Een sociaal werker op de snelweg

Ze hebben te doen met hun verongelukte Belgische collega’s. Maar het is een mooi beroep, buschauffeur op de internationale wegen.

Aan de buitenspiegel van de bus hangt een zwart lint. Een teken van medeleven met de slachtoffers van het busongeval (28 doden), afgelopen dinsdag in Zwitserland. „We schrokken toen we het hoorden”, zeggen André van Dijk en Adri van Houwelingen.

Over de oorzaak van het ongeluk kunnen de chauffeurs van busbedrijf De Jong Tours uit het Zuid-Hollandse Rijsoord alleen speculeren. „Het lijkt me sterk dat de bus tegen een stoeprand is gevlogen en anderhalve meter verder tegen een muur is geknald”, stelt Van Dijk. Collega Van Houwelingen: „Er wordt nu ineens gezegd dat de chauffeur een dvd zat te verwisselen. Nee natuurlijk. Zoiets doet de tweede chauffeur.”

Het zou hem niet verbazen als een technisch mankement de oorzaak is. „Bij busongevallen wordt vaak meteen naar de chauffeur gekeken. Maar ja, je kunt een klapband krijgen. Stel dat de stuurbekrachtiging uitvalt. Probeer dan maar een bus van twintig ton in bedwang te houden.”

Dat de bus frontaal tegen zijmuur van een uitwijkstrook is gereden, daar heeft hij zo zijn gedachten over. „Dat zou niet moeten kunnen. In Oostenrijk lopen al die muren schuin. In Zwitserland zijn ze helaas soms haaks.” Hij zucht. „Ik dacht: misschien is het maar goed dat de twee chauffeurs zijn omgekomen, want levend eruit komen en horen dat je veel kinderen hebt doodgereden – dat wil je niet op je geweten hebben. En de chauffeur wordt erop aangekeken, hè.”

Het is drie uur ’s middags. Over een half uur vertrekt het duo met skiërs naar Oostenrijk. Ze wisselen elkaar elke drie uur achter het stuur af. „Lang zat”, zegt Van Dijk. „Je moet alert blijven.” Ze tonen de slaapcabine onderin de bus. Aan de wand hangt een telefoon met verbinding naar de chauffeur.

Ze hebben een machtig mooi beroep. „Avontuurlijk”, zegt Van Houwelingen. Van Dijk: „Je bent eigen baas.” Ze krijgen waardering van de passagiers. En ze komen nog eens ergens: Oostenrijk, Kroatië, Schotland, Italië. Ze verdienen aanzienlijk minder dan een piloot. Van Houwelingen: „Terwijl wij niet alleen de techniek in de gaten moeten houden, maar ook de passagiers. Het is een roeping, anders hou je het niet vol.” Van Houwelingen (50) zit zeven jaar ‘op’ de bus. Daarvoor werkte hij in de ict. Van Dijk (40) is bezig aan zijn zesde jaar. Eerder was hij vertegenwoordiger in ijzerwaren en gereedschappen. „Ik heb overwogen vrachtwagenchauffeur te worden. Maar dan zit je de hele dag alleen. Nee.”

Ze rijden ongeveer 100.000 kilometer per jaar. Hun bus is dertien meter lang. Ze zijn chauffeur en reisleider. Van Houwelingen: „Er wordt nu veel meer van je verwacht dan vroeger.” Ze besturen de bus, maar vertellen ook over de omgeving. Van Dijk: „En dan komen passagiers soms naar voren om te zeggen dat die ene berg niet 1.800 maar 2.000 meter hoog is. Hebben ze dan opgezocht op internet of in een gidsje.”

Van Houwelingen voelt zich soms een sociaal werker. „Na één dag heb ik soms iemands complete levensverhaal gehoord.” Soms zit hij met veertig man te klaverjassen. „Vinden de mensen gezellig. Sommigen kijken tegen je op. Je bent dé man.”

Veilig is een moderne bus zeker, zeggen beiden. Sjoemelen met rijtijden kan niet met de digitale tachograaf. Passagiers krijgen een film te zien met instructies over het dragen van veiligheidsgordels, de noodluiken, de plaats van de wc en oproep om zo min mogelijk te lopen. Bellen doen chauffeurs niet tijdens het rijden. Van Houwelingen: „Ook niet handsfree.” Schakelen is er niet bij. „Het zijn automaten.” Er zijn enorme buitenspiegels en achteruitkijkcamera’s, en camera’s voor als je een bocht maakt en de bus uitzwenkt.

Navigeren is er tijdens de rit niet bij. „We weten precies hoe we moeten rijden.” Ze gebruiken de navigatie alleen om te kijken hoe lang ze nog moeten rijden. Van Dijk: „We moeten zorgen dat we niet te vroeg aankomen. Anders staan de skiërs straks om half vijf voor een dicht hotel. Dat kan knap koud zijn.”

Op de snelweg hoeven ze het gaspedaal niet in te drukken. Dan gebruiken ze de cruisecontrol. En misschien het belangrijkste: je bent met z’n tweeën. „Je weet wat je aan elkaar hebt. Je vertrouwt elkaar. Dat is belangrijk. Dan kun je ook rustig gaan slapen.” Meestal is rijden ontspannen. Van Houwelingen: „Ik heb meestal een iPhone met muziek. Een zakje dropjes erbij, een flesje water.”

Het is wel drukker geworden op de wegen. Vooral in Nederland hebben automobilisten weinig begrip voor touringcars, vertellen de chauffeurs. Nog snel de bus inhalen voordat ze afslaan. Of een zorgvuldig voorbereide inhaalmanoeuvre onmogelijk maken. En vooral: denken dat de bus te hard rijdt. Van Houwelingen: „Mensen denken dat we maximaal negentig kilometer per uur mogen. Maar we mogen honderd.”

Automobilisten gaan voor de bus rijden, en remmen om de chauffeur attent te maken op de vermeende te hoge snelheid. Of men denkt dat je alleen op de rechterbaan mag rijden. „Ik ben eens door een motoragent aangehouden die beweerde dat ik niet op de linkerbaan mocht rijden.”

Wat Van Houwelingen ook opvalt: heel Europa heeft zogenaamd gelijke regels, maar in elk land zijn ze anders. „In Amsterdam mag ik met mijn touringcar niet op de busbaan. In Londen juist weer wel.”