De drie grootste valkuilen

Volgens het Nibud moest vorig jaar één op de vijf Nederlanders bij de definitieve aanslag geld terugbetalen aan de Belastingdienst. In 7 procent van de gevallen kwam dit door fouten in de aangifte.

Slordigheid en onwetendheid zijn de belangrijkste oorzaken, volgens de Belastingdienst en de belastingservice van vakcentrale FNV. „Mensen vinden aangifte doen eng. Vaak omdat ze geen verstand hebben van cijfers’’, verklaart een woordvoerder van het FNV. „Zo weten veel mensen niet wat nu wel en wat niet als aftrekpost mag gelden.”

De Belastingdienst zette de drie meest voorkomende fouten op een rij:

1Loon

Het loon is de grootste valkuil op het online belastingformulier. Mensen met een pensioen- of VUT-uitkering geven hun inkomen vaak op als ‘tegenwoordige dienstbetrekking’ in plaats van ‘vroegere dienstbetrekking’, waardoor ze later moeten terugbetalen. Of scholieren vergeten simpelweg dat ze naast hun reguliere bijbaantje in de zomer ook nog een maand borden hebben staan spoelen bij het plaatselijke bejaardentehuis en geven dit dus niet op. Die onwetendheid en slordigheid kan veel geld kosten: het zijn juist jongeren met een bijbaan die vaak een leuk zakcentje aan de belastingsaangifte over kunnen houden.

2Hypotheekrenteaftrek

Dit onderdeel is voor veel mensen de belangrijkste aftrekpost. Bij het invullen van de hypotheekgegevens worden echter veel vergissingen gemaakt. Zo is de renteaftrek alleen van toepassing op de financiering die bedoeld is voor aankoop van of onderhoud aan het (eerste) huis. Als de hypotheek omhoog gaat door een aankoop die niets met dat huis te maken heeft, bijvoorbeeld de aankoop van een auto, is die rente niet aftrekbaar. Volgens de Belastingdienst niet eens zo’n ingewikkelde regel.

3 Alimentatie

De combinatie belastingen en alimentatie leidt bij velen tot fouten tijdens de aangifte. Veel mensen gaan er bijvoorbeeld vanuit dat alimentatie voor het kind zonder meer onder de kop aftrekposten te scharen is. Maar hoewel de alimentatie van de partner wel aftrekbaar is, geldt dit niet altijd voor het kind. De leeftijd van het kind en de gemaakte kosten per kind, zijn hierbij van belang.