‘Ik zoek het universele’

Interieurontwerper Axel Vervoordt helpt de rijken der aarde met het inrichten van hun huizen. ‘Ik breng spullen op de juiste plek’, zegt hij in zijn kasteel.

Axel Vervoordt (65) gaat niet graag ‘op restaurant’. Veel liever luncht hij in zijn kasteel in ’s Gravenwezel, even buiten Antwerpen. Zijn vrouw May en hij kochten de voormalige legerplaats in 1982, en verbouwden het. Axel Vervoordt is verzamelaar en handelaar van kunst en antiek, interieurarchitect en ontwerper. En hij deed met zijn kasteel wat hij ook doet als hij de huizen van de rijksten ter wereld inricht: „Ik laat de ziel van het huis tot leven komen. Het huis omarmt de bewoner.” Acteur Robert de Niro, popster Madonna, Starbucks-oprichter Howard Schulz, de Vlaamse, Engelse en Nederlandse koningshuizen vragen zijn advies. Hij geeft ze nog veel meer dan dat: hij deelt zijn filosofie, zijn inzichten, zijn levenskunst met hen. Ze zijn geen klant van hem. Hij is hun vriend.

Thuis is het gezellig, zegt Axel Vervoordt en het eten is er lekker en gezond. Hij doet zelf de deur open. De ontvangst is in de hal. Zwart-witte marmeren vloer, twee achttiende-eeuwse sofa’s langs de muren, daarboven monochroom blauwe schilderijen van Jef Verheyen, Vlaams kunstenaar, representant van de Zero-beweging en tot zijn dood huisvriend van Vervoordt. Huiskok Patrick Vermeulen staat, in livrei, klaar met een kristallen kan oranje sap. Ik proef wortel, selderij, venkel, iets zoetigs. Elke dag vers, zegt de kok. Hij perst het van wat er overblijft. Hij kookt twee keer per dag voor het echtpaar Vervoordt en hun gasten. Hij maakt ook het eten voor de ongeveer negentig werknemers van het bedrijf Axel Vervoordt. Vroeger zaten de kunsthistorici, de ontwerpers, de restaurateurs in de bijgebouwen op het kasteelterrein. Maar het werd te klein – het bedrijf heeft een jaaromzet van ruim dertig miljoen. De showroom, de galerie en de kantoren zijn nu gevestigd in Kanaal, een achttiende-eeuwse mouterij aan het prins Albertkanaal, enkele minuten gaans vanaf het kasteel.

Echtgenote May Vervoordt luncht daar en niet op het kasteel. Er moet doorgewerkt worden om alle spullen in te pakken die mee moeten naar Maastricht. De internationale kunst- en antiekbeurs Tefaf (sinds donderdag open) is voor Axel Vervoordt de belangrijkste beurs van het jaar. Op de beurs doet hij wat hij ook in huizen doet: een complete ‘setting’ tonen. Een ‘af’ interieur, waarin over alles is nagedacht en alles klopt. En waarin alles te koop is.

„Ik ben een ontdekker”, zegt Axel Vervoordt. Hij ‘vindt’ kunst, antiek, bijzondere objecten. „Ik wil de spullen leren kennen.” Dus zet hij die bij hem thuis en leeft ermee. Goede klanten ontvangt hij daarom het liefst thuis. Zo leert hij de klant kennen en de klant hem en, vooral, zijn koopwaar. De vijftig kamers in zijn kasteel zijn privévertrekken. Maar het zijn ook toonzalen zonder prijskaartjes. Axel Vervoordt schaamt zich niet te zeggen dat hij ook handelaar is. „Ik breng spullen op de juiste plek. Ik geef ze door aan mijn klanten.”

Axel Vervoordt gaat voor naar de kamer waar we zullen lunchen. We lopen door zijn studeerkamer: handgeschilderd behang, knapperend haardvuur, oude meesters aan de muur. De sfeer van een Engelse club. Door de muziekkamer. Kunst- en filosofieboeken op tafel. Een korte stop in de kapel. Snel door het kantoor. Vanuit een ooghoek zie ik bedankkaartjes liggen van het Britse kroonpaar Charles en Camilla, het Belgische paar Philip en Mathilde. Wat langer stilstaan in de bibliotheek: hier zijn de muren bedekt met zeventiende-eeuws goudleren behang. In de wandkasten meer spullen dan boeken. „Objecten vertellen ook een verhaal.” De sfeer van een negentiende-eeuws rariteitenkabinet.

