Hij : 'Ze heeft tien kasten vol kleding'

Gerard: „Mijn geld gaat naar de zes verenigingen waar ik lid van ben. Zo kook ik eens per maand met een kookclub. En ik ga geregeld weekenden weg met vrienden. Dan heb ik constant een glaasje bier in mijn hand. Ik ben een feestmens.”

Karin: „En ik ben een sieradenfreak. Dat is een van mijn tics. Ik houd ook van kleren en laarzen.”

Gerard: „Ze heeft het verdiend. En ze koopt het toch, wat ik er ook van vind. Ze heeft tien kasten vol kleding en nog een heel hok, zo’n inloopkast.”

Karin: „Ik geef niet veel om vakanties in het buitenland. Maar ik ga graag naar het buitenland om te winkelen: naar Düsseldorf, Parijs, Spanje. Duizenden euro’s aan één ding uitgeven, dat doe ik niet meer. Maar als ik iets leuk vind, koop ik het. Het scheelt dat we geen kinderen hebben.”

Gerard: „Ik hou niet van discussies, dus ik vind de het gauw goed. Zo is ons huis heel apart, met etalagepoppen en alles in rood en zwart.”

Karin: „Vrienden noemen het een carnavalsmuseum. Gerard interesseert dat allemaal niet. Als er een aardappelkist staat, vindt hij het ook goed. Er zit heel veel geld in die inrichting.”

Gerard: „Nu is ze bezig met van die rare beelden. Een kat met een sigaret, bijvoorbeeld. Elke maand komt er zo’n beeldje bij.”

Karin: „De prijzen variëren van 29,95 tot 400 euro.”

Gerard: „Als mensen ons huis apart vinden, vind ik dat leuk. Maar het is wel wat overdreven dat er veertig theelichtjes in de garage liggen en Karin toch steeds weer nieuwe koopt.”

Karin: „Die mensen moeten toch ook leven. Je wilt ook dat ze bij jou blijven kopen.”

Anne Dohmen