Brieven opinie; Brieven over dubbele nationaliteit

Ahmet Olgun profileert zichzelf als profiteur

In zijn artikel over het wetsvoorstel voor één paspoort en dus één nationaliteit (Opinie & Debat, 10 maart) maakt Ahmet Olgun een kapitale fout, die tevens een van de belangrijkste argumenten van Den Haag is om die wet aan te nemen.

Door direct toe te geven dat hij Nederlander is geworden slechts om „vrijelijk te reizen over de aardbol”, en zijn Turkse paspoort heeft ingeleverd „om niet te hoeven dienen in het Turkse leger”, laat hij vermoeden dat hij niets anders is dan een opportunist en een profiteur. Dit kan natuurlijk niet in de smaak van Den Haag vallen. Het is juist dit soort gedrag dat in meerdere gevallen, en dankzij de voordelen van WAO’s en AOW’s die Nederland zo aantrekkelijk maken, vele politici stimuleert om een dergelijke wet te verdedigen.

Aan de andere kant blijken noch Olgun, noch Den Haag zich te herinneren dat sommige landen, zoals Argentinië, niet toestaan dat een burger zijn paspoort inlevert, of hij tien andere nationaliteiten adopteert of niet. Mocht de wet toch bekrachtigd worden, vraag ik me dan af voor welke van haar twee nationaliteiten onze toekomstige vorstin, die zelf én Argentijnse én Nederlandse is, zou kiezen. Of eerder, hoe zal Den Haag dit moeilijk ‘probleempje’ oplossen zonder duizenden andere dubbelpaspoorthouders (zoals ondergetekende) te kwetsen?

Carlos Micháns

Utrecht

De Nederlandse staat is niet betrouwbaar

De opmerking van Ahmet Olgun over het deukje in de betrouwbaarheid van de Nederlandse staat (naar aanleiding van het wetsvoorstel om geen dubbele nationaliteit meer toe te staan) doet me denken aan wat mijn ouders is overkomen. Beiden waren Indische Nederlanders; een groep met een opvallende gezagsgetrouwheid en loyaliteit ten opzichte van Nederland. Vooral degenen die de hogere posities van de sociale ladder in de toenmalige kolonie innamen, waren vaak op het fanatieke af Nederlands.

Mijn ouders stammen af van huurlingen die in de gordel van smaragd het grootse wat daar werd verricht, dienden te beschermen. Mijn overgrootvader raakte gewond in Nederlands eigen dirty war: de ‘pacificatie’ van Atjeh. Zijn trouw heeft weinig mogen baten. Toen Indië Indonesië werd, kreeg mijn vader een brief dat zijn Nederlanderschap verviel omdat zijn grootvader pas in 1878 gelijkgesteld was met Europeanen. Of hij zijn Nederlandse paspoort wilde inleveren. Dat heeft hij gelukkig niet gedaan. In tegenstelling tot velen die wel in die truc zijn gestonken, konden mijn ouders met veel moeite en na drie jaar stateloos te zijn geweest de legitimiteit van hun Nederlandse nationaliteit laten herstellen.

Het lijkt me dat de betrouwbaarheid van de Nederlandse staat plastisch is. Deuken kan ze daarom niet oplopen. Daarvoor is ze niet solide genoeg.

Harry Sihan

Leiden

Marokkanen mogen nationaliteit houden

Ik deel de verontwaardiging van Ahmet Olgun over het achterhaalde discours van opeenvolgende regeringen over hun afkeer van meervoudige nationaliteit. Negentiende-eeuwse walmen stijgen op uit de papieren. Ik ben het alleen niet eens met zijn argumenten.

Het wetsvoorstel zal niet verhinderen dat Marokkanen tot Nederlander kunnen worden genaturaliseerd met behoud van de Marokkaanse nationaliteit. Wie zijn oorspronkelijke nationaliteit niet kan kwijtraken, hoeft dat ook niet.

Als men het de Nederlandse expats vergunt om het Nederlanderschap te handhaven bij de naturalisatie in een ander land, dan hoort dit ook te gelden voor buitenlanders die Nederlander willen worden. De expats zijn behoorlijk luidruchtig en keren zich ook tegen de plannen voor buitenlanders die Nederlander willen worden.

Ik acht de kans klein dat de nieuwe wet in strijd komt met internationale verdragen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaat niet over nationaliteitsvragen. Dat Turken niet inburgeringsplichtig zijn, berust inderdaad op een verdrag. Iedereen kon van kilometers ver zien aankomen dat Nederland nat zou gaan met deze maatregel.

Als Olgun het Turkse paspoort weer aanvraagt, verliest hij volautomatisch zijn Nederlandse nationaliteit met alle, ook Europese, rechten van dien.

De strijd met het deze week ingediende wetsvoorstel, dat ben ik met Olgun eens, kan niet krachtig genoeg worden gevoerd – maar dat moet dan wel gebeuren met de goede argumenten.

H.U. Jessurun d’Oliveira

Emeritus hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam