Het verminkte leven van Henk Heithuis Minderjarigen castreren, dat deed je tóén al niet

Hij klaagde broeders aan omdat hij was misbruikt in een internaat. Daar was het net „een bordeel”. Vervolgens werd de minderjarige Henk Heithuis in een inrichting opgesloten en gecastreerd.

Vijftig jaar heeft hij geprobeerd dit onder de aandacht te brengen, zegt Cornelius Rogge. „Men dacht dat ik getikt was.”

Cornelius Rogge (79) is beeldhouwer in een dorp bij Zutphen. Eind vorig jaar stuurde hij een briefje naar deze krant. Daarin beschreef Rogge hoe hij en zijn broer IJsbrand (82) in 1957 de toen 21-jarige matroos Henk Heithuis hadden leren kennen. En hoe ze hem een jaar later, na een auto-ongeluk, hadden begraven.

De twee broers kregen van Henk Heithuis „gruwelijke zaken” te horen over diens leven als voogdijkind in katholieke kindertehuizen en gestichten. IJsbrand Rogge: „Hij was seksueel misbruikt door broeders en had daarover getuigd bij de politie. In plaats van hulp kreeg Henk de schuld de broeders te hebben verleid.” Henk Heithuis werd in 1956 opgesloten in een katholieke psychiatrische inrichting, en gecastreerd omdat hij homoseksueel zou zijn.

Eind ’56 werd hij vrijgelaten uit de inrichting. Hij probeerde zijn leven weer op de rails te krijgen. Hij monsterde aan op een schip. Maar doordat zijn testikels waren verwijderd, was zijn hormoonhuishouding in de war geraakt. Hij was depressief en vermoeid. In juli 1957 meldde hij zich, ernstig ziek, bij het Nederlandse consulaat-generaal in de Japanse stad Kobe. Kanselier Nico van Zelm ontfermde zich samen met zijn buurman over Henk Heithuis. Die buurman was IJsbrand Rogge, destijds agent bij de N.V. Nationale Handelsbank in Kobe. Van Zelm en Rogge zetten Henk Heithuis op een vliegtuig naar Amsterdam.

IJsbrand en Cornelius Rogge zijn belangrijke bronnen voor het verhaal over het korte en tragische leven van Henk Heithuis. Zij hebben niet alleen hun herinneringen, maar ook 35 brieven uit 1957 en 1958. Daarvan zijn er zes van Henk Heithuis en vijftien van hun moeder, Thea Rogge. Zij ving Henk Heithuis op toen die in augustus 1957 per vliegtuig uit Japan was aangekomen in Amsterdam. Thea Rogge deed in de brieven aan haar zoons verslag van de aanklacht en eis tot schadevergoeding die Heithuis indiende tegen de katholieke instanties die hem lieten castreren.

Henk Heithuis kreeg de schuld: hij had de broeders verleid

De persoonskaart van Henk Heithuis bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag laat zien dat hij vanaf zijn eerste levensjaar, 1935, in kindertehuizen en gestichten woonde. De Voogdijraad vroeg de rechtbank in Almelo in 1936 om zijn ouders de ouderlijke macht te ontnemen. Ze lagen in scheiding en beschuldigden elkaar van overspel, zijn vader was alcoholist. Een tocht langs katholieke gestichten volgde: van Lochem, Grave, Kaatsheuvel, Roermond naar het Gelderse Harreveld. Van 1950 tot 1953 verbleef Heithuis in Harreveld in het Sint Vincentiusgesticht, geleid door de congregatie van broeders van Amsterdam. Hier kregen 270 jongens, geplaatst door voogdijraad of regering, een vakopleiding.

Heithuis schreef in 1957 aan de broers Rogge hoe hij en andere jongens daar „affaires” hadden gehad met broeders en met broeder-overste. In de brieven staat dat de overste later betrapt werd en dat hem een proces was „aangedaan”, waarbij de minderjarige jongens als homoseksueel „geadministreerd” werden. De overste werd door de congregatie naar het buitenland verplaatst, schreef Heithuis.

Cornelius Rogge: „Volgens Henk hadden de katholieke broeders zich in het internaat op de jongens gestort en was hij, 17 jaar oud, het liefje geweest van broeder-overste. Hij vergeleek het met een bordeel. Wij geloofden onze oren niet.”

