Brieven wetenschap

Klimmuurdrama

Naar aanleiding van het artikel van professor Merckelbach over double capture (Wetenschapsbijlage, 10 & 11 maart) het volgende. Wanneer tussen de gezekerde en de zekeraar wordt afgesproken dat bij aanvang van de klim de gezekerde de zekering controleert, en bij afloop van de klim alleen de gezekerde de zekering mag opheffen, kunnen er geen problemen met de zekering optreden. De zekeraar kan dan fluitend en om zich heen kijkend zijn werk doen.

Ir. J. Bijlsma

Zoetermeer

Biodiesel (3)

In vakkringen van de ontwikkelaars van procesroutes voor bio-energie wordt de inhoud van de stellingen van Martijn Katan (Schaf de biodiesel af, Wetenschapsbijlage 3 & 4 maart) al ruim twintig jaar onderschreven.

De criteria die wij hanteren voor biobrandstoffen van de tweede generatie zijn: 1) Geen concurrentie met voedselteelt. 2) Duurzaamheid, energie- en CO2-balans gunstig. 3) Potentieel voor grote schaal. 4) Subsidie alleen nodig in ontwikkelingsfase.

De huidige biobrandstoffen (de eerste generatie) voldoen aan geen van de vier criteria. Productie van biodiesel uit onder meer koolzaad, en van bio-ethanol uit bijvoorbeeld suiker en mais vereisen een eeuwigdurende subsidie. Dit geldt ook voor het vergisten van mest en landbouwafval.

De ontwikkeling van talloze tweede generatie biobrandstoffen is ver gevorderd. Ze gebruiken aanvankelijk als grondstof vooral reststoffen van bijvoorbeeld land- en bosbouw, van voedselproductie en huishoudelijk of industrieel afval. Het mes snijdt aan twee kanten: oplossen van afvalprobleem en productie van duurzame brandstof. Dat ze nog niet op enige schaal in de markt zijn, komt door criterium 4. De overheden van Nederland en EU belijden in woorden dat het noodzakelijk is over te stappen van de eerste naar de tweede generatie. Maar de daden zijn het voortdurend subsidiëren van de eerste generatie. Voor pioniers van de tweede generatie is het praktisch onmogelijk subsidie te krijgen in de pre-commerciële fase waarin (veel) risicokapitaal nodig is.

De EU (en Nederland) zou de boter van zijn hoofd kunnen verwijderen door de verplichte bijmenging van biobrandstoffen te koppelen aan het voldoen aan de vier criteria, en het subsidiebeleid juist daar op te richten.

Dr. ir. F. Goudriaan

Directeur Biofuel, Castricum

Biodiesel (4)

Martijn Katan nam scherp stelling tegen biobrandstoffen. Op goede gronden: ze hebben een lage efficiëntie bij de omzetting van zonne-energie en ze geven in de huidige vorm grote risico’s voor voedselbeschikbaarheid en oerwoud. Maar wat wil hij nou?

Fossiel blijven stoken tot het te laat is? Laten we blij zijn dat er in alle richtingen naar oplossingen wordt gezocht, opties uitsluiten is onverstandig. En die moeten zich kunnen ontwikkelen. Er zijn al belangrijke stappen tot verbetering gedaan. Zo stelt de Europese Renewable Energy Directive ondergrenzen aan de reductie van broeikasgassen en neemt maatregelen tegen aantasting van biodiversiteit. Deze richtlijn focust ook al sterk op een verschuiving naar afval en landbouwresiduen, de tweede generatie. Bij de derde generatie moet de efficiëntie van de benutting van zonne-energie omhoog, bijvoorbeeld door algenkweek. Dat scheelt dan weer meer dan een factor 10. Maar dat alles komt alleen van de grond door aan de slag te gaan en niet aan de zijkant te blijven staan en te roepen dat het allemaal fout is.

Prof. Dr. Helias A. Udo de Haes

Universiteit Leiden, Voorzitter CEN TC-383 over duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen