‘Ik durf niet te zeggen hoe duur mijn schoenen zijn’

‘Ik durf niet te zeggen hoe duur mijn schoenen zijn’

Willemijn Maas (1959), directeur AVRO.

„Ik hou ervan om casual en chique outfits af te wisselen. ’s Ochtends bedenk ik wat voor afspraken ik heb. Als ik alleen interne afspraken heb, kies ik voor casual: een spijkerbroek met een jasje en hoge hakken. Vandaag heb ik een afspraak met een aantal Tweede Kamerleden en Gerdi Verbeet, dus dan kleed ik me netjes.”

„De rok is van No Man’s Land. Dat is een Nederlandse ontwerpster die haar kleding in Italië laat maken. Ze maakt basics met heel mooie stoffen. Ik heb het geluk dat ik al vijftien jaar lang elk seizoen bij de monsterverkoop mag zijn, waar ik haar kleding tegen inkoopprijs kan aanschaffen. Dus daar koop ik twee keer per jaar het grootste deel van mijn kleren. Makkelijk, want ik houd eigenlijk helemaal niet van winkelen. De rest koop ik tijdens vakanties, het liefst in Italië. Ik hou erg van jurkjes en die heb je daar in overvloed.”

„De schoenen zijn van Dior, die heb ik vorig voorjaar bij Shoebaloo gekocht. Ik durf niet te zeggen wat ze kostten, ze waren in elk geval veel te duur. Zo’n uitspatting doe ik maar af en toe. Ik hou er namelijk niet van om alleen maar merken te dragen. Wel draag ik altijd hoge naaldhakken, ik bezit inmiddels zo’n dertig paar.”

„Mijn sieraden zijn bijna allemaal cadeaus. De zilveren ketting heb ik voor mijn verjaardag gekregen van twee vriendinnen, de kleinere ketting van mijn dochter. De oorbellen – wilde parels – waren een afscheidscadeautje van mijn vorige werkgever. De Rolex heb ik twaalf jaar geleden voor mijn veertigste verjaardag gekregen van een dierbare vriend, de Surinaamse ring met het hartje eraan ook. De andere ring heb ik al heel lang: het is de trouwring van mijn oma, die heb ik gekregen toen ze is overleden. De armband van ebbenhout heb ik zelf gekocht in Oeganda. Daar was ik vorig jaar omdat ik in de raad van toezicht zit bij Unicef. Die kostte bijna niks.”