Het vorig jaar gepresenteerde eindrapport van de commissie-Deetman over kindermisbruik in de Rooms-Katholieke Kerk legt in acht pagina’s uit hoe in Harreveld broeders in de jaren 50 pupillen misbruikten. Oud-pupillen die dienstplichtig soldaat waren, kwamen in het weekeinde naar Harreveld en deden mee. De commissie concludeert: „In 1956 werd duidelijk hoe ernstig de misstanden eigenlijk waren: seksueel misbruik waarbij broeders, pupillen en oud-pupillen betrokken waren, waarbij alcohol in het spel was en dat zich deels onder het oog van de plaatselijke bevolking in tuin en boerderij had afgespeeld. Dat deze situatie kon voortduren had alles te maken met het gegeven dat de plaatselijke overste zelf direct bij dit misbruik was betrokken en er medeverantwoordelijk voor was.”

Overste Gregorius vertrekt. Hij opent in Canada een jongensinternaat

Het Openbaar Ministerie (OM) bewaart een dossier over de ontucht. Daarin staat dat Henk Heithuis op 30 januari 1956 aangifte deed tegen broeders, onder wie overste Gregorius. Hij verklaarde als pupil te zijn misbruikt tussen 1951 en 1953. In 1955, na zijn vertrek uit Harreveld, ging hij er in de weekeinden terug. Bij zijn familie kon hij niet terecht. In Harreveld was er dan opnieuw seks met broeders en pupillen.

Overste Gregorius, die leiding had gegeven aan het misbruik, verdween een paar weken na de aangifte van Henk Heithuis uit Harreveld. Hij werd niet strafrechtelijk vervolgd, wegens „gebrek aan bewijs”. De broedercongregatie verplaatste Gregorius naar Canada. Daar stichtte hij een nieuw jongensinternaat.

Twee andere broeders zouden later wel veroordeeld worden voor ontucht. Oud-pupil Frans Eichelsheim (69) herinnert zich hoe hij met zeven andere misbruikte pupillen in een personenbusje naar de rechtbank werd gereden om te getuigen tegen de broeders. „Broeder Henricus, de bakker, had me met zoete broodjes naar zijn bakkerij gelokt. Hij pakte mij vast en duwde zich met zijn onderlijf tegen mij aan. Toen ik niet toegaf, kreeg ik klappen”.

Justitie vervolgde overste Gregorius niet. Maar klokkenluider Henk Heithuis werd gedwongen opgenomen. Agenten leverden hem af bij de R.K. psychiatrische inrichting Huize Padua in Boekel in Brabant. Heithuis was, volgens getuigen die door de Rijksrecherche waren gehoord, „een homoseksueel, een onbetrouwbaar persoon, een fantast en psychisch gestoord”.

Om de jongens gerust te stellen draait de chirurg muziek

Huize Padua was van een andere katholieke broedercongregatie, de broeders penitenten. De GGZ Oost-Brabant, waar de kliniek nu onder valt, heeft het patiëntenboek nog. Daarin wordt de komst van Henk Heithuis gemeld op 2 februari 1956. Bij binnenkomst luidde de diagnose „psychopaat”. Bij zijn vertrek noteerden de broeders dat hij „geeugenatiseerd” was. Gecastreerd.

Mart Wilox, nu 74 jaar, was vanaf 1959 verpleger in Huize Padua. De combinatie psychopaat en geeugenatiseerd wijst er volgens Wilox op dat men kennelijk vond dat Henk Heithuis seksueel ontspoord was. „Homoseksualiteit, seks met andere jongens en mannen, werd veelal gezien als een ziekte.”

De castratie gebeurde in het St. Joseph ziekenhuis in Veghel. In zijn brieven noemt Heithuis het „verminking”.

„Henk vertelde dat op de dag dat hij gecastreerd werd, verschillende jongens in de gang zaten te wachten op hun beurt”, zegt Cornelius Rogge. „De chirurg draaide een grammofoonplaat om ze op hun gemak te stellen.”

