vertellen over hun verleden, het hoefde niet over koken te gaan. Een vrouw van een jaar of veertig pleitte voor meer breien en handwerken bij de ‘jong meissies’ van Zuid-Afrika.

Tussen de middag lunchen we vandaag met een groep schrijvers en organisatoren. Dorothea van Zyl vertelt me dat dit het dertiende festival is. Het startte kleinschalig maar is langzamerhand enorm uitgegroeid. Vorig jaar waren er ruim 70.000 bezoekers, nu verwacht ze 90.000 mensen. Hoofdzaak is nog steeds literatuur maar er is ook veel muziek en theater. Sinds 2003 hoort het leesbevorderend project Woorden Openen Werelden (WOW!!) tot het festival waaraan grote groepen kansarme jonge kinderen meedoen.

Om 14.00 uur treed ik met de Afrikaanstalige schrijvers Jan van Tonder en Kirby van der Merwe op in de ‘Boektent’. Beide hebben al flink veel gepubliceerd. Het thema van de bijeenkomst is Groen, dit is het hoofdthema van Woordfees. Groen is de kleur van het milieu maar ook van de nijd. Gelukkig hoeven wij niet over het milieu te praten, ik gooi het vooral op bewondering als een afgeleide van jaloezie. In iedere bewonderaar schuilt iets van een rancunemens. Kirby is, zoals dat in het Afrikaans heet, een bruin mens, hij schreef onder andere Klapperhaar slaap nie stil nie. En publiceerde ook in de liberale krant Die Burger. Hij noemt Multatuli als een van zijn voorbeelden. Ik lees een flink fragment uit mijn lofzang op Franciscus van Assisi en krijg nog applaus ook.

Zaterdag

We aten gisteravond bij Marlene van Niekerk. In de tuin van haar mooie bungalow iets buiten de stad. Veel lachen, zorgelijke gesprekken over de zorgelijke politiek in Zuid-Afrika, maar ook over schrijven en schrijvers. Ze werkt aan een nieuwe roman, makkelijk is het niet, ook omdat er bij haar ‘een draak in de kelder zit te blazen en te grommen.’ En die draak is haar vorige roman Agaat. Iedere schrijver wil het vorige boek overtreffen en zie dat maar eens te doen met een boek als Agaat. We praten onder andere over het werk van Jacq Vogelaar die ze zeer bewondert. Ze zet een mooie opdracht in haar dichtbundel groenstaar (uit 1983) die ik in Stellenbosch op de kop heb getikt. Ze waarschuwt me, echt een bundel van een ‘jong meissie’ hoor.

Vandaag is het Neerlandistiek-dag. Leonard en ik lezen voor studenten en medewerkers van de universiteit, maar ook gewone gasten zijn welkom. Er zijn speciaal voor deze dag tientallen studenten uit andere universiteiten gekomen: uit Kaapstad, St. Elizabeth, Windhoek, zelfs uit Namibië. Drie studenten van de Universiteit van Kaapstad ondervragen me streng maar rechtvaardig. Alfred Schaffer, die ons vaak begeleidt, laat het filmpje zien van mijn optreden met rapgroep De Jeugd van Tegenwoordig.

’s Avonds doen Leonard en ik mee aan het eet/leesprogramma Soete Groete, met ook een stel Afrikaanse schrijvers en dichters. Presentatrice is Dorothea van Zyl. In de buitenlucht, het publiek en wij eten en drinken aan lange tafels. Het waait keihard, het tentdoek klappert, stof waait om onze oren. Leonard trekt zich er niks van aan en leest indrukwekkend voor. Ik zing tot grote hilariteit van het publiek mijn vertaling van Teddy Bear van Elvis Presley. Het festival zit erop.

Zondag

Hennie van der Werf brengt ons naar het hotel in Kaapstad. Ik schrik me totaal kapot wanneer we langs een groot township rijden en een jongeman de snelweg oploopt, tussen de hardrijdende auto’s door. Het loopt goed af. Ach, zegt Hennie in het Afrikaans, hij was gewoon ‘balorig’. Bestaat dat woord ook in het Nederlands?

Maandag

Ik praat in Camp’s Bay, badplaatsje bij Kaapstad, met een zwarte jongeman, hij werkt bij de Hop On and Off-bus. Hij fleurt geweldig op wanneer ik over voetbal begin. Ken ik Hans Vonk? En Foppe de Haan ook nog? Hij is perplex. Hij gaat iedere week naar Ajax Cape Town. En vertelt schaterend en in geuren en kleuren hoe Ajax vorig jaar toen Foppe de Haan er trainer was en Hans keepte net het kampioenschap misliep. Foppe de Haan great coach, zegt hij, Hans Vonk, very good goalkeeper. We scheiden als vrienden.

Dinsdag

We vliegen vannacht om 00.20 terug.

Woensdag

Bijkomen. Het is hier verrekte koud, in Zuid-Afrika was het overdag boven de dertig graden.

Donderdag, 15 maart

Dagboek verbeteren en schrappen, de eerste versie telde 4.000 woorden. Bijna alles eruit gehaald.