Als de rente komt..

Twee weken duren ze nog, de sessies in het Catshuis waarin VVD, CDA, en gedoogpartner PVV op zoek gaan naar ombuigingen in de begroting. De nieuwe bezuinigingen zijn nodig omdat het kabinet zich geconfronteerd ziet met een begrotingstekort van 4,5 procent in dit en volgend jaar. Dat is negen miljard euro boven de 3 procent die met Brussel was afgesproken. Plus nog een paar miljard als zekerheid of om extra kosten van de bezuinigingen zelf te dragen.

Twee vragen dringen zich daarbij op. Van de eerste is het verbazingwekkend dat niemand hem nog gesteld heeft: waarom heeft het kabinet, in casu het ministerie van Financiën, zich zo laten verrassen? Hoe kan het dat niemand heeft zien aankomen dat het begrotingstekort zodanig zou tegenvallen dat dit mammoetbedrag aan ombuigingen zo plotseling nodig is? Hoe meer je er over nadenkt, hoe verbijsterender het is.

De tweede vraag betreft ook een verrassing, maar dan een toekomstige. Houdt het kabinet rekening met zwaar-weer-scenario’s? Nu zijn de jongste prognoses van het centraal Planbureau, op basis waarvan de ombuigingsoperatie is gestart, wel zo’n scenario. Maar er is zat ruimte voor verrassingen. Eén van die mogelijke verrassingen openbaarde zich deze week. Op de aandelenmarkten ging het behoorlijk goed, maar op de obligatiemarkten juist niet. Dat hangt met elkaar samen. Als beleggers meer fiducie hebben in de vooruitzichten van de economie, verhuist er kapitaal van de veilige obligatiemarkt naar de avontuurlijke aandelenmarkt. Nu is het optimisme voornamelijk beperkt tot de VS, maar het is niet de eerste keer dat een sfeerverandering dan ook de Europese markten treft. Bovendien zorgt de relatieve rust rond de euro er voor dat de veiligste staatsleningen hun functie van vluchthaven verliezen. Beleggers stappen er uit, op zoek naar een beter rendement.

Deze week daalden de koersen van Amerikaanse staatsobligaties flink, na een relatief rooskleurige vooruitblik van de Amerikaanse centrale bank op dinsdag, en meevallende cijfers over de consumentenbestedingen.

Als de koersen van obligaties dalen, dan gaat de effectieve rente omhoog. Het rendement op de Amerikaanse tienjarige staatsobligatie steeg van 2,03 procent op dinsdag naar 2,31 procent gisteren. Dat is een zeer grote beweging voor zo’n enorme markt. In Nederland bereikte de tienjaars-rente op 16 januari nog een dieptepunt van 2,03 procent. Deze week volgde de versnelling opwaarts, tot 2,56 procent gisteren.

Dit is in wezen een normalisering. Daar alle crisismaatregelen, zeker die van de centrale banken, liggen de rentevoeten van kortlopend tot langlopend onder het niveau van de inflatie. Terwijl ze normaal daar een of twee procent boven liggen. Misschien vertrouwen de Amerikaanse en Europese centrale banken het herstel van de economie nog niet en zullen ze er alles aan doen deze ‘reële rente’ negatief te houden zolang zij denken dat dit nodig is.

Terug naar het Catshuis. Het CPB tekent voor heel 2012 een tienjaarsrente in van 2,3 procent, die in de jaren daarna pas stijgt naar een normaler niveau. Maar gisteren zat de rentevoet daar dus al boven. Wat als hij verder stijgt? Zelfs vier procent is historisch gezien al extreem laag. Een rentestijging hier die is gebaseerd op optimisme ver weg in Amerika geeft het slechtste van twee werelden: een hogere rente op de staatsschuld, maar geen economisch herstel en extra inkomsten. Wel een tegenvaller dus, maar geen meevaller.

En het kan erger. De hele strategie van economisch en financieel herstel in de eurozone staat of valt bij lage rentes. De begrotingen van zowel de VS als Europa, waar de staatsschulden enorm gestegen zijn, zijn extreem kwetsbaar voor hogere rentevoeten. Zijn er ook winnaars? Ze zijn er. De pensioenfondsen bijvoorbeeld. En niet te vergeten woningcorporatie Vestia, die zich verslikte in ingewikkelde beleggingen die speculeerden op een rentestijging, die er niet kwam. Daar zal elke rentestijging, anders dan in het Catshuis, met gejuich worden begroet.