Toen de chirurg zijn werk deed, was Henk 20 jaar en volgens de toen geldende wet minderjarig. In de brieven staat dat hij mondeling akkoord ging, maar dat hij geen idee had wat hem te wachten stond. Hij verbleef van 2 tot 6 maart 1956 in St. Joseph. Ziekenhuis Bernhoven, ontstaan uit een fusie tussen St. Joseph en het St. Anna ziekenhuis in Oss, meldt dat het geen patiëntengegevens uit die periode heeft.

Vaststaat dat het St. Joseph vaker castraties deed. Een man die daar ook als jongen was gecastreerd, kwam aan het woord in de documentaire Castraten van Gerald van Bronkhorst en Hans Wynants die de KRO in 1997 uitzond. Hij belandde via de pastoor in zijn dorp op de operatietafel, ook omdat hij homoseksueel was.

In het Nationaal Archief in Den Haag liggen de jaarlijkse opgaven over de behandelwijzen van patiënten uit Huize Padua. De instelling was verplicht het staatstoezicht hierover te informeren. In de opgave over 1956 staan insulinekuren, elektroshocks en herseningrepen. De castraties worden niet vermeld. Ook niet in andere jaren.

Oud-verpleger Wilox: „Ik weet dat het gebeurde, dat castreren. De geneesheer-directeur was medisch verantwoordelijk. De broeders verpleegkundig.”

Een van hen is broeder Alexander (92). Hij zegt dat hij zich Henk Heithuis nog herinnert. „Zijn castratie was op bevel van de rechtbank. Daar hadden wij als broeders niets mee van doen.” Meer wil hij niet kwijt.

Dat de rechtbank bevolen zou hebben Heithuis te castreren lijkt onwaarschijnlijk, reageert Theo van der Meer. Hij deed als wetenschapper vanuit het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis onderzoek naar castraties in Nederland. Het ligt volgens Van der Meer voor de hand dat de castratie van Heithuis een besluit was van de geneesheer-directeur. „Maar de castratie van een minderjarige, zoals Henk Heithuis, was not done. Destijds was al duidelijk dat jongens pas rond hun 25ste jaar volgroeid zijn. Onvolgroeide jongens konden als gevolg van castratie uitzonderlijk lange ledematen krijgen en castratie kon ook de stemhoogte beïnvloeden. Het was gevaarlijk en dat wist men.”

Een rechter meldt de castratie van Henk Heithuis bij justitie. Er gebeurt niets

Verbijsterd is Van der Meer over het gebruik van het woord geeugenatiseerd door de broeders. „De eugenetica was erop gericht om nageslacht te voorkomen, bijvoorbeeld van mensen die men erfelijk belast achtte. In de jaren dertig werd in nazi-Duitsland een programma opgezet, net als in de VS en Scandinavische landen.”

Een castratie om eugenetische redenen was niet toegestaan volgens de officiële leer van de katholieke kerk, zegt Van der Meer. „En destijds was bekend dat castratie niemand van zijn homoseksualiteit afhelpt. Voor de nazi’s was dat in 1933 aanvankelijk reden om castraties van homo’s te verbieden, want het hielp niet.” Blijft over de mogelijkheid dat de castratie een straf was, zoals Henk Heithuis schreef in zijn brieven.

Van de castratie van Henk Heithuis werd in 1957 aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie, door een rechter. Rechter Adrianus Dirkzwager uit Rotterdam was voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart. Voor dit tuchtcollege diende 16 september 1957 een procedure van de N.V. Reederij Amsterdam tegen Heithuis. Na zijn ontslag uit Huize Padua had Heithuis in april 1957 aangemonsterd op een vrachtschip naar Indonesië. Hij was echter vroegtijdig van boord gegaan. Na de castratie had hij psychische en lichamelijke klachten, staat in de brieven. De rederij eiste inhouding van zijn monsterboekje. Zonder dat boekje, waarin werkervaring en opleidingen staan, mag een zeeman niet varen.

