Goed idee: een begonia leren op licht te reageren

Most Underappreciated. 50 Prominent Social Psychologists Describe Their Most Unloved Work. Robert Arkin (redactie), Oxford University Press, 276 blz., € 35

Wie kent het gevoel niet? Je hebt een prachtig idee, een idee dat alles oplost, en de kans het aan anderen te vertellen. Enthousiast zet je je gedachten uiteen. Daarna leun je achterover en wacht op de complimenten die zullen volgen. Want eerlijk gezegd is het tamelijk geniaal, wat je bedacht hebt. En dan gebeurt er niets. Mensen praten gewoon door. Op zijn best krijg je een beleefd glimlachje van degene die na jou het woord neemt – en over iets heel anders begint.

Sociaal psychologen hebben dat ook regelmatig. Ze doen onderzoek dat ze zelf fantastisch vinden en vervolgens krijgen ze het niet gepubliceerd. Of ze krijgen het wel gepubliceerd, maar niemand verwijst er ooit nog naar. Dan bestaat zulk onderzoek in feite niet meer.

Sociaal psycholoog Robert Arkin van Ohio State University kwam op het idee om 50 succesvolle collega’s te vragen een artikel te schrijven over hun meest ondergewaardeerde werk. Het werden er 56 en hun artikelen zijn verzameld in dit heerlijke boek, dat op zijn beurt weer voer voor psychologen is. Hoe verschillend reageren de wetenschappers! Sommigen vertellen geamuseerd wat er precies gebeurd is, jaren geleden, zoeken de fouten bij zichzelf, constateren dat ze er zelf toch veel aan hebben gehad of dat het eigenlijk best een idee is om weer eens op te pakken.

Anderen leggen met vers aangeboorde wanhoop hun idee opnieuw uit; die lijken het boek te zien als dé manier om er toch nog aandacht voor te krijgen of om alsnog hun gelijk te halen in een discussie. Enkelen vertellen dat hun vaak geciteerde artikel of boek meestal totaal verkeerd is geïnterpreteerd. Verscheidene deelnemers zeggen dat ze eigenlijk niet in dit boek thuishoren.

Het boek geeft ook een mooi inkijkje in de de dagelijkse gang van zaken in het vakgebied. Het is soms wel even doorbijten, want sommige deelnemers schrijven eerder voor vakgenoten dan voor een groot publiek.

Maar er zitten geweldige anekdotes in. Zo vertelt taalonderzoeker James Pennebaker hoe hij als jonge promovendus de principes van klassieke conditionering toepaste op de reacties van een begonia op fluctuaties in licht – een onderzoekslijn die hij verliet omdat zijn collega-aio’s hem uitlachten en omdat de eigenaar van de begonia boos werd. Die eigenaar, Charles Carver, staat zelf ook in de bundel. Hij vertelt over een bijna vergeten artikel uit 1983 over ‘modelleren’ van gedrag, dat na twintig jaar herontdekt werd toen het onderwerp ‘priming’ in de mode kwam.

Interessant blijft ook het verhaal van Norbert Kerr over zijn (onder sociaal psychologen vrij bekende, maar kennelijk toch ondergewaardeerde) begrip HARK’ing – Hypothesizing After the Results are Known: de niet zo nette neiging om tijdens het schrijven van een artikel nog snel even de hypothesen aan de resultaten aan te passen.

Het zieligst is misschien wel Todd Heatherton, die ontdekte dat een eigen artikel nog nóóit geciteerd was, zelfs niet door hemzelf of zijn co-auteurs. Hij besluit het ook in dit boek niet te noemen. Of is Philip Zimbardo zieliger? Diens eerste grote project na het Stanford Prison Experiment bleef totaal onbekend, het artikel erover ongeciteerd. Drie collega’s mailden hem dat ze het hadden gelezen: een Duitser, een Pool en een Amerikaan. Zimbardo overweegt nog steeds die e-mails in te lijsten. Ellen de bruin