De eetkamer is zonnig en licht. Langs de muren staan vazen van Chinees Ming porselein, opgedoken uit een zeewrak. De tafel is gedekt met blauw-wit servies. Axel Vervoordt – zijn initialen staan in rood op zijn overhemd geborduurd – trekt een bruin kussen naast zijn stoel. Voor Inu, de hond. Tegenover Axel Vervoordt zit zijn jongste zoon Dick (34), zelfde postuur als zijn vader, zijn sluike haar in een paardenstaart. Hij doet de projectontwikkeling van zijn vaders bedrijf. Immobiliën, noemt hij dat. Kanaal, waar het kantoor is, moet over twee jaar een mini-dorp zijn, met 110 appartementen, restaurants en winkels. Een enorm project, volledig met eigen geld gefinancierd. „Ik heb een verschrikkelijke angst van bankleningen”, zegt Axel Vervoordt. Hij zegt niet waarom.

Dick Vervoordt zal zelden een zin afronden tijdens de lunch. „Als puber vond hij mij te veel een zwaargewicht”, zegt zijn vader. Tussen zijn veertiende en zijn negentiende zat hij in Canada op school. „Hij kwam terug en zei: papa, ik wil ook in het bedrijf.” Boris (37), de oudste zoon heeft de dagelijkse leiding over het kunst -en antiekdeel van het bedrijf. Nu zijn ze een familiebedrijf. „Van mijn veertig huwelijksjaren heb ik hooguit drie maanden geen project gedaan. Altijd gewerkt, maar nooit gedacht dat het zo groot zou groeien.”

Zoektocht

Axel Vervoordt spreekt een moeilijk verstaanbaar mengsel van Frans en Antwerps Vlaams. Wat hij zegt is ook niet eenvoudig. „Mijn leven en mijn werk zijn een zoektocht naar het universele.” Hij wijst naar de vaas bij het raam. Er zit een bloesemtak in. „Die heb ik vanochtend gevonden.” Hij was, zoals elke ochtend, om acht uur al aan het paardrijden in zijn kasteeltuin. „Ik mocht de tak hebben van de boom.” Een cadeau van de natuur. De natuur die hij respecteert en die de mens tegenwoordig te vaak tracht te overheersen. Hij niet. Hij bevrijdde de tak omdat die verstrikt geraakt was tussen andere takken.

Aha. Hij heeft de tak afgeknipt. Ik zeg: „Maar dan hebt u toch ingegrepen in de natuur?”

Nee, antwoordt hij zeer beslist. „Ik help. Ik ken de ziel van de tuin, en de bomen erin. Nu is het een mooiere boom.”

Zo snoeit hij ook bij klanten. „Ze hebben hun leven lang gekocht en verzameld, er zijn erfstukken. Maar er zit geen lijn in. Hun spullen staan chaotisch bij elkaar en hen ontbreekt de filosofische kracht om er orde aan te geven. De diepere betekenis ontbreekt.”

Hij bedoelt niet dat de huizen te vol zijn. „Volle huizen vind ik leuk.” Hij bedoelt dat de spullen in de huizen geen „dialoog met elkaar aangaan”. Hij zet zijn kristallen wijnglas naast een waterglas en beweegt zijn hand in de ruimte ertussen. „Daar moet wat gebeuren.” In een Axel Vervoordt-huis kan een Franse barokspiegel prima worden gecombineerd met een antieke Chinese vaas. „Door de onderlinge interactie is één plus één soms meer dan twee.”

Hij is net terug van een huis in New York. „Ik had wat extra schilderijen voor die familie meegenomen. Ik vroeg hen welke objecten voor hen waardevol waren. Ze kwamen met iets dat de kinderen hadden gemaakt van papier-maché. We schilderden de wanden met kalkverf, rangschikten hun waardevolste stukken in één kamer, het kunstwerk van de kinderen naast de Picasso. Schitterend. Ze woonden er nog maar twee dagen, schreven ze me, maar het voelde alsof ze er al jaren woonden.”