Het archief van de Raad voor de Scheepvaart bevat een brief waarin de rederij Henk beschuldigt van „desertie”. Hij zou aan boord „veel moeilijkheden” veroorzaakt hebben. Volgens het vonnis zei Heithuis’ advocaat tijdens de zitting „dat aangeklaagde een moeilijke jeugd achter zich heeft en dat hij, tengevolge van zeer ernstige ervaringen, geestelijk in minder goede conditie was”. Heithuis kreeg het monsterboekje terug. En rechter Dirkzwager deed aangifte bij het OM in Den Bosch. Het archief van de Raad voor de Scheepvaart bevat een afschrift van zijn brief: „In mijn kwaliteit als voorzitter (...) kwam mij ter ore dat deze jongeman tijdens zijn verblijf in Huize Padua te Boekel begin maart 1956 is gecastreerd. (...) Op grond van art. 47 van de Schepenwet stel ik U in kennis van bovengenoemd strafbaar feit.”

Het antwoord ontbreekt. Thea Rogge schreef hierover aan haar zoon IJsbrand (27 oktober 1957): „De aanklacht van mr. Dirkzwager is afgewezen als niet geschikt zijnde voor openbare behandeling. Dit heeft men hier boven de Moerdijk verwacht.”

Over de aangifte en afhandeling is niets bewaard in het archief van rechter Dirkzwager, meldt zijn familie.

Er zijn nog negen gevallen bekend, schrijft Thea Rogge

Cornelius en IJsbrand Rogge herinneren zich dat Henk Heithuis had verteld dat meer misbruikte jongens gecastreerd waren. Ook in de brieven van Thea Rogge staan aanwijzingen dat Henk Heithuis niet het enige misbruikslachtoffer is dat gecastreerd is binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Op 31 oktober 1957 schreef ze: „Dit is niet het enige geval, negen gevallen zijn bekend en wat er nog volgen kan.” De anderen waren ontdekt door de advocaten van Henk Heithuis, en door Coen van Emde Boas. Van Emde Boas was de eerste Nederlandse hoogleraar seksuologie (1904-1981). Van Emde Boas hielp Heithuis na zijn castratie met hormooninjecties, waardoor zijn toestand verbeterde.

Het patiëntenarchief van Van Emde Boas bleef lang intact, maar is eind vorig jaar versnipperd door zoon Walter, zelf neuroloog. „Ik heb lang geprobeerd het te laten opbergen in een archief, maar niemand had interesse”, zegt hij. „Het is vreselijk jammer, want het bevatte vijftig jaar medisch-sociale geschiedenis over de seksualiteit in Nederland.”

De advocaten, onder wie Han Wasch uit Amsterdam, zijn overleden. Ze lieten geen archief na.

Henk Heithuis bereidde in 1957 met zijn advocaten een civiele claim voor tegen Huize Padua en de Voogdijraad die had ingestemd met zijn gedwongen opname en castratie. Hij wilde 150.000 gulden hebben vanwege de verminking. Hij had „goede hoop”, schreef hij aan IJsbrand Rogge. „Al de heren medici, die ik tot nu toe over dit probleem heb geraadpleegd, zijn vreselijk verontwaardigd en willen allemaal een actie zien tegen deze mensen.”

Thea Rogge meldde 24 november 1957: „De hele advocatenwereld en doktoren, tot zelfs enkele leden in de Kamer is het al bekend. Er zijn katholieken die er met afschuw kennis van nemen, men raakt er daar niet over uitgepraat. Men zou liefst dat hele R.K. gedoe van z’n ingesloten privédomeinen willen ontdoen; in ieder geval wil men het graag aan de kaak stellen. Morgen heeft er een lichamelijk en psychisch onderzoek plaats door dr. Van Emde Boas. Men heeft nog zo’n geval opgespoord.”

De advocaten maakten werk van de zaak, schreef zij. „Uiteindelijk is de Voogdijraad de schuld. Deze advocaten speuren alles na, welke agenten hem opgepakt hebben en in de inrichting gestopt hebben. Er is nooit een bevel van hogerhand geweest.”

