De Haagse elite buigt altijd mee, ook de SGP

Illustratie Hajo

Als de Tweede Kamer op dinsdag de beraadslagingen hervat, tijdens het vragenuurtje, heb je naast de vergaderzaal het aardigste informele moment van de week. Politici, adviseurs en verslaggevers maken een praatje en poseren zelfvertrouwen. Soms droppen ze een plannetje. Cameraploegen domineren de bijeenkomst, vooral de ploeg van Rutger: dit is het moment in de week waarop Wilders, voordat hij de vergaderzaal inschiet, een paar meter beschikbaar is voor ploegen met honger naar Wilders-nieuws. Zoals bekend is er een onstilbare honger naar Wilders-nieuws, vooral bij Rutger.

Ik volg dit moment nu sinds een paar maanden en er is één man van wie ik mijn ogen niet kan afhouden. Hij komt niet altijd, dat is jammer. Meestal komt hij niet. Mensen vinden hem aardig. Een goeierd. Een schat van een mannenbroeder. Hij is Elbert Dijkgraaf (42), sinds 2010 Tweede Kamerlid van de SGP.

Zodra hij zijn gezicht laat zien speelt zich ongeveer het volgende af. De mannetjes van Rutger signaleren Elbert. Rutger stapt op hem af, de draaiende camera volgt hem, de SGP’er houdt halt, en Rutger begint een vragenbombardement dat hij lardeert met een krachtterm, een voorbehoedmiddel of een ander begrip dat de Bijbel nooit heeft gehaald.

En het bijzondere is dat Elbert Dijkgraaf, voor wie het gezag van Gods Woord absoluut is, zich dit allemaal laat welgevallen. Een paar jaar terug waagde hij het nog de stijl van Pownews („hard, brutaal, rauw”) ter discussie te stellen – waarna Rutger hem naar goed gebruik te grazen nam. Sindsdien zegt hij niet: ik weiger hieraan mee te werken. Hij zegt niet: wat zeg je nou? Hij laat Rutger praten, hij lacht mee, hij negeert de provocaties, en spreekt hem toe alsof het debat over de Derde Nota Werk en Inkomen nog altijd voortduurt.

„Ontlopen kunnen we ze niet. Dus we moeten er maar het beste van zien te maken”, vertelde Menno de Bruyne, de voorlichter met de langste staat van dienst op het Binnenhof, toen we deze week de Haagse zeden doornamen. „Als we ons verweren helpen we degenen die willen shockeren.” Bovendien, dit verraste me nog het meest, is Pownews ook binnen de SGP allang niet meer voor iedereen synoniem aan het kwaad. Sommige SGP-jongeren – „zoals mijn assistent” – vinden het programma „af en toe wel geinig”, zei Menno de Bruyne. „Dus wij zeggen: het is geen stijl, maar klagen heeft geen zin.” En hij vervolgde: „Dit wordt nu eenmaal gerekend tot de vrijheid van meningsuiting.”

Pardon? Modern Nederland: de SGP – de SGP! – die zonder blikken of blozen uitgaat van een onbegrensde vrijheid van meningsuiting om tolerantie voor Pownews te bepleiten? „Tja”, zei Menno de Bruyne, een beetje betrapt. „Misschien zijn we een beetje geconditioneerd geraakt.”

De SGP en het liberalisme – het was één reden om eens een avondje door te praten met Menno de Bruyne. Ik leerde hem in 1984 op het Binnenhof kennen: hij begon destijds als SGP-woordvoerder, ik als politiek redacteur. Een aparte jongen was hij. Humoristisch. Veel toegankelijker en speelser dan zijn partij. Vraagbaak voor elke journalist die iets over de parlementaire geschiedenis wilde weten. Een man die met bijna iedereen contact heeft. Typerend detail: ooit wist hij Geert Wilders, destijds fractiemedewerker van de VVD, zover te krijgen dat hij zijn pc repareerde. „Geert is een wizzkid met computers en gadgets.”

Op die manier speelde Menno de Bruyne een vaak onderschatte rol bij de verwerving van de relatief grote invloed die de SGP nu in de coalitie heeft: in de Eerste Kamer is het kabinet afhankelijk van de partij. Menno de Bruyne deed het licht aan in de SGP. Direct na zijn komst in 1984 gaf hij een interview waarin hij stelde dat SGP’ers gewoon interviews aan radio en televisie moesten geven. „Daar kwam trammelant van”, zegt hij droog. Het duurde tot 2005 voordat het structureel veranderde. In de tussentijd liet hij op het Binnenhof zien dat SGP’ers normale mensen zijn.

De invloed van de SGP op het kabinet-Rutte was deze week opnieuw onderwerp van speculatie. De premier prees de partij om het nakomen van afspraken, wat de indruk wekte dat hij afspraken met de SGP heeft. Dit ontkende hij later. „Je kunt niet zeggen dat wij veel bereiken”, zei De Bruyne. „Op wezenlijke punten zien we helaas geen verbetering.”

Er zijn meer momenten dat de SGP relatief veel invloed had. Toen CDA-dissidenten in de jaren tachtig de plaatsing van kruisraketten konden blokkeren schoten SGP en andere kleine christelijke partijen het kabinet-Lubbers te hulp. In 2003 beloofde het nieuwe kabinet (VDA-VVD-D66) een stilstand in het beleid op medisch-ethisch gebied nadat de SGP aan de formatieonderhandelingen meedeed. In de jaren tachtig tekende de SGP het politieke doodvonnis van de verzwakte vicepremier Van Aardenne door hem als „aangeschoten wild” te typeren. Van Aardenne kreeg geen nieuwe termijn, en de term is nog altijd in zwang voor beschadigde bewindspersonen, ook al muntte toenmalig SGP-Kamerlid Van Rossum het begrip onbedoeld: „Hij had net de nieuwe Jachtwet behandeld.”

Toch laat Menno de Bruyne niet de indruk achter dat de SGP een enorme greep op het landsbestuur heeft. Wat meer opvalt is hoe weinig de partij, ondanks zijn rechtlijnige imago, zich nog verzet tegen de tijdgeest. Het kenmerk van Nederlandse politiek, legde De Bruyne uit, „is dat de politieke elites altijd meebuigen”. „Meebuigen om terug te bewegen. Wij onttrekken ons niet aan die cultuur.”

Dus hoewel de waan van de week was dat de SGP het liberalisme van de VVD bedreigt, is de werkelijkheid omgekeerd: de VVD bedreigt het conservatisme van de SGP. Neem de recente bedreigingen van columniste Naema Tahir, wier adres door Pownews op straat kwam te liggen nadat ze voorstelde de zender van het Binnenhof te verwijderen. Zelfs dat is voor de SGP geen aanleiding het idee van Tahir te steunen: ook hier legt de SGP zich kortom neer bij de overwinning van het liberalisme? „Och”, zei Menno de Bruyne, „dat er in mij een liberaal trekje schuilt verbaast mij niets.”