Dat is het geheim van Axel Vervoordt. Een interieur tot aan de kleur van de boeken in de boekenkast bedenken, maar het doen voorkomen alsof alles er toevallig zo staat. Als Axel Vervoordt over klanten praat, houdt hij steeds een hand voor zijn mond. Als om te voorkomen dat er een indiscretie van zijn lippen rolt. Hij wil geen snob zijn, zegt hij. Maar het is waar dat van de top 50 rijkste mensen ter wereld er een flink aantal klant is bij hem. Ja, zegt hij, ze zijn rijk, ze zijn succesvol en soms beroemd. „Maar tijd om te leven hadden ze niet.” Interieuradvies is hooguit tien procent van wat zijn klanten van hem vragen, zegt hij. „Voor het overige deel willen ze gevoed worden, ze zoeken inhoud en diepgang.” Hij laat ze muziek horen, neemt ze mee op reis naar Japan, naar musea. Leert ze dat een uur gevuld met kunst en filosofie langer duurt dan een uur stom voor de tv. „De eeuwigheid is in een seconde te beleven.” En soms leert hij hen zelfs hoe te eten. „Een pizza onderweg, dat is geen eetcultuur.” Eten verdient tijd en aandacht, het moet puur zijn en gezond. Kijk wat zijn kok heeft klaargemaakt. Groenten. Vis. Nog meer groenten. Geen meel, geen suiker, geen room. Zo kookte zijn moeder vroeger al, zo kookte zijn vrouw May toen zij nog in de keuken stond.

Ja, zijn klanten zijn vermogend. Zo vermogend dat ze er juist niet mee willen pronken. Geen ‘exterior signs of wealth’, noemt Axel Vervoordt dat.

„Mijn stijl sluit minder goed aan bij de Arabische cliëntèle. Zij zijn veel meer op uiterlijk gericht, willen met pracht en praal hun rijkdom tonen.”

Axel Vervoordt is geen man van de actualiteit. Hij leest geen krant, kijkt geen televisie. „Dat belemmert mij in het denken.” Hij hoort wel eens dat er een economische crisis is. Maar merken? Nee. „Ik kan zo vijf, zes klanten noemen die het beste jaar van hun leven hebben.” Zelf maakt hij zich ook geen zorgen. „Mijn rijkdom is dat ik morgen afstand van alles kan doen. En mijn mevrouw denkt er net zo over.” Hij fantaseert hardop. De moestuin heeft hij al. Een koe erbij. „Of een paar koetjes.” Schrikt van zijn eigen gedachten. „Ik hoop toch op het kasteel te blijven wonen.”

Robert de Niro

Hardop probeer ik me voor te stellen hoe het ging toen Robert de Niro vorige zomer met de helikopter in zijn tuin landde...

Privévliegtuig, verbetert Axel Vervoordt. En hij was trouwens met zijn vrouw en kinderen. En toen? Het was, zegt Axel Vervoordt, een heel spontane, intuïtieve ontmoeting. „De man is zoals hij acteert. Eenvoudig, luisterend. Hij liep hier door de kamers. Niet zo van: ik wil dit en ik wil dat. Nee, het was meer een kwestie van elkaar aanvullen.” De Niro was vooral gegrepen door Vervoordts Wabi-filosofie. Wabi staat voor: harmonie, die te vinden is in de mathematische verhoudingen van de natuur. Eenvoud en puurheid. Imperfecte schoonheid. Axel Vervoordt wijst weer naar de tak in de vaas. „Een schilder zou nooit een gekromde tak schilderen. Dat doet alleen de natuur.” In zijn kasteel is ook een Wabi-kamer. Hout, stenen, aardetinten. Vergeleken met de rest van het kasteel nogal eenvoudig. Om niet te zeggen leeg. „Het toont arm, maar het is sacraal.”

Axel Vervoordt heeft een hekel aan de twintigste-eeuwse wegwerpmaatschappij. Van een wereld waarin kinderen niet meer weten dat melk afkomstig is van een koe, en appels van bomen. Hij heeft een afkeer van synthetische materialen, van kunststof en van plastic. „Als ik in het bos rommel zie liggen tijdens het paardrijden, stap ik af om het op te ruimen.” Hij wenst, zegt hij, nooit kluizenaar te zijn. Hij hoopt wel boven het materiële te staan. Hij weet dat hij het kan, afscheid nemen. „Mijn vader was paardenhandelaar. Soms woonden er wel honderd bij ons thuis. Ik moest de moeilijkste paarden braaf maken. Ze terug vertrouwen geven. Waren ze mak, dan werden ze verkocht.” Het heeft hem geleerd los te laten wat hem lief is.

Zijn chauffeur brengt hem naar zijn kantoor. Ik rij een stukje mee. Zodra de auto stopt, stapt hij uit. Hij vergeet afscheid te nemen. Hij is op weg naar het volgende project.