Henk Heithuis en zijn advocaat zochten contact met verslaggever Pol Klein van dagblad Het Parool. Klein wilde drie verhalen publiceren over de misbruikte jongen die gecastreerd was. Het was de bedoeling snel te publiceren. „We wachten nu nog alleen maar op de dokter die een verklaring af moet geven aan de krant, om hierin geplaatst te worden”, schrijft Heithuis op 30 augustus 1958 in een brief aan IJsbrand. „Het Parool is namelijk van mening dat het beste is dat er een medisch rapport van mijn geval bestaat en dit ook gedeeltelijk te publiceren. Het Parool is bang voor een grote rel, vooral van de kant van de Volkskrant en nog een ander groot katholiek blad. Persoonlijk heb ik geen angst dat ze mij lastig zullen vallen. Maar je moet tegenwoordig overal op voorbedacht zijn.”

Advocaat Wasch bracht Heithuis in contact met dokter Groeneveld, seksuoloog in Amsterdam. Die zei tegen Heithuis: „Door zoveel jaren altijd onder een nogal sterke druk en dwang hebt u uzelf niet voldoende kunnen ontplooien. Ook de voorlichting, die u in uw vroegere jaren gehad hebt, is belachelijk. U bent geen homoseksueel, alleen weet uw psyche niet beter. (...) Men heeft u ook altijd teruggehouden van het vrouwelijk geslacht en zodoende weet u van de normale verhoudingen in de maatschappij niets af. U bent zich absoluut niet bewust dat er in uw psyche iets schuilt dat u wel terdege van een meisje zou kunnen houden.”

Henk Heithuis wilde de mensen „die moeten beslissen over het recht, ervan overtuigen dat hier een misdaad is gepleegd die eigenlijk op geen enkele wijze is te vergoeden, maar waar de maatschappij zich volkomen verantwoordelijk voor zal moeten stellen”.

Henk had gezegd: ze zullen me opnieuw te pakken nemen

Zover kwam het niet. Op 25 oktober 1958 overleed Henk Heithuis na een auto-ongeluk op de provinciale weg in Oud Ade, bij Leiden. Een kort bericht in de krant meldde zijn dood. Het Parool zag daarna af van publicatie. Verslaggever Pol Klein kan er niet meer over verklaren, hij is overleden.

Op de dag dat Heithuis stierf, stuurde Cornelius Rogge een brief naar zijn broer in Japan: „Er valt treurig nieuws te melden en wel dat Henk Heithuis door een noodlottig auto-ongeluk, met nog iemand, om het leven is gekomen. De auto, die door een Amerikaan werd bestuurd, is drie maal over de kop geslagen waarbij Henk uit de wagen geslingerd werd en op slag dood was, doordat hij met zijn hoofd tegen een basaltblok vloog. (...) Het is nog een volkomen raadsel hoe het ongeluk gebeurde, daar de auto net een andere wagen gepasseerd was en er geen tegenliggers waren. Het zal altijd wel een raadsel blijven wat er in de wagen gebeurd is. Wij zijn dadelijk naar Leiden gegaan ter identificatie en dat was geen prettig gezicht. „Het proces is hiermee óók afgesloten. Henk heeft erg geleden in zijn leven en nog de voldoening niet geproefd van een rectificatie van het aangedane leed.”

Cornelius Rogge herinnert zich dat hij op de dag van het ongeluk naar de kamer van Henk ging om kleren op te halen: „De hospita zei dat er eerder een politieman was geweest. Op zijn kamer waren alle persoonlijke documenten verdwenen, ook die van zijn castratieproces. In mijn hoofd klonken woorden die Henk tegen mij had gesproken: ‘Ze zullen me opnieuw te pakken nemen’.”

‘Dit alles was een droeve geschiedenis’

Henk Heithuis werd vijf dagen na het ongeluk op staatskosten begraven op de R.K. begraafplaats Zijlpoort in Leiden. Zijn familie was er niet. Cornelius en Thea Rogge wel. In de kerk lagen witte bloemen op het altaar. Thea Rogge, in een brief: „Nu is hij nota bene toch nog R.K. begraven, terwijl ik te kennen had gegeven dat het niet zijn persoonlijke wens is geweest. Nu ze het toch R.K. gemaakt hebben, heb ik me niet meer verweerd; als de wereld het dan toch niet wil hebben, goed dan.

„Dit alles was een heel droevige geschiedenis, daar we nooit gedacht hadden dat Henk nog zoveel sporen bij ons achter zou laten. We missen hem allen heel erg.”

Reacties: misbruik@nrc.nl